Alles wat het daglicht niet velen kan, kan in de Bagagehal

Worden het KNSM- en Java-eiland dan toch het culturele mekka van het Amsterdam van de 21ste eeuw? Terwijl de hijskranen hun werk doen en de moderne pakhuizen zich aaneen beginnen te rijgen op de Sumatrakade, nemen galeries en designwinkels hun intrek in de niet eens zo oude loodsen aan de...

JAAP HUISMAN

Het is niet zo vreemd dat de galeries juist de loodsen hebben opgezocht. Ze worden omringd door kunstenaarsateliers die profiteren van het ideale noorderlicht met uitzicht op de grootste badkuip van de stad: het IJ.

Tussen die ateliers is een ruimte geklemd waar de eigenaar, projectontwikkelaar De Principaal, enige tijd geen raad mee wist. Het is een vrijwel vensterloze T-gang met robuuste kolommen. Voor je deze restruimte binnenkomt, is er een hal met trappen van metalen roosters die zich direct leent voor een videoclip, zo grafisch is het patroon van de elkaar kruisende opgangen.

Dat moet De Principaal aan het denken hebben gezet: waarom die duistere binnenstraat niet omtoveren tot een gigantische catwalk, tot een presentatieruimte voor de nieuwste Lancia of een batterij video-installaties? De speelse omschrijving van de potentiële activiteiten luidt: alles wat het daglicht niet kan velen. En dan begin je al snel te denken aan een houseparty.

Onlangs werd een tipje van de sluier opgelicht van De Bagagehal, zoals de ruimte is genoemd. Max van Rooy, redacteur van NRC Handelsblad, verrichtte temidden van een intieme groep genodigden de doop. Hij vergeleek de hal met de buik van een Jumbo of met een aankomsthal op een vliegveld, volgeladen met koffers. Dat is een treffende vergelijking. De Bagagehal is een koffer in een koffer in een koffer (en dus een omgekeerd Droste-effect).

Lopend over de catwalk passeerden we een modeshow van het Kunstkanaal op scherm, een videoclip (?), een setje design-artikelen. We klommen over hippe jongeren op plateauzolen. En we bereikten de T-splitsing, waar een bijna dertig meter lange koelvitrine uit de supermarkt stond opgesteld. Daarachter een rij Aziatische meisjes, geblankette gezichten, dieprode lippenstift. Ze baadden in het witte licht dat werd uitgestraald door twee sets zonnebank-tl's, en moeten dus evenals de bezoekers in een paar uur tijd een lichtbruine tint hebben opgelopen.

Hoe rauwer, hoe moderner, dat is de formule van de Bagagehal. Daar hoorde bij de presentatie ook de modekleur lichtgroen bij, die is afgekeken van PTT Telecom (niet toevallig ook de sponsor van de openingsavond). Foutje is dat de boomdikke kolommen hier en daar zijn gesausd. Die horen immers van origineel ruw beton te zijn.

Van Rooy verklaarde na tien minuten de bar voor geopend, en toen konden de Aziatische meisjes achter de lege vitrine aan het werk. Populair zijn ook de kleurloze dranken, reden waarom er uitsluitend water, witte wijn en wodka werden geserveerd.

Galeriehouders deden intussen zaken met kunstenaars. Wie iets met design uit te staan had, verkende de mogelijkheden. Fotomodellen zochten een uitgever (of omgekeerd). En zo was De Bagagehal voor even een tot leven gewekt magazine dat wel wat weghad van Blvd. of Dutch.

Jaap Huisman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden