Moet u lachen

Als deze muzikanten iets goed kunnen is het wel op een geweldige manier op hun plaat gaan

Als eerbetoon aan slapstickhelden van de stomme film brengt muziektheaterband Släpstick een nieuwe show met ridicule sporten die nergens over gaan. Wat is eigenlijk goede slapstick? En hoe zwiep je een ladder swingend in de rondte?

Annette Embrechts
Harold Lloyd in de film ‘Safety Last!’ Beeld Getty Images
Harold Lloyd in de film ‘Safety Last!’Beeld Getty Images

Wie een uur voor aanvang vanuit de coulissen de warming-up bekijkt van muziektheaterband Släpstick, ziet geen strijkers hun snaren stemmen of blazers hun lippen om het koperwerk krullen. Deze aan het conservatorium opgeleide muzikanten rennen in de theaterzaal de trappen op en af, doen tientallen push-ups, de een nog fanatieker dan de ander. En ze trekken zich veelvuldig op aan de manteau, de omlijsting van het podium die schuilgaat achter het theaterdoek. ‘We blijven in ons hart een stelletje competitieve pubers’, zegt oprichter Rogier Bosman (47), die als componist en arrangeur de meeste composities voor de groep schrijft. ‘Als de een iets kan, wil de ander dat ook kunnen.’

Hun bonte verzameling instrumenten – van banjo en pianola tot glasharp en concertina – wacht geduldig tot de toneelmeester het sein geeft: ‘Vijf minuten voor aanvang!’. Dan rekken de warmgelopen heren nog één keer hun stembanden op, strijken hun krulsnorren strak en checken hun verhoogde hartslag. Voilà, haal het doek maar op, de show kan beginnen.

Ontdekking

De vijf Släpstick-muzikanten, in leeftijd variërend van midden 30 tot begin 50, moeten voor ieder optreden topfit zijn, ook tijdens de try-outs van hun nieuwe show The Roaring Twenties, hier in België, waar de theaterzalen wel volledig open zijn. Behalve het meesterlijk bespelen van bijna ieder denkbaar instrument, bestaat hun handelsmerk uit theatrale slapstick. Noem het fysieke komedie, acrobatisch variété of woordeloos theater – Duitsers zeggen Schadenfreude en Fransen gebruiken burlesque of vaudeville – zonder een goed getraind lichaam maakt dit theatergenre geen schijn van kans. ‘Je moet over de grond kunnen rollen terwijl je op je viool Ierse folkrock speelt of springend op een trampoline de Erlkönig van Franz Schubert kunnen zingen’, zegt variétéspecialist Karel de Rooij (75), telg uit een roemrijke muzikale theaterfamilie en decennialang bekend als ‘kleine helft’ van het clowneske kleinkunstduo Mini & Maxi (1969-2017).

Een zingende Mini & Maxi in het eerste televisieprogramma waarvoor ze werden gevraagd: Goeie Ouwe Koffergrammofoon (NCRV, 1972) Beeld ANP
Een zingende Mini & Maxi in het eerste televisieprogramma waarvoor ze werden gevraagd: Goeie Ouwe Koffergrammofoon (NCRV, 1972)Beeld ANP

De Rooij ontdekte eind jaren negentig het komisch talent van de oprichters van Släpstick bij het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. ‘Mijn dochter Caroline, nu jazzzangeres, zei: ‘Pap, je móét komen kijken naar deze studenten met hun instrumentarium’. Ik trof een ondeugend stelletje muzikanten dat zoveel meer kon dan alleen even lollig doen.’ Twintig jaar geleden regisseerde De Rooij dan ook Lekker Warm, het theaterdebuut van de groep die zich toen nog Wëreldbänd noemde – ook met zo’n koppige umlaut, omdat ze ‘zichzelf niet te serieus nemen’, aldus Bosman. Voordat ze het theater in trokken bestormden de Wëreldbänd-muzikanten vooral het festivalcircuit met opzwepende muziekstijlen als jazz, swing, ragtime, folk en klassiek.

In 2017 braken ze internationaal door met de bejubelde voorstelling Släpstick, waarnaar ze een jaar later hun groep vernoemden ‘om in het buitenland verwarring te voorkomen met wereldmuziek, kinderband of geitenwollensokkengroep’, zegt Bosman. Nadat ze op het grootste kunstenfestival ter wereld – het Edinburgh Fringe Festival in Schotland – de prijs voor het overtuigendste debuut hadden gewonnen, toerden ze langs uitverkochte zalen in Engeland, Frankrijk, Duitsland, Amerika, Denemarken en Nieuw-Zeeland. Tot de coronapandemie hun een voet dwars zette. Nu vieren ze op 2 maart in Den Haag de première van hun jubileumshow The Roaring Twenties, waarna een tournee volgt door Frankrijk, Duitsland en de Benelux.

