Analyse

Alles wat Woody Allen ook maar enigszins zou kunnen vrijpleiten, wordt in de docu Allen v. Farrow stelselmatig opzijgeschoven

Toch doet de partijdige documentaire over de zaak rond de van misbruik beschuldigde regisseur het voorkomen dat het oordeel uiteindelijk aan de kijker is: geloof je Dylan en Mia, of geloof je Woody?

Woody Allen en Mia Farrow in 1986 met hun kinderen, vanaf links: Misha, Dylan, Fletcher en Soon-Yi. Beeld Life
Woody Allen en Mia Farrow in 1986 met hun kinderen, vanaf links: Misha, Dylan, Fletcher en Soon-Yi.Beeld Life

‘Wat je ook denkt te weten’, zegt de stem in de teaser van Allen v. Farrow, ‘het is slechts het topje van de ijsberg.’ Na een stemmig pianoakkoord glijdt de camera over de tuin van het aan een fraai meer gelegen gezinshuis van de familie Farrow in Connecticut: de plaats delict. De vierdelige documentaire, die vanaf maandag te zien is bij HBO (via Ziggo), is opgezet naar de true crime-traditie, met de toon van een serie als Making a Murderer. Met één verschil: hier zal de verdenking in de loop van het verhaal níét een aantal keer kantelen, om de spanning bij de kijker extra op te voeren. De schuldige in de documentaire heet van meet af aan Woody Allen, en dat blijft zo.

Wat we al wisten, of meenden te weten, over de zaak die de 85-jarige filmmaker uit New York met een vertraging van dertig jaar alsnog dreigt te nekken, zij het buiten de rechtszaal:

- Allen wordt ervan beschuldigd zijn 7-jarige adoptiedochter Dylan seksueel te hebben misbruikt, toen hij op 5 augustus 1992 op bezoek ging bij zijn ex Mia Farrow. De regisseur ontkent en beschuldigt Farrow ervan Dylan te hebben ‘gecoacht’ uit woede over zijn relatie met Soon-Yi, haar andere adoptiedochter (maar niet van Allen).

- Na maandenlang onderzoek constateerden de Yale New Haven-kliniek voor kindermisbruik en de New Yorkse jeugdzorg in de jaren negentig dat er geen sprake was geweest van seksueel misbruik. Ook zou de getuigenis van Dylan ‘tegenstrijdigheden’ bevatten, die mogelijk wezen op coaching.

- De rechter die de voogdijzaak tussen de ouders afhamerde, uitte zijn twijfels over de stelligheid van de experts en noemde Allens gedrag als vader ‘schromelijk ongepast’. De openbaar aanklager meende voldoende grond te zien voor verdenking (‘probable cause’), maar had geen fiducie in een strafrechtelijke procedure.

Mia Farrow met in haar armen Satchel. in de armen van Woody dochter Dylan Beeld Life
Mia Farrow met in haar armen Satchel. in de armen van Woody dochter DylanBeeld Life

Dylan Farrow bracht de zaak in 2014 opnieuw onder de aandacht, met de publicatie van haar ‘open brief’ in The New York Times. Ze vroeg de lezer eerst aan zijn of haar favoriete Woody Allen-film te denken, waarna ze gedetailleerd beschreef hoe de filmmaker zich aan haar had vergrepen. Ook broer Ronan Farrow, de biologische zoon van Farrow en Allen (of van haar eerdere echtgenoot Frank Sinatra, uitsluitsel is er niet), beet zich nu in de zaak vast; en hij verwierf faam als een van de bekroonde journalisten die Harvey Weinstein ten val brachten. De stroom onthullingen in het kader van #MeToo woog mee: moest de zaak-Allen niet óók worden herzien?

Acteurs die in Allens films speelden, of dat ooit hadden gedaan, werden daarop aangesproken, onder meer door de familie Farrow, en steeds vaker namen ze publiekelijk afstand van de filmmaker. Die zag zijn al getekende miljoenendeal voor vier films bij de Amazon Studio vervliegen, en moest zijn autobiografie Apropos of Nothing (Nederlandse titel: À propos) vorig jaar in allerijl bij een andere uitgeverij onderbrengen, toen personeel van het beoogde uitgeversbedrijf Hachette uit protest de straat opging. Ondertussen maakt hij nog steeds films: Rifkin’s Festival, zijn 49ste, ging vorig jaar in première op het filmfestival in de Spaanse stad San Sebastián.

Filmmakers Kirby Dick en Amy Ziering spendeerden drie jaar aan hun onderzoek, waarvoor ze vele dozen met archiefmateriaal van de politie uitpluisden, maar onthullen geen daadwerkelijk nieuwe of juridisch relevante feiten. Wel is er de vondst van een aantekening, waaruit je kunt opmaken dat een van Dylans ondervragers van Yale New Haven destijds wél geloof hechtte aan de getuigenis van het meisje (het instituut had de afzonderlijke aantekeningen van de verhoorders direct na het opmaken van het eindverslag vernietigd). Het verwerpen van haar beschuldiging door de misbruikexperts was kennelijk niet unaniem geweest. Ook wordt gesuggereerd dat de burgemeester van New York het onderzoek zou hebben beïnvloed, omdat Allens films zo profijtelijk waren voor zijn stad, maar enig bewijs daartoe ontbreekt.

De grote kracht van Allen v. Farrow zit hem in de presentatie en aaneenschakeling van allerlei ondersteunend (maar niet onbetwist) bewijsmateriaal, dat voor een deel wordt aangereikt door bronnen die al eerder spraken: de kindermeisjes van de Farrows, vrienden van de familie, destijds bij de zaak betrokken advocaten en nieuwe experts die zich over de zaak buigen. Ook verweven de regisseurs een lading homevideo’s van Farrow door de seriedelen, die moet aantonen dat haar rijke schare aan (adoptie)kinderen idyllisch samenleefde, tot Allen de boel uiteenreet.

De familie Farrow gaf alle medewerking aan de documentaire, die tevens de schokkerige opnamen bevat die Farrow zelf maakte in de dagen na het vermeende vergrijp. Confronterende beelden, waarin de kleine Dylan vertelt hoe het voelde om door haar vader te worden betast. Juridisch bezien werden die opnamen eerder als problematisch geacht: het herhaaldelijk ondervragen door haar eigen moeder bemoeilijkte de waarheidsvinding.

Wie de rechtbankverslaggeving van de Amerikaanse kranten uit de jaren negentig inziet, constateert al snel dat daar verschillende getuigen worden opgevoerd, die in Allen v. Farrow ontbreken. Vooral die uit het kamp-Woody: het andere kindermeisje bijvoorbeeld, dat jarenlang voor de Farrows had gewerkt en verklaarde dat Farrow het personeel na de bewuste dag onder druk had gezet. Dylans beschuldiging moest worden ingebed in een plausibele tijdspanne: de pas later in overleg met Farrow en haar personeel bepaalde twintig minuten waarin Dylan en Woody samen uit het oog zouden zijn verdwenen.

Ook Susan Coates, toch jarenlang de vaste therapeut van Dylan en van bepalende invloed op de door Farrow gewonnen voogdijzaak, komt niet aan bod. Zij was het die Allen ‘behandelde’ voor zijn zonderlinge en grensoverschrijdende vaderlijke omgang met Dylan – hij zat boven op het kind. Maar waar de in de documentaire opgevoerde Farrow-intimi Allen met terugwerkende kracht kleuren als pedoseksueel in spe, interpreteerde Coates zijn gedrag juist niet als seksueel.

De therapeut blijft ook ongenoemd als de filmmakers korte metten maken met Allens beschuldiging aan Farrows adres. Hoe de filmmaker en zijn advocaten de actrice in de jaren negentig met veel succes publiekelijk afschilderden als ‘hysterisch en wraakzuchtig’, een cliché dat daders van seksueel misbruik wel vaker hanteren. Maar Allen had dat sleetse ‘narratief’ niet verzonnen. Coates had hem gewaarschuwd dat Farrow een verwarde indruk maakte en mogelijk wraakgevoelens koesterde, nadat de actrice blootfoto’s van Soon-Yi had aangetroffen op Allens schoorsteenmantel, en zo op de hoogte was geraakt van Allens relatie met haar dochter. Farrow stuurde Allen vervolgens een met stalen pinnen en een vleesmes doorstoken gezinsfoto. Dat was niet dreigend bedoeld, zei ze er later over, maar slechts een verbeelding van wat Allen haar gezin had aangedaan.

Het zit niet in de documentaire. Zoals alles wat de filmmaker ook maar enigszins zou kunnen vrijpleiten, stelselmatig opzij wordt geschoven in Allen v. Farrow.

Het moet gezegd, in interviews zijn regisseurs Dick en Ziering glashelder over de insteek: een stem bieden aan Dylan. Zo zei Ziering tegen The New York Times: ‘Ons perspectief is nooit dat van de dader. Het is ons meer te doen om deze misdaden te begrijpen, te begrijpen dat we allemaal medeplichtig zijn aan deze misdaden, en ik bedoel iedereen van ons, zowel bewust als onbewust.’

Dat Allen een rare man is, schreef Farrow al in haar autobiografie. Iemand die niet langer dan een kwartier met zijn zoons wilde spelen, omdat hij anders ging zweten. Die in Farrows huis niet durfde te douchen, omdat het afvoerputje midden in de cabine was aangebracht, in plaats van aan de rand. Een man ook, die de kleine Dylan weleens op zijn duim liet sabbelen; zelf ontkent Allen dit. En een man – dat is zeker – die geen enkele rekening hield met de gevoelens van zijn kinderen, toen hij een relatie begon met hun oudere zus. Hij dacht dat het wel ‘goed’ was voor Soon-Yi, noteert Allen luchtig in zijn autobiografie uit 2020; hij was aanvankelijk niet eens verliefd. Maar Soon-Yi, inmiddels 50 en moeder van haar en Allens adoptiekinderen (twee twintigers), haalde in de jaren negentig al uit naar iedereen die zijn oordeel klaar had: ze was geen ‘zwakzinnig slachtoffer’, maar een intelligente (en meerderjarige) vrouw die goed wist wat ze deed toen ze voor Allen koos.

De filmmakers koppelen Allens misbruikzaak nadrukkelijk aan die van daders als Harvey Weinstein en Bill Cosby, waarbij de slachtoffers ook jarenlang streden voor erkenning en lange tijd niet werden gehoord. Maar anders dan bij die inmiddels wel veroordeelde seriemisbruikers, ligt er bij Allen enkel die ene aanklacht, van die ene keer. En dwars door zijn zaak loopt de gezinsruzie. Behalve Soon-Yi brak ook adoptiezoon Moses Farrow met zijn moeder Mia. Hij stelt dat er geen sprake was van seksueel misbruik maar dat Farrow hem en de andere kinderen ophitste tegen Woody.

Waar Allen v. Farrow het gezinsgeluk van de Farrows (veertien kinderen, van wie de meesten geadopteerd) ruimschoots etaleert, spreken Soon-Yi en Moses van verwaarlozing, slaag, indoctrinatie en een moeder die haar biologische kinderen voortrok.

De documentaire verplaatst het oordeel van de rechtszaal naar de kijker. Eenieder dient een keuze te maken: geloof je Dylan en Mia, of geloof je Woody? Allen v. Farrow claimt daarnaast dat de wereldwijde waardering voor Allens oeuvre niet langer waardevrij is: wie zijn films huurt, koopt of kijkt, houdt de machtspositie van een monster in stand. Een monster dat in die films ook nog eens een daderprofiel naliet, en ons met Manhattan al leerde – ‘grooming’, stelt iemand in de film – dat relaties tussen oudere mannen en veel jongere vrouwen best oké zijn.

De makers stellen dat Allen om de verkeerde reden wordt geloofd: hij is dat genie, dat al die films maakte waarvan we zo houden. ‘Ik snap dat mensen het niet kunnen geloven’, zegt Farrow. ‘Wie op aarde zou dat geloven van Woody Allen? Ík kon het niet geloven.’

Dylan, inmiddels zelf moeder en nog altijd getraumatiseerd, verdient mededogen. Scherp verwoordt ze haar kritiek op de verhoren die haar als kind werden afgenomen: ‘Als ik steeds herhaalde wat ik zei, noemden ze me gecoacht; als ik afweek van wat ik zei, was ik inconsequent.’

Maar het lastige en frustrerende, na het uitzitten van die partijdige vier uur Allen v. Farrow, blijft het níét weten.

De trein op zolder

Dylan Farrow beschreef in The New York Times hoe ze tijdens het misbruik door vader Woody op zolder naar een speelgoedtreintje staarde dat rondjes reed. Volgens haar broer Moses was er geen rondrijdende trein op de kruipruimte-achtige zolder; die diende slechts voor opslag. Allen haalde Moses’ woorden aan in zijn autobiografie. De makers van Allen v. Farrow presenteren nu een zolderschets van de politie met een stippellijntje van een treinbaan. Een nog onbeantwoorde vraag: waarom zijn er geen politiefoto’s bekend van die zolder?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden