Alper zocht de intimiteit van muzikale concentratie

Joe Alper fotografeerde de groten van de jazz- en folkscene in de jaren zestig op een opvallend intieme manier.

Bob Dylan met vriendin Suze Rotolo (1962). Beeld Joe Alper Photo Collection LLC

Dat Bob Dylan in zijn jeugdjaren overrompelend schattig kon zijn, had de Amerikaanse muziekfotograaf Joe Alper goed gezien. Alper beschouwde zich begin jaren zestig als vriend van de opkomende folkzanger en de twee liepen elkaars deur plat. Dus fotografeerde Alper Dylan in zijn meest ontspannen vorm: spelend met de blokkendoos van Alpers zoontje George of knabbelend aan een boterham, aan de ontbijttafel. Alper zat naast het bed van Dylan terwijl die door pakken bladmuziek bladerde, peukje in de rechterhand. En hij fotografeerde Dylan in warme omhelzing met zijn vriendin Suze Rotolo, ergens in 1962.

Joe Alper (1925-1968) zag veel in de Amerikaanse jazz- en folkmuzikanten uit de jaren vijftig en zestig, maar voor muzikaal helden- en sterrendom was hij blind, blijkt wel uit de royale tentoonstelling van zijn werk in het Groningse Noorderlicht.

(Tekst gaat verder onder foto)

Selfmade man

De Amerikaan Joe Alper (1925-1968) leerde zichzelf fotograferen en dook eind jaren vijftig in de jazz- en folkcultuur. In tien jaar tijd ontwikkelde hij tachtigduizend negatieven, van musici aan het werk, thuis en in de studio, en van demonstraties voor burgerrechten. Foto's van Alper kwamen, ook nog ver na zijn plotselinge dood op 43-jarige leeftijd, terecht op vele platenhoezen, zoals de beroemde plaat A Love Supreme van John Coltrane.

Joe Alper fotografeert Charles Neblett van de Freedom Singers (1962). Beeld Joe Alper Photo Collection LLC

Bewegingloze bescheidenheid

Alper voelde zich betrokken bij de Amerikaanse burgerrechtenbeweging en dus volgde hij artiesten die op dat vlak ook wat te zeggen hadden, zoals John Coltrane en Charles Mingus, maar ook folkzanger Pete Seeger en protestzangeres Alix Dobkin. Hij fotografeerde ze in een bijna bewegingloze bescheidenheid: eenzaam optredend voor een man of dertien in een desolaat buurtcentrum. Of in een door kaarslicht verlicht folkcafé, met de suikerpotten op tafel. Of liever nog: in de huiskamer, op de zitbank bij Peter LaFarge en zijn vriendin én natuurlijk een gitaar.

Prachtig zijn Alpers zwart-witfoto's van de Amerikaanse jazz- en folkfestivals van begin jaren zestig, zoals het Indian Neck Folk Festival uit 1960 en 1961, of het Washington Jazz Festival, een jaar later. De camera van Alper zocht steeds de intieme momenten van muzikale concentratie, bijvoorbeeld bij gitarist en 'folklorist' Mike Seeger, omringd door medemuzikanten die staren naar zijn gitaargrepen. Bij het al wat grotere Newport Jazz Festival, ook begin jaren zestig, drukte Alper af bij een leeg podium, voor duizend lege stoeltjes. Of fotografeerde hij de op een podium achtergelaten altsaxofoon en basklarinet van Makanda Ken McIntyre. Muziek als stilte, die altijd en onherroepelijk weer intreedt.

(Tekst gaat verder onder foto)

Nina Simone (1966). Beeld Joe Alper Photo Collection LLC

Onzichtbaar

Alpers portretten van optredende artiesten zijn al net zo weinig iconisch. Zelfs Frank Sinatra, zingend op het Newport Jazz Festival van 1965, lijkt klein en nederig: met opgetrokken schouders en de ogen dicht. Om iets als compositie leek Alper zich ook niet te bekommeren. Hij fotografeerde jazzgitarist George Benson op een moment van muzikale overpeinzing, maar in een schots en scheef beeld, nauwelijks uitgelijnd en dus ogenschijnlijk lukraak in het kader gemikt. Het maakt zijn muziekfotografie intiem, oprecht, en sympathiek. Van Alper was bekend dat hij zich als fotograaf zo onzichtbaar mogelijk opstelde, aan de rand van het podium. Hij drukte alleen af als de klik van zijn camera het optreden niet kon verstoren, dus uitsluitend bij muziek van enig volume en nooit bij een pauze of een solo. In alle bescheidenheid vond Alper in zijn muziekfotografie dus een warme oprechtheid, een pure muzikaliteit die niet op een voetstuk werd geduwd.

Hoe snel de muziekfotografie na Alper zou veranderen, begin jaren zeventig en dus bij aanvang van het uitzinnige pop- en rocktijdperk, valt in Noorderlicht ook nog even te constateren. In de kelder van de galerie hangt een twintigtal foto's die de Nederlandse popfotograaf Gijsbert Hanekroot maakte van David Bowie, vanaf 1973. Het contrast met het werk van Alper kan niet groter zijn: Hanekroot fotografeerde Bowie in al zijn spetterende uitbundigheid, in de fotostudio en op het podium, en in een optocht van buitenaardse uitdossingen. Geposeerd, theatraal en magistraal, en in alle opzichten mijlenver verwijderd van die ingetogen muzikale portretten van Alper. Een wereld van verschil, overbrugd in nog geen zeven jaar muziekgeschiedenis.

De tentoonstelling Joe Alper, Folk en Jazz tijdens de Civil Rights Movement 1958-1968 in Fotogalerie Noorderlicht, Groningen, t/m 27/3.

David Bowie (1974). Beeld Gijsbert Hanekroot

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden