Als Damon Albarn zich niet verstopte binnen de logge band, werd Gorillaz pas echt goed

Concert (pop) - Gorillaz

Daar waren ze weer, 2-D, Russell, Noodle en Murdoc, de stripfiguurtjes die samen de virtuele band Gorillaz vormen. In 1998 aan de tekentafel bedacht door popmuzikant Damon Albarn en striptekenaar Jamie Hewlett. Eigenlijk zouden ze nooit gaan optreden, maar sinds 2005 is Gorillaz ook echt een live-attractie. Damon Albarn leidt een wisselend gezelschap aan muzikanten, de tekentafelfiguurtjes spelen een hoofdrol op een immens scherm boven het podium.

Foto Ben Houdijk

Zeven jaar geleden maakte Gorillaz mede door de imposante gastenlijst (leden van The Clash, Neneh Cherry en Bobby Womack) veel indruk in de Heineken Music Hall. Dinsdag stonden ze met minder gasten even verderop in de ruim drie keer zo grote uitverkochte Ziggo Dome.

Gorillaz lijkt steeds meer een project van vooral Damon Albarn te zijn geworden. De avonturen van 2-D, Russell, Noodle en Murdoc zijn eigenlijk weinig aangevuld. Heel erg veel heeft Jamie Hewlett de afgelopen jaren niet bijgetekend. Het eerder dit jaar verschenen album Humanz is vooral van Albarn zelf en een reeks gasten vooral geplukt uit de hiphopwereld. Vince Staples, Danny Brown en DRAM waren er niet bij, maar net als zeven jaar geleden, De La Soul wel.

Superfast Jellyfish waarin ze voor het eerst opdoken, liet nog even op zich wachten. Eerst was het vooral Damon Albarn zelf die even liet horen dat veel van Gorillaz mooiere liedjes (Last Living Souls en Tomorrow Comes Today) gewoon zonder gasten zijn gemaakt.

Albarn verkeerde in sterke vorm en maakte vooral op rustige momenten, zoals in het fraaie On Melancholy Hill, veel indruk.

Maar het was jammer dat hij omringd werd door een te groot gezelschap aan muzikanten en zelfs een zeskoppig koor. Ze brachten een hard maar nogal anoniem machinaal rockgeluid voort, waarin de stemmen van het koor nauwelijks ruimte kregen.

Even dacht je met weemoed terug aan Albarns andere band, Blur. Het contact dat hij met Blur zo vanzelfsprekend met het publiek wist te leggen, ontstond dinsdag veel moeilijker. Al lag dat ook een beetje aan het niet altijd even sterke materiaal.

Damon Albarn in Nederland

Nooit eerder stond Damon Albarn in Nederland voor zo’n groot publiek als dinsdag in de Amsterdamse Ziggo Dome. Ook niet met zijn in de jaren negentig florerende Britpop-band Blur. Concerten van Blur vonden plaats in zalen niet groter dan Vredenburg in Utrecht. En die ene keer dat Blur op een groot festival te zien was (Lowlands, 1997) maakte de band zo’n ongeïnspireerde indruk dat ze de tent al snel half leeg speelde. Net als in de Verenigde Staten was Blur in Nederland veel minder populair dan Gorillaz. Toen Albarn dit aanvankelijk als ‘virtuele band’ omschreven project in 2010 uiteindelijk toch geschikt maakte voor een wereldtournee, waren de vijfenhalfduizend tickets voor de Heineken Music Hall (tegenwoordig Afas Live geheten) snel weg. Dinsdag, zeven jaar later stond Albarn met zijn Gorillaz in de Ziggo Dome (17.000 plaatsen). Een mooie plek op een van de zomerfestivals lijkt een volgende stap voor Damon Albarn in Nederland. Onder eigen naam stond hij al eens op Down The Rabbit Hole (2014), Gorillaz lijkt nu groot genoeg voor een plek bovenaan op de affiches van Pinkpop en Lowlands.

Vooral nieuwe liedjes als Sex Murder Party, Garage Palace en Strobelite (met zanger Peven Everett) bleken live nogal middelmatige opvullers. Het nieuwe album Humanz is dan ook gewoon niet zo'n sterke plaat. Albarn wil erop heel graag een doorsnee geven aan hedendaagse hiphop en clubmuziek, maar het resultaat is een nogal rommelig geheel met weinig echte uitschieters. Het met dancehall ritmes geïnjecteerde Saturn Barz is een van de betere liedjes op Humanz, maar live zonder zanger fysieke aanwezigheid van Popcaan klonk het net wat minder krachtig.

Veel beter deden oudere nummers als Feel Good Inc., El Mañana en Punk het. Liedjes ook die sterk leunden op de Albarn zelf. Als hij zich niet verstopte binnen de logge band, werd Gorillaz pas echt goed, zoals tijdens de ijzersterke toegift. We hadden inmiddels een beetje genoeg van de actiefilm-beelden van Bruce Willis, waren ook een beetje melig van de vier stripfiguurtjes en wilden gewoon even opgaan in meeslepende muziek die niet iedere vijf minuten van genre wisselde.

Dat verzoek werd aan het slot van de show ruimhartig ingewilligd. De gortdroge staccato beat in Kids With Guns, de luchtige opgewekte zang van Albarn in Clint Eastwood, en de louterende koorzang in Don't Get Lost In Heaven zorgden voor een daverend slot.

Meer over