Valpartijen

Vanwege de fysieke eisen heeft medeoprichter Ro Krauss (51), violist en specialist in Balkanmuziek, vorig jaar besloten de band te verlaten; zijn rug trok de impact niet meer van de valpartijen met ladders, botsingen met planken en struikelscènes met stoelen. Gelukkig hebben Willem van Baarsen (51) en Sanne van Delft (49) met Släpstick-collega Bosman een ideale vervanger gevonden in violist Jaap Rovers (38), tevens operazanger en Nederlands Kampioen PowerPoint. Tien jaar geleden werd Jon Bittman (36) al kernlid van de band. De Amerikaanse houtblazerspecialist, met wortels in Roemenië en Israël, is bekend van diens saxofoon- en klarinetsolo’s op het eerste studioalbum van zangeres Caro Emerald.

'The Roaring Twenties’ Beeld Corné van der Stelt
'The Roaring Twenties’Beeld Corné van der Stelt

Alle Släpstickers hebben één ding gemeen: als kind waren ze verslaafd aan lachfilms van Charlie Chaplin, Buster Keaton, Harold Lloyd, Laurel & Hardy en The Marx Brothers. Iconen uit het tijdperk van de stomme film, slapstickhelden van precies een eeuw geleden.

Stan Laurel en Oliver Hardy in hun film ‘Liberty’ Beeld Getty Images
Stan Laurel en Oliver Hardy in hun film ‘Liberty’Beeld Getty Images

The Roaring Twenties wordt daarom een ode aan die roemruchte jaren twintig en een knipoog naar de turbulente start van het huidige decennium. Waar ze in Släpstick figureerden als zwervers op een kermis met schietspellen, spelen ze nu aristocratische heren met een voorliefde voor ridicule sporten die nergens over gaan. ‘We geven nooit een politieke lading aan onze voorstellingen. Maar wie wil, kan zien hoe de gebakken lucht van deze decadente leeghoofden tot een kookpunt komt’, aldus Van Baarsen.

‘Timing is alles bij goede slapstick’, benadrukt De Rooij. ‘Je moet altijd exact op de goede plek staan en de verwachtingen van het publiek steeds vóór weten te zijn. Je creëert telkens nieuwe problemen, blaast die op en kiest onverwachte manieren om je daaruit te redden.’ De Rooij beschrijft een voorbeeld uit Split (1998) waarin hij met Peter de Jong twee slaapdronken kerels speelt, die na een tapscène op zwemflippers dreigen te verdrinken in een gigantische ballenbak. Ze komen boven water maar moeten daarna boven hun hoofd die lekkende ballenbak zien te repareren. ‘We begonnen naïef met onze hoedjes als vlindernet, waardoor het publiek dacht: dit gaat met die regen van duizenden balletjes wel even duren. Op een moment dat niemand het verwachtte, wierpen we een grote hoeveelheid balletjes zo ver mogelijk de zaal in en kropen daar achteraan, over stoelleuningen, toeterend op trombones; iedereen liet zich meeslepen door de chaos, terwijl op het podium een lichtbak de rest elegant en snel wegveegde. Het volgende moment kwamen we alweer op in dikmaakpakken om een absurde worstelscène uit te vergroten. Zo werkt slapstick. Je bedenkt een script zonder één gesproken woord.’

Speeltuin

Choreograaf Stanley Burleson benadrukt tijdens een repetitie in hun garageloods in Westknollendam dat hij samen met regisseur Rogier in ’t Hout zorgt dat het publiek altijd de belangrijkste slapstickacties kan blijven volgen, terwijl al het andere ongezien uit beeld verdwijnt. ‘De mannen van Släpstick hebben een goede antenne voor waar de grap precies zit. Ze bieden tijdens repetities gigantisch veel materiaal aan. Met Rogier breng ik focus en bruggetjes aan in deze speeltuin.’

Bijna iedere slapstickartiest maakt daarbij dankbaar gebruik van klassieke slapstickattributen: de zwiepende ladder, een omvallende muur, een wiebelige stoel en een spiegel waar je doorheen kunt kijken. ‘Meestal doe je of je het obstakel niet ziet aankomen’, legt Van Baarsen uit. ‘Je botst of ontwijkt, negeert of grijpt in en hoe moeilijk ook, het moet er altijd makkelijk uitzien. We bouwen iedere act technisch volledig uit en spelen hem toch alsof die ons ter plekke overkomt.’

Buster Keaton, gevelscène in ‘Steamboat Bill jr.’ Beeld rv
Buster Keaton, gevelscène in ‘Steamboat Bill jr.’Beeld rv

Allemaal roemen ze Keatons iconische scène in zijn klassieker Steamboat Bill, jr. (1928): tijdens een tornado dreigt hij met ziekenhuisbed onder een vallende gevel te belanden. Op het moment suprême ontsnapt hij argeloos via een uit de sponningen geklapt raam. Veel artiesten spelen met zulke slapstickcitaten zoals omvallende muren. Mini & Maxi maakte er een hilarische act van in City (2001) tijdens de opening van het Nieuwe Luxor Theater in Rotterdam en de Wëreldbänd liet eveneens een wand vallen in hun hit Släpstick (2017).

Gevelscène Släpstick uit de voorstelling 'Släpstick’ Beeld Ipo Reinhold
Gevelscène Släpstick uit de voorstelling 'Släpstick’Beeld Ipo Reinhold

Charlie Chaplin

Ook de onnavolgbare motoriek van The Tramp, het goedhartige zwerverspersonage dat de Britse filmkomiek Chaplin wereldfaam bracht, vormt voor Släpstick nog steeds een inspiratiebron. In My Autobiography (1964) beschrijft Chaplin hoe hij per toeval op de set van een korte film (Mabel’s Strange Predicament, 1914) voor grappen moest zorgen in een saaie hotellobby. Chaplin griste een bolhoed en wandelstok van de kapstok, paste een iel jasje boven een slobberbroek en tekende een snorretje onder zijn neus om ouder te lijken. Zo ontstond de poëtische dromer, die op te grote schoenen van de ene slimme onhandigheid in de andere struikelde.

Wie Chaplins kleinzoon James Thiérrée bezig ziet in de film Chocolat (2016) of tijdens voorstellingen van zijn Zwitserse circusgezelschap La Compagnie du Hanneton, herkent direct een elegante, hyperflexibele nakomeling van The Tramp. In zijn bejubelde voorstelling La Veillée des Abysses (2004) struikelt de acrobaat annex clown zeker veertig keer achterelkaar over een wankele caféstoel. Niet één keer valt hij in herhaling. Het blijft grappig.

James Thiérrée in ‘Tabac Rouge’ Beeld Getty Images
James Thiérrée in ‘Tabac Rouge’Beeld Getty Images

Zijn zus Aurélia Thiérrée Chaplin jongleert tijdens de wonderlijke theatervoorstelling Bells and Spells (afgelopen september te zien tijdens festival Cultura Nova in Heerlen) met verdwijnende spullen in een magische droomwereld. Op de vraag hoe hun grootvader hen hierbij inspireerde geven ze allebei aan trots te zijn op ‘het Chaplin-dna’ in hun familie, maar benadrukken ze ook dat ‘Charlie Chaplin meer van het publiek is dan van hen’.

Hun ouders, de circusartiesten Victoria Thiérrée Chaplin en Jean-Baptiste Thiérée, geven al dertig jaar geen interviews meer. ‘Waarom dacht je dat wij woordeloos theater maken’, is de reactie van Chaplins dochter, tevens kleindochter van toneelschrijver Eugene O’Neill.

Charlie Chaplin Beeld Bettmann Archive
Charlie ChaplinBeeld Bettmann Archive

Theaterpoëzie

Wat ze via hun perswoordvoerder onderstrepen: ‘Wij gebruiken nooit de term slapstick. Dat associëren mensen snel met lolbroekerij en taartensmijterij. Het gaat om de kunstvorm van fysieke theaterpoëzie.’

De mannen in de loods in Westknollendam gebruiken slapstick juist wel als muzikale geuzennaam: slap a stick, de houten klepper, waarnaar het genre in Engeland ooit is vernoemd. ‘We beginnen met een zorgeloze dijenkletser of herkenbaar liedje, bijvoorbeeld van Wim Sonneveld, en net als toeschouwers denken er lekker in te zitten, nemen we een afslag die ze niet zien aankomen, met een uithaal van een hoge stem of een eigenwijze draai van een pianola’, zegt Bosman. Tegenwoordig krijgt Van Baarsen na afloop weleens vragen of zijn bibberend personage uit Släpstick nog wel kan: een dementerend mannetje met Parkinson. ‘Natuurlijk schuurt het soms. We delen tikken uit naar de kwetsbaarheid van de mens. Het overwinnen van moeilijkheden is nu eenmaal treurig en grappig tegelijk. Dat heet comic relief.’ De Rooij: ‘Je schuift in het theater altijd naar de rand. Absurde humor biedt herkenbaarheid, troost en melancholie.’

The Roaring Twenties door Släpstick, 19 februari try-out in Tiel, 1 en 2 (première) maart in de Koninklijke Schouwburg, Den Haag, daarna een tournee: slapstick.nl/tour/

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden