Column Toine Heijmans

Als de woorden er maar zijn

Volkskrantverslaggever Toine Heijmans schrijft wekelijks over zijn vader, die alzheimer heeft.

Vader Heijmans, lang geleden. Beeld Privéalbum Toine Heijmans

Taal is mijn vaders toevluchtsoord, hij kneedt het graag tot flauwe grappen en toegankelijke poëzie. Niet voor niets won hij op een haar na de Turing-gedichtenwedstrijd met een gedicht over een boom - ik geef het je te doen, een boom bedichten met Gerrit Komrij in de jury. Gerrit leefde nog, zo lang is het geleden dat mijn vader naast zijn zoon zat in de schouwburg in de stad, dertig centimeter langer toen hij zijn naam hoorde zweven boven het publiek, de naam van een dichter.

Het boek waarin zijn gedicht is afgedrukt behoort tot het standaardmeubilair van mijn vader en heeft nu een plek op het nachtkastje, dat zoals bekend een vreemd nachtkastje is, onaanvaardbaar vreemd, iets... wankels. Zoals al het meubilair in een studentenhuis wankel is vanwege de tijdelijkheid van de situatie. Geen nachtkastje om over naar huis te schrijven, aldus mijn vader.

Zoals bekend is ook dr. Alzheimer goed met taal - graag plaatsen mijn vader en zijn zoon hem in de traditie van het dadaïsme. Taal kapotmaken is óók literatuur, weetjewel. Gebroken woorden, neologismen, alles mag zolang het metonymisch is.

Mijn vader kijkt televisie, een programma over boeren, draait zijn hoofd naar zijn zoon die naast hem zit, kijkt hem doordringend aan en zegt dan met die zware Komrij-intonatie:

Het zijn de ins/ En de outs.

Slam! Dat is dichten.

Zo heeft de dr. de dichter naar een nieuw niveau gebracht: dat van disruptief kunstenaar. Mijn vader sloopt zijn taal. De vraag is niet wát mijn vader met zijn woorden bedoelt, het gaat erom dat ze er zijn. Het is existentieel.

Ik bedoel: er zijn ook leerlingen van dr. Alzheimer die compleet stilvallen, zo aanbidden ze hun meester.

Verplaatsen we de scène naar mijn vaders studentenkamer, waar zijn zoon mijn vader uitkleedt voor de nacht, de sokken, de trui, de broek, en alvast de agenda doorneemt.

Peter komt morgen/ Welke Peter/ Je broer Peter/ Wat doet die dan/ Die komt op bezoek/ Dat vind ik jammer/ Wat vind je jammer?/ Die sokken die je draagt.

Uitgevers moeten snel zijn, want mijn vaders taal wordt almaar kaler, als een beuk aan het begin van de winter, de bladeren eraf, daarna de takken, de stam wankel als een nachtkastje. Wat overblijft lijkt brandhout, maar hé, het is wel mijn vader, de dichter van inzending nr. 8.449 voor de Turing-gedichtenwedstrijd, titel: Reverence voor een doodgewone Koningin.

Let op die tweede kapitaal. In mijn vaders taal geen ruimte voor slordigheden.

In die schouwburg, die avond, zat dr. Alzheimer al te koekeloeren naar mijn vader. En hij koekeloerde terug. Niemand die hun prille liefde zag. Kijk wat het is geworden.

Mijn vader loopt de gang in van zijn studentenhuis en ziet vier personages staan. Het zijn vier bekende personages, dat zeker, vermoedelijk zelfs vier familieleden, maar hoe bekend is vooralsnog onduidelijk.

Traag krult een glimlach op zijn gezicht. Vier bier!

t.heijmans@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.