Interview Tim Kamps

Als cabaretier had Tim Kamps het nooit over zijn jeugd. In zijn debuutroman beschrijft hij zijn ongemakkelijke, soms absurde ervaringen voor het eerst

Cabaretier en schrijver Tim Kamps (41) Beeld Frank Ruiter

Tim Kamps (41) groeide op in een woongroep in de jaren tachtig. Dat hij daar dingen meemaakte die niet helemaal normaal waren, realiseerde hij zich pas later. Het uitgangspunt, ook bij dit boek, was wel weer gewoon humor, zoals bij alles wat hij doet. 

Echt gebeurd of verzonnen? 

‘Het verhaal is autobiografisch, biografisch en fictie. Ik heb mijn eigen ervaringen uit de woongroep waarin ik opgroeide gecombineerd met die van een vriendin die als kind in een commune woonde, en ik heb er dingen bij verzonnen.

‘Mijn moeder werd lesbisch toen mijn tweelingbroer Wart en ik 1 jaar oud waren. Kun je dat eigenlijk zo zeggen, dat iemand lesbisch wordt? In ieder geval: mijn ouders zijn toen gescheiden. Wel hebben ze nog een tijd in hetzelfde huis in Rotterdam gewoond, met ons en nog wat andere mensen, onder wie mijn tante en een vriendin van mijn moeder. Tot mijn vader een vriendin kreeg, toen ging het niet meer. Vanaf ons vijfde woonden Wart en ik bij vier verschillende mensen: onze vader, moeder, lerares en tante. Mijn moeder had een postnatale depressie en kon niks aan, qua prikkels. Zij kon de zorg voor ons niet alleen dragen.

‘Ze lag destijds hele dagen op bed te roken. Toen ons op school werd gevraagd om onze ouders te tekenen, tekende ik haar dus rokend in bed. Nu zou een leraar daar waarschijnlijk wel op aanslaan, maar dat gebeurde destijds niet.’ 

‘De kinderen in het boek worden door hun ouders vrijgelaten. Of: aan hun lot overgelaten. Dat was zo’n beetje de sfeer waarin ik opgroeide, en voor een deel misschien ook de tijdsgeest. Ik herinner me dat we op visite gingen bij vrienden van mijn moeder en dat er dan in ons bijzijn zo veel werd geblowd dat ik me ook een beetje wazig voelde – ik was 6. 

‘Het idee voor De verschrikkelijke jaren tachtig ontstond tien jaar geleden, toen ik een rare anekdote uit mijn jeugd opschreef. Een lesbische vriendin van mijn moeder liet Wart en mij een keer een foto zien van haar kut met peren ernaast. Mijn moeder en zij vonden dat hilarisch, maar wij begrepen er niks van. Zo absurd zou ik het nooit verzonnen krijgen.

‘Pas op latere leeftijd kwamen we erachter hoe abnormaal dit soort dingen eigenlijk waren. We groeiden op in een omgeving met kinderen die óók in een soortgelijke rare situatie zaten. Met die vriendin uit de commune kan ik er nu ook om lachen. In de dingen die we zo verschrikkelijk vonden, zit ook een hoop humor. Ik denk dat dat onze manier is om ermee om te gaan.’ 

Waren de jaren negentig beter of net zo verschrikkelijk? 

‘Niet per se beter, maar aan dat decennium heb ik uiteindelijk wel mijn eigen draai kunnen geven: in 1997 vormden Wart, Bor Rooyackers en ik een cabaretgroep en een jaar later wonnen we als Rooyackers, Kamps & Kamps het Amsterdams Kleinkunst Festival.

‘In het theater hebben Wart en ik nooit iets gedaan met onze jeugd. Wij maakten absurd cabaret, geen stand-upcomedy over persoonlijke onderwerpen.’

Tim Kamps groeide op in een woongroep. In zijn debuutroman beschrijft hij zijn ongemakkelijke, soms absurde ervaringen voor het eerst. Beeld Frank Ruiter

Met of zonder Wart? (1) 

‘Toen Rooyackers, Kamps & Kamps in 2009 stopte, gingen Wart en ik verder als Kamps & Kamps. Na twee voorstellingen was het op. Er stond een tournee met een derde programma gepland, maar bij de vierde try-out in Enschede klapte het. Het ging niet goed die avond, maar het ging al veel langer niet goed met ons. We hadden voortdurend ruzie. Die ruzies gingen nergens over, echt over dingen als wie er moest rijden naar een optreden.

‘Tijdens die try-out in Enschede liepen er veel mensen weg uit de zaal. ‘Jongens’, zei ik, ‘Geen probleem als jullie weg willen, maar doe het dan nu even, dan kunnen wij door.’ Het bleef stil, maar toen we verder gingen, stonden er wéér mensen op. Zo ging het drie keer. Toen kon ik niet meer. ‘Ik kap ermee’, riep ik, en ik ben het podium afgelopen. Als ik op dat moment sterk in mijn schoenen had gestaan, was ik gewoon doorgaan, maar ik zat er doorheen. Wart en ik waren het er gelijk over eens dat dit het einde was. Dat was moeilijk, natuurlijk. Dit was wat we 15 jaar lang hadden gedaan. Het betekende het einde van onze carrière, maar het was een goede beslissing.’

Cabaretier of niet meer?

‘Af en toe. Ik schrijf nog steeds voor het Radio 2-programma Spijkers met koppen. En humor is het uitgangspunt bij alles wat ik maak, ook bij dit boek.

Solo, duo of trio?

‘Trio. Soms voel ik nog wel de behoefte om het podium op te gaan als cabaretier, maar ik wil niet alleen. Volgens mij zou ik dat ook helemaal niet kunnen. Het lijkt me echt heel erg om in je eentje een slecht optreden te doen. Als je met zijn tweeën of drieën bent, kun je altijd een ander de schuld geven. Dat deden wij met Rooyackers, Kamps & Kamps voortdurend, zelfs terwijl de show nog bezig was. 

‘Het fijne aan cabaret is dat je gelijk een reactie krijgt van het publiek. Met dit boek moet ik maar afwachten of mensen het leuk vinden.

Rotterdam of Amsterdam? 

‘Ik woon in Amsterdam, want dat vind ik handiger voor mijn werk, maar ik voel me na vijf jaar nog steeds een toerist in eigen stad. In Rotterdam ben ik thuis. Ik ga nog steeds elke zondag op en neer om te voetballen bij RVV Blijdorp, waar ik al twintig jaar in een heel slecht team zit met Bor.’

Onzeker of arrogant? 

‘Ik ben even onzeker als arrogant. Voor ons als trio gold hetzelfde. We vonden écht dat we origineel waren en stonden volledig achter wat we deden, dus als je het niet leuk vond, nou fuck you dan. Maar waarom ga je op een podium staan? Omdat je bevestiging zoekt. Dat gaat altijd gepaard met een diepe onzekerheid: ben ik wel goed, word ik wel begrepen?’

Acteren of regisseren? 

Het is mijn ambitie om ooit een speelfilm te regisseren. Voor de regie-opleiding aan de Filmacademie werd ik niet aangenomen, dus ik heb het geleerd nadat ik er gewoon maar mee ben begonnen, net als met cabaret. Bij andere mensen zie ik hoe ze beter kunnen spelen, maar als ik zelf acteer, vind ik het moeilijk om precies te begrijpen wat een regisseur van me wil.’

Met of zonder Wart? (2)

‘We zien elkaar ongeveer drie keer per week en hebben vorig jaar samen het scenario geschreven voor een jeugdfilm, Het irritante eiland. Bij alles wat ik maak, denk ik als eerste aan Wart. Toen ik de sciencefictionkomedie Missie Aarde bedacht en mocht maken voor de VPRO, wist ik gelijk dat Wart de kapitein moest spelen. Ik vind hem een goede en grappige acteur, en als tweeling komen wij in een samenwerking snel tot de kern. Ik hoef tegen hem nooit voorzichtig te zeggen dat iets slecht is.

‘Wart heeft wat minder klappen van onze jeugd gehad dan ik. Ik was de oudere broer van ons tweeën. Hij moest altijd bij mij achterop, die metafoor tekent onze verhouding wel.

‘Ik ben onwijs trots op zijn acteerwerk, maar ergens vind ik het natuurlijk ook wel een beetje irritant dat hij een betere acteur is en dat hij sinds we zijn gestopt met Kamps & Kamps zo veel zonder mij doet. Dit boek is het eerste wat ik zonder hem heb gemaakt. Hij heeft het ook nog niet gelezen. Mijn moeder heb ik al wel een beetje voorbereid. Zij is nu trouwens niet meer lesbisch, ze woont samen met een man. En ze is een lieve vrouw, dat wil ik wel even benadrukken. Het heeft lang geduurd voor ik een goede band met haar had, maar die band is er wel, de laatste paar jaar.

In de liefde: solo of duo?

‘Ik ben pas vijf dagen samen met mijn vriendin, dus dat is nog vrij pril. Eh, ja, ik ben altijd slecht geweest in relaties.’ Lacht spottend: ‘Waarschijnlijk óók door mijn jeugd. Ik kan me moeilijk binden, maar dit keer gaat het beter.

‘Het gaat ook met mijzelf veel beter. Ik ben lang een ontzettende hypochonder geweest, had allerlei angsten, net als mijn moeder vroeger. Zij dacht altijd in rampscenario’s. Rond mijn 24ste werd ik écht ziek. Colitis ulcerosa, een darmziekte. Tot mijn 30ste heb ik veel in het ziekenhuis gelegen. Uiteindelijk is mijn dikke darm in zijn geheel verwijderd. 

Colitis ulcerosa kan getriggerd worden door overmatige stress. Ik heb de schuld gegeven aan hoe wij opgroeiden en aan mijn moeder, maar inmiddels zie ik het als een samenloop van omstandigheden; het is niet iemands schuld.

‘Ik ben gelukkig ook niet meer zo sociaal ongemakkelijk. Tot mijn 30ste durfde ik bijna geen winkels in, omdat ik bang was voor verkopers. Als we vroeger een winkel binnenkwamen, zei mijn moeder: ‘Deze jongeman wil graag een jas kopen.’ Dat vond ik zó gênant.

‘Wat dat betreft heb ik veel gehad aan het RTL-programma Foute vrienden, dat volledig draait om ongemakkelijke situaties. Ik deed eraan mee omdat ik het supergrappig vind. Tegenwoordig ga ik het ongemak gewoon aan, bijvoorbeeld door het in een restaurant eerlijk te zeggen als ik niet lekker heb gegeten. En Wart schaamt zich dan kapot voor mij.’

Tim Kamps, De verschrikkelijke jaren tachtig, verschijnt 4/10 bij Lebowski.

Tim Kamps

1977 geboren in Utrecht
1997 richt met Bor Rooyackers en tweelingbroer Wart Kamps cabaretgroep Rooyackers, Kamps & Kamps op
1998 winst jury- en publieksprijs op het Amsterdams Kleinkunst Festival
2009 Bor Rooyackers verlaat na vijf voorstellingen de groep, Tim en Wart Kamps gaan verder als Kamps & Kamps
2009-2013 Het Monica Da Silva Trio, voorstellingen met Arjen Lubach
2012 tweede en laatste cabaretprogramma Kamps & Kamps, kandidaat in Wie is de mol? (AVROTROS) en De Slimste Mens (KRO-NCRV)
2015-2016 regisseert twee seizoenen van de door hem bedachte sciencefictionkomedie Missie Aarde (VPRO)
2017-heden Foute vrienden (RTL5)
2018 roman De verschrikkelijke jaren tachtig
Tim Kamps woont in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.