'Als alles op zijn plek valt, dan wordt het magisch'

Geen betere manier om het nieuwe filmjaar in te luiden dan met het Internationaal Film Festival Rotterdam. Van 27 januari tot 8 februari gidsen de Gasten van de Volkskrant u door het uitgebreide programma. Vandaag: acteur Nasrdin Dchar (37), zag de openingsfilm Beyond Sleep en The Idol.

Nasrdin Dchar Beeld Janey van Ierland

Hoe vond je de festivalopening?
Heel gaaf. De speech van Bero Beyer (IFFR-directeur, red.) was er eentje om in te lijsten. Hij vertelde over de kracht van kunst, de verhalen die je kunt vertellen. Maar ook de vragen die je jezelf kunt stellen. Daarin linkte hij op een mooie manier naar deze tijd. Naar filmmakers die hun films niet kunnen afmaken, omdat ze niet leven in een vrij land zoals wij. Ik vind het mooi als mensen iets vanuit het hart presenteren. Zonder spiekbrief. Alles uit het hoofd. En de Koningin was er ook, dat was een leuke bijkomstigheid.

Wat vind je leuker; gast op de opening of bezoeker op een 'normale' festivalavond?
De opening is veel grootser, dat maakt de sfeer wel anders. Vaak moet je dan ook nog even wat interviews geven en op de foto. Bij een normale festivalavond, zoals toen ik naar The Idol ging, hoef ik me geen zorgen te maken om hoe ik eruit zie of hoe mijn haar zit. Maar een festival dat zo groot is, heeft wel zo'n opening nodig. Het was dan nog best Rotterdams. Geen black tie, je kon gekleed gaan zoals je wilde. Daar houd ik van.

Waarom wilde je The Idol graag zien?
Ik ben fan van de regisseur, Hany Abu-Assad. Ik heb aardig wat films van hem gezien, waaronder ook zijn laatste producties Omar en Paradise Now.

Wat vind je zo goed aan zijn werk?
Het raakt me. Zijn films gaan vaak over de Palestijnse zaak. Zijn manier van verhalen vertellen daarbij is dat hij het heel menselijk maakt. Dat vind ik mooi. Hij haalt het helemaal naar de mens toe, naar zijn strijd. Daardoor kun je je goed inleven. Ik was ook benieuwd naar The Idol (gebaseerd op de Palestijnse jongen Mohammed Assaf die in 2013 Arab Idol won, red.), omdat ik dat toentertijd een beetje heb gevolgd. Toen Mohammed Assaf de kwartfinales haalde, begon het ook op mijn Facebook rond te gaan. Ik heb me toen een beetje in hem verdiept. Hoe hij daar is terechtgekomen, is eigenlijk onmogelijk.

En, hoe vond je de film?
Zijn verhaal is heel mooi in beeld gebracht. Eerst zie je hoe hij als kind droomt ooit mee te doen aan zo'n nationale zangwedstrijd. Dan gebeurt er iets, ik zeg niet wat, en ben je opeens vijftien jaar verder waar hij de aankondiging voor de audities van Idol op televisie ziet. Maar die zijn in Egypte en hij zit gevangen in Gaza. Hoe gaat hij daar komen? In de film zit veel humor, dat is heel prettig. Tegelijkertijd speelt door je hoofd wat zo'n jongen allemaal heeft moeten meemaken. Heel de Arabische wereld had het over hem. Voor de Palestijnen was het voor het eerst dat ze, ten opzichte van de wereld, het gevoel kregen dat ze de winnaar waren, dat ze boven iedereen stonden. Dat vind ik heel ontroerend.

(Tekst gaat verder onder de video)

Het doet een beetje denken aan Abu-Assads dankwoord toen hij een Golden Globe won voor Paradise Now. Daarin zei hij dat hij de prijs op te vatten als erkenning voor het feit dat Palestijnen 'onvoorwaardelijk recht hebben op vrijheid en gelijkheid'. Ook jij gebruikte het podium voor een politieke boodschap toen je een Gouden Kalf won.
Ik zou zo'n link niet durven te maken, de Palestijnse zaak is zoiets groots. Maar ik heb wat dat betreft inderdaad ook mijn moment gepakt om iets groters aan te kaarten dan alleen die prijs (in zijn dankwoord reageerde Dchar op een uitspraak van toenmalig vicepremier Maxime Verhagen. Die had gezegd de angst voor buitenlanders 'best begrijpelijk' te vinden, red.) Ik ben een geëngageerde kunstenaar, ik ben heel erg bezig met wat er om mij heen gebeurt. Daar heb ik toen iets over gezegd. Helaas hebben die woorden weinig uitgemaakt. Het is nu nog heftiger dan toen.

Voel je nog steeds de behoefte je daarover uit te spreken?
Als je mij op Twitter volgt, zie je dat ik dat doe. Ik houd niet van onrecht. Maar ik probeer niet mee te gaan in het negatieve. Ik probeer me juist de richten op het positieve. Laatst twitterde ik, 'Zullen we een revolutie van goed nieuws creëren?' - en dat meen ik.

Had je zo'n rol als die van Mohammed Assef willen spelen?
Zeker, ik kan alleen niet zo goed zingen. Maar het is een mooie en belangrijke rol. Het geeft een andere kleur, een tegengeluid. Feit is dat kunst verbindt. Dat zie je bij zo'n film. Opeens stond de gehele Arabische wereld achter deze jongen. Maar ik zie het ook als ik het toneel op stap. Mensen hebben een kaartje gekocht, willen het erover hebben. In de zaal ontstaat een vorm van verbinding. Ik zie dat als een soort verantwoordelijkheid. Ja, zo voelt het wel.

(Tekst gaat verder onder de video)

Naast het toneel speel je ook in films en series. Welke vorm heeft je voorkeur?
Ik houd van beiden, maar ik denk niet dat ik zonder toneel kan. Toneel is magisch. Als je voor de camera staat, weet je dat er daarna nog door iemand aan wordt gewerkt. Op het toneel gaat het doek open en moet je het publiek meenemen. Dat geeft een kick. En als alles op zijn plek valt, dan wordt het magisch. Ik stond vorig jaar met mijn monoloog (Oumi, red.) in Carré voor 1.500 man. Tijdens het spelen werd ik me er opeens van bewust, '1.500 man zit nu op het puntje van zijn stoel naar mij te luisteren'. Dan ga je gewoon vliegen.

Schiet je niet in de stress?
Nee, ik vind het juist heerlijk! Dat heb je niet bij film. Tegelijkertijd nam ik gister een nogal emotionele scène op met Hadewych (Minis, red.) voor Zwarte Tulp. Opeens voelden we allebei, 'dit was te gek'. Samen creëer je iets wat werkt. Dat is ook kunst.

Wat is de mooiste rol die je hebt gespeeld?
Ik heb het gevoel dat mijn mooiste rol nog moet komen. Ik ben wel heel trots op mijn rol in De Infiltrant, daar heb ik hard voor gewerkt. In Wolf had ik een kleine rol, maar wel een belangrijke. En Rabat. Rabat zit in mijn hart. Die film heeft voor ons allemaal deuren geopend. Rabat was meer dan alleen een film, het was een soort movement.

Terug naar het IFFR. Wat vond je van de openingsfilm, Beyond Sleep?
Heel bijzonder. Het is echt een film die beklijft. Door de cameravoering, de manier waarop het verhaal wordt verteld. En Reinout Scholten van Aschat speelt weer-ga-loos. Dit zal internationaal zeker deuren voor hem openen, het is een mooi visitekaartje.

Had je het boek gelezen?
Nee, maar ik las ergens dat dat ook niet nodig is. Ik had vooraf wel de trailer gezien, die sprak me eerlijk gezegd niet zo aan. Maar de film zelf kwam wel echt binnen. Ik moest er naderhand ook even met andere mensen over praten.

(Tekst gaat verder onder de video)

Nog een laatste tip?
Ga naar Much Loved van Nabil Ayouch. Die had ik al gezien voor het IFFR en ik was er erg van onder de indruk. En The Idol, natuurlijk. Wat een topfilm.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden