'Als alles wordt onthuld, kan ik niet leven'

Zijn monumentale roman 'Het boek der herinneringen' (1986) bezorgde de Hongaarse schrijver Péter Nádas wereldfaam. Maar oorspronkelijk was hij fotograaf....

Door Arjan Peters

Enig overleg is nog nodig, als Péter Nádas (Boedapest, 1942) maandag door de zalen van het Fotomuseum in Den Haag loopt, waar morgenmiddag de Hongaarse ambassadeur Gábor Szentiványi de expositie Zielsverwant zal openen. Niks hangt nog. De ruim honderdtachtig zwart-wit foto's van eenendertig verschillende fotografen (onder wie Robert Capa, André Kertész, Brassaï, en Eva Besnyö die vanaf de jaren dertig tot aan haar dood in 2003 in Nederland woonde) staan nog op de vloer, ingelijst leunend tegen de wand. Museumdirecteur Wim van Sinderen legt de Hongaarse schrijver, fotograaf en gastconservator de tekst voor die Nádas als inleiding voor de catalogus heeft geschreven. 'Deze willen we er graag bij wijze van introductie bij hangen.' Nádas aarzelt. 'Tussen al die foto's een boek aan de wand hangen, dat zint me niet. Misschien wil ik wel helemaal geen tekst. Dat wordt zo gauw kitsch.' Zachtmoedig maar beslist meegedeeld. Van Sinderen incasseert de tegenslag door een pauze te nemen, knikt begripvol, zonder te capituleren: 'Uw standpunt is duidelijk. Maar de bezoekers willen informatie. Die hebben steun aan zo'n tekst. Misschien kunnen we de inleiding in een andere letter zetten? Uw tekst is supergut.' Nu aarzelt Nádas in een gunstiger richting: 'Een moderne letter, dat zou kunnen. Maar dan niet kolossaal uitvergroot. De algemene maat graag.' Van Sinderen heeft beet. 'Natuurlijk, dat doen we. En dan niet in een spiegellijst, als ik u goed begrijp.' Nádas: 'O, zeker niet.' De tekst is gered. Vier van deze dagen gaan nog volgen, met gezamenlijke besluiten over de indeling van de zalen, het licht, de proportie. Vast staat dat de ramen van de laatste zaal verduisterd zullen worden, en dat de belichting schaars is. In die slotzaal gaat de gastcurator zijn eigen boom exposeren, die de bezitters van zijn fotoboek Een zweem van licht (1999) bekend voorkomt. Op het erf van Nádas' huis in het Hongaarse gehucht Gombosszeg staat een wijdvertakte wilde perenboom. 'Eigenlijk heb ik niet het huis gekocht, maar deze boom', schreef hij in een begeleidende tekst in genoemd boek, dat afsluit met acht platen van deze majesteit in verschillende seizoenen. Ook na 1999 is Nádas zijn boom blijven vastleggen, onder meer op ruim vijfhonderd polaroids, gerangschikt op een zestal gigantische panelen. Van die breekbare 'schetsen', zoals de maker ze noemt, zou niets overblijven wanneer ze aan het Haagse daglicht werden blootgesteld. Het gedempte licht dat Van Sinderen heeft bedacht, is dus behalve feeëriek ook absolute noodzaak.

In een personeelskamer beneden zet de schrijver - die is opgeleid als fotograaf en voor diverse gecontroleerde kranten en tijdschriften werkte -, uiteen wat hem trof bij de selectie van de foto's, die hem twee maanden kostte. Sociaal engagement, historische melancholie. Eigenlijk hetzelfde waardoor ook Het boek der herinneringen kan worden getypeerd, de grote fijnzinnige Oost-Europese roman die Nádas naam wereldwijd vestigde. Vanaf het begin, toen André Kertész, Rudolf Balogh en Iván Vydareny de horror van de Eerste Wereldoorlog vastlegden, waren ze bezig hun wanhoop in 'sociaalkritische levenskracht' om te zetten. Nádas: 'Dat thema hoef je niet te zoeken, het is zonneklaar. Met de Eerste Wereldoorlog stortte de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije in, en het Hongaarse koninkrijk, de verschillen tussen aristocratie en armen werden gigantisch. Vanaf toen heeft het land continu catastrofen ondergaan. 'Hongarije werd een staat van drie miljoen bedelaars. Gevolgd door de Tweede Wereldoorlog, gevolgd door de dictatuur. Geen van de fotografen heeft dat alles koud gelaten. Ze leggen een ophanging vast, kruisen, graatmagere en hologige soldaten naakt in een ligbad.' Maar tegelijk laat die laatste foto, zegt Nádas terwijl hij bladert in zijn catalogus, van Vydareny, zien hoe mensen met elkaar ín die ellende kunnen omgaan. Of hier, twee lachende soldaten op een ton, in Esztergom, 1915. 'Ze leggen de ellende nooit puur realistisch of voyeuristisch vast. Ze zijn betrokken. Tonen het kleine geluk, dat er is ondanks het grote ongeluk; het minimum, om zich staande te houden en zich niet op te hangen. Tientallen jaren lang. In elke verschrikking is toch steeds dat kleine geluk te betrappen. 'Koele en zakelijke foto's ken ik alleen van Amerikanen en Duitsers. Vanaf de Tweede Wereldoorlog heeft Europa de gruwelijkheid opgeslokt. Kijk nu in de krant, naar de foto's uit Afrika: niemand kijkt in de diepte of denkt na, alles wordt toegelaten. Esthetiek die ik haat. Schel licht, dat alles onthult. Maar ik wil niet dat alles wordt onthuld, want dan kan ik zelf niet leven.' We zijn aan ellende gewend geraakt, met alle gevolgen van dien, zegt Nádas: 'Maar fotografie mag niet ongevoelig zijn, dat is waarin de Hongaarse meesters met hun picturale portretten en situaties mijns inziens als lichtend voorbeeld voor de toekomst dienen.' Nádas is gestopt met fotograferen. 'Mijn grote probleem als fotograaf was dat ik het niet volhield. Ik moest het land in om vrolijke mensen te fotograferen, terwijl zij met harde hand de collectieve landbouw in gedreven waren.' Hij moest die depressieve gezichten aan het lachen te maken, opdat de foto's als propaganda konden dienen. 'Propaganda tegen henzelf. Ik was juist geboeid door hun droeve geschiedenissen, en kón die mensen niet vervalst weergeven.' Toen heeft hij zijn vak verruild voor journalistiek schrijven. 'Om ook daarin te ervaren, dat liegen me niet gemakkelijk afging. Na de Russische interventie in Praag 1968, die ik opgewekt diende te verslaan, heb ik me ziek gemeld, ik was ook werkelijk depressief. Toen begon het ándere, literaire schrijven.' We gaan naar het depot. Daar laat Nádas zijn boom zien: honderden plaatjes van die ene, die geen twee keer dezelfde perenboom is. Honderd jaar oud, volhardende getuige van de hele eeuw die de expositie bestrijkt. Een paar jaar geleden kreeg Nádas een hartinfarct op straat, waarover hij het schitterende document De eigen dood schreef, dat zojuist is vertaald. In het ziekenhuis, zwevend tussen dood en leven, bemerkte hij dat de details van zijn eigen leven niet meer in verband stonden met het verhaal van zijn leven: 'Zo'n verhaal bestaat namelijk niet, heeft ook nooit bestaan. Wat me eindeloos verraste.' Van zijn boom heeft hij in twintig jaar tijd zeer veel geleerd. 'Bijvoorbeeld dat er geen seizoenen bestaan, dat is een uitvinding van de Gregoriaanse kalender. Er is geen lente of herfst. Er bestaan alleen subtiele overgangen, die je met de camera nauwelijks kunt volgen. Ik probeer het, met de schetsmatige, primitieve polaroids en de grotere foto's gemaakt met een professionele Hasselblatt. De minder perfecte vind ik beter, ze geven de fantasie ruimte. Er is geen chronologisch of causaal verband, leert de boom mij, en dat sluit aan bij het inzicht dat mij geschonken werd door mijn hartinfarct. 'Ik sluit me volledig aan bij de dichtregel van Pessoa, die de boom liefheeft, niet omdat hij mooi is, maar omdat hij een bóóm is. Je kunt er allerlei mystieke of antropologische symbolen aan toedichten, want een boom biedt bescherming, is geworteld, staat voor de Levensboom. Maar wat ik zie: ook ieder herfstbeeld is per jaar zeer verschillend. Wie bei uns, wie bei uns! Ook een levensloop is een constructie, een verzinsel. Kijk maar. Wat je hier op die panelen ziet, dat is niet mijn verhaal, het is het verhaal van de boom zelf.' Terug naar boven, waar Van Sinderen een dissonant laat horen: 'Uitgeverij Van Gennep gaat Een zweem van licht verramsjen. De partij is al bij De Slegte. Die gaat haar in maart 2005 verhandelen. Nou wilde ik alle zeshonderd resterende exemplaren kopen en hierheen halen. Kon niet.' Waarom niet, vraagt Nádas voorzichtig. 'Weil Holland so bürokratisch ist', zucht Van Sinderen. Het licht op zaal lijkt ineens bijpassend schel.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden