Als een reis naar de maan

Het is het meest prestigieuze kunsthistorische onderzoeksproject ter wereld: het Rembrandt Research Project (RRP) onderzoekt sinds 1968 het oeuvre van de schilder op echtheid....

EEN WISSELING van de wacht. Vier van de vijf onderzoeksleden van het Rembrandt Research Project maken in 1993 via een open brief in het gerenommeerde Britse kunsttijdschrift The Burlington Magazine bekend dat ze ophouden met hun werk voor het Project. Ze hebben de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, schrijven de hoogleraar, de twee museumdirecteuren en de hoofdconservator, en kunnen 'niet meer het enthousiasme opbrengen' voor de nieuwe, meer genuanceerde koers, die hun jongste collega, de kunsthistoricus Ernst van de Wetering, bij het onderzoek naar de authenticiteit van Rembrandts oeuvre voorstaat.

Ruim vijfentwintig jaar zijn de onderzoeksleden bij elkaar. In groepjes van twee hebben ze de wereld afgereisd - van Pasadena naar Sint-Petersburg, van Melbourne naar Madrid. Alle zeshonderd bekende schilderijen van Rembrandt hebben ze in hun handen gehad, uit de lijsten gehaald en onderzocht. Driehonderd zijn er beschreven en geclassificeerd in drie 'waterdichte' catagorieën: A - 'echt'; B - 'niet echt'; en C - 'twijfelachtig'. Drie kostbare, kilo's zware delen zijn gepubliceerd van wat de grootste oeuvre-catalogus ter wereld moet gaan worden, het Corpus of Rembrandt Paintings.

De vier oude leden vertrekken. 'Zonder ruzie hoor,' zegt de Van de Wetering nu in zijn werkkamer op het Kunsthistorisch Instituut in Amsterdam. 'Op die laatste vergadering zei Josua Bruyn, de toenmalige voorzitter van het Project wel: ''wat er nu gebeurt, tekende zich al op de eerste dag van ons onderzoek af, toen we in mei 1968 naar de National Gallery in Londen gingen''. Toen al had ik steeds weer vragen over de methodische opzet van het Project. Maar ik had geen gezag. Ik was een jonge student-assistent, die mocht invallen voor de grote nestor van het project, Jan van Gelder. Ik keek met ontzag op tegen de zwaargewichten die het team vormden.'

Het Project begon vanuit het idee dat het mogelijk is met objectieve criteria vast te stellen wat wel en geen Rembrandt is.

'We hadden een heel optimistisch vooruitgangsgeloof. Terecht.'

Waarom terecht?

'Omdat het object, het schilderij als bron, ongelooflijk rijk is. Alleen: je moet wel léren om die bron te lezen. Dat leren lezen, het opbouwen van een reservoir aan kennis, is een heel lang proces, dat eigenlijk pas vrucht begon te dragen na vijfentwintig jaar, toen de eerste drie delen van het Corpus al verschenen waren.'

'Het leek ideaal, de beslissing of een schilderij van Rembrandt was, ja of nee, te nemen op basis van wetenschappelijk (röntgenologisch of dendrochronologisch) onderzoek naar Rembrandts werkwijze. Een stilistische beoordeling, het kennerschap in de oude zin, heeft die eerste vijfentwintig jaren echter veruit de grootste rol gespeeld.'

In de inleidingen tot de eerste drie delen van het Corpus of Rembrandt Paintings benadrukt het RRP de consensus binnen het team. Toch zijn in de beschrijvingen van de individuele doeken en panelen ook minderheidsstandpunten opgenomen. Waarom?

'Daar was ik een voorstander van, tot verdriet van mijn collega's. Ik vind dat wetenschap en consensus elkaar uitsluiten. Wie consensus bereikt, bedrijft geen wetenschap, die bedrijft rechtspraak of statistiek.'

In het volgend voorjaar verschijnende deel 4 van het Corpus bent u afgestapt van de chronologische indeling van Rembrandts werk ten gunste van een thematische indeling. Ook de indeling in A-, B- en C-categorieën is verdwenen.

'Dat klopt. Ik ben zeker niet tegen authenticiteitsonderzoek. Het is wel zo dat ik het soms Spaans benauwd kreeg van die toe- en afschrijvingen, vooral omdat ik het gevoel had dat de wetenschappelijke basis voor zulke conclusies er nog niet was. De vraag of iets een echte Rembrandt is of niet, vind ik niet meer de interessantste vraag.'

Dwingt die koerswijziging u er niet toe de eerste drie delen van het Corpus te herzien?

'Ja, die verleiding is heel groot. En we doen dat dan ook op bescheiden schaal in deel 4, door middel van een aantal herzieningen van teksten uit deel 1 tot en met 3. Deel 5 zal waarschijnlijk een ''postzegelcatalogus'' bevatten met alle schilderijen, voorzien van de nieuwste inzichten.

'Eén van de zorgen die ik over deel 1 tot en met 3 van het Corpus heb, is dat daarin wordt uitgegaan van een veel te rigide, stilistische ontwikkeling binnen het werk van Rembrandt. De vier oude onderzoeksleden die er in 1993 mee ophielden, deden dit deels - en dat is minder bekend - omdat de oude beoordelingscriteria niet meer toepasbaar waren op het werk van na 1640. Rembrandts werk uit die tijd is vrij dun gezaaid en onderling zeer verschillend. Dus kun je niet langer zeggen: Rembrandt schilderde op dit moment zus, en ontwikkelde zich zo. De vrees die ik al vroeg had, namelijk dat we met ons stilistische ontwikkelingsmodel het documentair bewijs aftroefden, werd bewaarheid.'

Wanneer was dat?

'Bij de discussie bijvoorbeeld, rond het circa 1630 gedateerde paneeltje Oude Man met Baard in de Bader Collectie in Milwaukee. In 1982 werd dit werkje in deel 1 van het Corpus nog afgeschreven. De etser Van Vliet had echter in 1634 een reproductieprent van dit paneeltje gemaakt, waarop stond ''Rembrandt inventor''. Normaliter zou je zeggen: dan is dat paneel van Rembrandt. Alleen: de ruwe manier van schilderen op dat paneeltje paste helemaal niet in het beeld dat wij hadden van Rembrandts stapsgewijze ontwikkeling. En dus werd in deel 1 van het Corpus beargumenteerd dat er een gat in de relatie tussen Rembrandt en Van Vliet moest zitten, een periode waarin geen contact tussen de twee bestond, en dat het opschrift op het paneeltje dus niet op waarheid hoefde te berusten. Twee jaar geleden echter, wees watermerk-onderzoek uit dat Rembrandt en Van Vliet tot 1635 heel nauw contact met elkaar hebben gehad, dat ze zo ongeveer van dezelfde stapel papier hun etsen maakten. De reproductieprent moet dus onder de ogen van Rembrandt, waarschijnlijk in diens opdracht gemaakt zijn. Daarmee is het een uiterst belangrijk document ten gunste van toeschrijving.'

Hoe kon men dergelijke feiten over het hoofd zien?

'Ik denk door dat vaste concept van stijl dat we hanteerden, en het wetenschappelijke ideaal van die tijd. Stijl, meenden wij impliciet, is idealiter een onwillekeurig proces: je víndt je stijl, je wórdt je stijl, je bént je stijl. Dat is een min of meer anachronistische opvatting, die niet gold in de zeventiende eeuw. Toen koos een kunstenaar zijn stijl.'

De productie van de delen van het Corpus heeft sinds de wisseling van de wacht in 1993 veel vertraging opgelopen. Werden de eerste drie delen met een regelmatige tussenpoos gepubliceerd, in 1982, 1986 en 1989, sindsdien is geen deel meer verschenen. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), uw grootste geldschieter, had aanvankelijk gehoopt dat het hele Project voor het jaar 2000 afgerond zou zijn. Daar ziet het niet naar uit, als er ook nog een deel 5 en 6 moeten verschijnen.

'Met die vertraging valt het wel mee. Dat heb ik ook in een brief aan NWO geschreven. U moet bedenken dat het RRP al in 1968 begon, en dat het tot 1982 duurde voordat het eerste deel van het Corpus verscheen. Ga die jaren tellen, en je komt op een gemiddelde van één deel in de zeven jaar uit. Dus lopen wij, met die koerswijziging in 1993, helemaal niet zo achter.'

Toch heeft NWO vorige zomer Rudi Ekkart, de directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, als trouble-shooter aan het Project toegevoegd. In plaats van het standaard, jaarlijkse voortgangsgesprek, moest u nu meerdere voortgangsgesprekken voeren. Zo'n stap zet NWO toch niet als men tevreden is over de voortgang van het onderzoek?

'Er bestond bij NWO irritatie omdat ik eind vorig jaar een eigen boek publiceerde over Rembrandt. Men verweet mij dat ik mijn tijd daarin stopte en niet in het Project. Dat boek bevatte een synthese van een van de belangrijkste aspecten van ons onderzoek: Rembrandts atelierpraktijk. Mijn stelling is: wat van het RRP uiteindelijk zal blijven, zijn niet de oordelen over de schilderijen, maar de spin-off aan kennis. Het is met de eerste reis naar de maan. Je kunt zeggen: leuk, dat daar mannen rondlopen. Maar de werkelijke winst van zo'n onderneming ligt in de wetenschappelijke en technische kennis die er vergaard is.

'Mijn boek kun je beschouwen als resultaat van die spin-off. Een schilderij is niet een beeld, maar een proces. Dus ga ik na hoe de jonge Rembrandt een schilderij maakte, wat voor consequenties je daaruit kunt trekken voor het verschil tussen origineel en kopie.'

'Als er maar iets te meten, te tellen of te turven viel, deed ik dat. Toen ik in 1973 zag dat twee schilderijen hetzelfde formaat hadden, maar inhoudelijk niets met elkaar te maken hadden, vroeg ik me af: hoe kan dat? Het bleek dat er op standaardformaat werd gewerkt, en dat dat een machtig middel is om te zeggen of een schilderij nog zijn oorspronkelijke formaat heeft of niet. Dergelijke kennis maakt een schilderij transparant.

'In de lente van vorig jaar ben ik ziek geworden. Ik was overwerkt en ben in een totale crisis geraakt. Er gebeurden dingen die ervoor zorgden dat ik al het plezier in mijn werk verloor.

'Enerzijds had dit te maken met het verleden: met het feit dat ik in het oude onderzoeksteam altijd de jongste was geweest, mijn naam bovendien alfabetisch gesproken aan het eind van de lijst zit, en ik als het ware te lang in de schaduw had gewerkt. Ons Corpus heette in bibliografieën ''Bruyn e.a''. Soms stelde ik me voor dat op mijn grafsteen ''e.a.'' zou staan. En dat terwijl ik een groot deel van m'n leven met volle overgave, met al m'n vindingrijkheid aan het Project heb gewerkt. Toch, heel vaak, werd ik als het om het beoordelen van schilderijen ging, weggestemd door de anderen.'

'Mentaal was dat buitengewoon moeilijk, om twintig jaar anoniem in zo'n groep te zitten, maar wel te behoren tot de twee mensen die het hardst aan het Project werken.'

Toen de oude onderzoeksleden terugtraden, heeft u een nieuw bestuur aangesteld - Peter Schatborn van het Rijksprentenkabinet - en Egbert Haverkamp-Begemann. Wat is hun functie?

'Zij doen nauwelijks onderzoek, maar fungeren als klankbord en voeren samen met mij de eindredactie. Het meeste werk in het nieuwe team wordt gedaan door een kern van vier mensen die zit te schrijven. Dat zijn mijn medewerkers, bijna allemaal ex-studenten en promovendi van me.'

Dus in wezen zijn de rollen nu omgedraaid in vergelijking tot de periode voor 1993?

'Ja, maar ook weer niet. Ik heb altijd geprobeerd mijn medewerkers zoveel mogelijk profiel te geven - ook met het oog op hun toekomst. Dus heb ik mijn best gedaan om samen met ze artikelen te schrijven en ze te enthousiasmeren om te publiceren - wat overigens niet altijd lukte.'

Maar krijgen uw medewerkers bijvoorbeeld ook ruimte om individueel op pad te gaan en werk van Rembrandt zelfstandig te beoordelen?

'Nee. We reizen, net als vroeger, altijd met z'n tweeën. En bijna altijd ben ik één van die twee.'

Dus uw oordeel legt het meeste gewicht in de schaal?

'Ja, dat klopt. Ik had natuurlijk ook al drieëntwintig jaar ervaring, toen zij bij mij kwamen werken. Die eerste vijf jaar van het RRP, van 1968 tot 1973, zijn van onschatbaar belang geweest. Toen heb ik al het werk van Rembrandt in mijn handen gehad. Eén van mijn medewerkers zegt weleens: dat is een voorsprong die ik nooit meer inhaal.'

Wat precies vergalde dan het plezier in uw werk?

'Langzamerhand begonnen de verhoudingen scheef te groeien. Er werd vanzelfsprekend aangenomen dat ik projectleider was en dus ook het woord naar buiten toe deed. Daar lag het niet aan. De scheefgroei had vooral te maken met auteurschap, waarbij het ging over de kwestie: wie heeft wat ingebracht.

'Dat, in combinatie met de niet aflatende kritiek op het werk van het RRP, leidde er op een gegeven moment toe dat ik niet meer de energie kon opbrengen om met volle kracht door te gaan. Het gevolg was dat ik overwerkt en overspannen thuis zat. Ik dacht dat ik nooit meer zou kunnen werken. Ik was zó totaal versleten.

'Ik dacht: het enige dat ik nu nog kan doen is datgene waar ik mijn leven aan heb gewijd en over heb nagedacht, om dát in ieder geval bij elkaar te brengen, als een soort van persoonlijke erfenis. Dat is m'n boek geworden, Rembrandt, The Painter at Work, dat vorig jaar verscheen. Ik heb mijn eigen Rembrandt afgemaakt, zou je kunnen zeggen.'

Hoe moet het dan in de toekomst met het RRP?

'Ik word oud, ik wil gewoon niet meer, al zit ik nog wel drie à vier jaar aan het project vast. Het is niet dat ik het onderzoek niet meer interessant vind - want toen mijn boek er lag, klaarde ik weer op en nu ben ik weer met vol enthousiasme bezig. Ik wil gewoon andere dingen doen, de dingen die ik in mijn jeugd het allerbelangrijkst vond, weer oppakken. Ik wil weer gaan schilderen.'

Heeft u over een opvolger nagedacht?

'Jazeker. Het RRP heeft zich ontwikkeld tot een internationaal expertise-centrum. Het zou mijn droom zijn, als dat centrum door mijn meest ervaren medewerker, Michiel Franken, wordt voortgezet. Maar een opvolger, in de zin van iemand die het Project zou kunnen afmaken, heb ik niet gevonden. Ik ben er altijd vanuit gegaan dat ik de laatste der Mohikanen was. Misschien is dat fout, en zijn er toch meer Mohikanen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden