Column Witteman heeft iets gelezen

Als dit dameslectuur is, dan ben ik blij een dame te zijn

Vorig jaar was er iets met het boekenweekgeschenk. Het scheen erg slecht te zijn. ‘Wilt u er een hebben?’ had de mevrouw van de boekwinkel gevraagd, en natuurlijk zei ik ja, want ik ben een Hollander, en gratis is gratis. ‘Wilt u er misschien twéé?’ vroeg ze vervolgens, niet zonder wanhoop in haar stem. Daar was ik dan weer net niet ­Hollands genoeg voor. Ik las het, en het was inderdaad ­beschamend slecht. Gelukkig had ik maar één exemplaar.

Ook dit jaar is er weer gedoe om het boekenweekgeschenk. Het wordt geschreven door een man. Veel mensen vinden dat een vrouw het had moeten doen, gezien het thema van de boekenweek : ‘De moeder, de vrouw’. Nou ja, mannen zíjn wel nooit moeder of vrouw, maar ze hébben er vaak wel een. Zulke dingen moet men ruim zien.

Ik verdiepte me zo’n beetje in de geschiedenis van de boekenweek en stuitte op het geschenk uit 1951. Dat werd – zoals gebruikelijk in de jaren vijftig – anoniem uitgebracht, waar veel voor te zeggen valt. Het heette De porseleintafel en was, zo bleek, van Olaf J. de Landell.

Die naam deed een belletje rinkelen. Olaf de Landell was een schrijver van streekromans, die ik nooit had gelezen, want ik heb indertijd op het gymnasium geleerd dat streekromans minderwaardig zijn; die hebben uitsluitend ­bestaansrecht als groteletterboek in de bibliotheek van Sneek, heette het. Dameslectuur.

Ik begon dus met opgetrokken neus te lezen in De porseleintafel. Al zeer spoedig liet ik mijn neus weer zakken, want het bleek een schitterend verhaal. Het speelt in Sneek, jawel, in het begin van de 19de eeuw, waar een gepassioneerde jonge vrouw zojuist getrouwd is met een stugge, zwaar gereformeerde (en dus overdreven vrome) Fries. Van haar romantische verlangens wordt maar bijzonder weinig verzilverd (al komen er een hoop kindertjes van) en daarom verliest zij zich in een geheime zucht naar mooi porselein, dat ze op allerlei niet even keurige manieren weet te verwerven.

‘Alberdina Tacoma-Bonheure was zo’n lief jong vrouwtje! Zij stond bij een ronde tafel in het slaapvertrek, de zomer-middagzon glom over haar gladde kapsel met de trossen pijpenkrullen bij de oren en streelde haar rode wangen omdat niemand anders dat deed’. Ja, dat lijkt zoet, maar het verhaal neemt ijzingwekkende wendingen.

Die Olaf J. de Landell bleek een en ander gebaseerd te hebben op gebeurtenissen in zijn eigen voorgeslacht, en dat deed hij zeer verdienstelijk. Eigenlijk heette hij trouwens Jan Bernard Wemmerslager van Sparwoude, een naam die door Godfried Bomans bedacht had kunnen worden, maar zo heette hij dus écht. De naam wenste hij niet te gebruiken, omdat hij zijn vader zo haatte. Die J. tussen Olaf en De Landell stond er eerst niet: die heeft hij er later bijgezet omdat hij bijgelovig was, en Olaf de Landell 13 letters had. (Peter R. de Vries komt juist met die R. precies aan dertien letters, maar ondervindt daar geen merkbare hinder van.)

Toen ik De porseleintafel uit had dacht ik, wel verdomme, had ik hier maar méér van. En omdat het ook wel eens méé kan zitten in het ­leven bleek diezelfde Landell dat verhaal later uitgewerkt te hebben tot EEN COMPLETE TRILOGIE van bijna 1.200 bladzijden. De porseleintrilogie.

Het was nog fijner dan ik had durven hopen. Ik heb nu twee delen uit en ik ben verpletterd. Streekromans, ja, maar hóe!

Als dit dameslectuur is, dan ben ik blij een dame te zijn. En moeder. En vrouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.