Alles verklaard in 44 miljoen woorden

Geen rijker naslagwerk dan de Britannica, geen kleurrijker makers dan die van de befaamde elfde editie. Dennis Boyles schreef hun verhaal.

Beeld Adrie Mouthaan

Ach ja, die oude encyclopedie. Mijn gekoesterde editie van de Grote Winkler Prins (9de druk, 26 loodzware banden met goudopdruk) staat al jaren op zolder. Niet weggedaan, maar eerlijk gezegd: ik kijk er nooit meer in. Tegen internet en Wikipedia kan de GWP niet op.

Toch verdienen de oude naslagwerken ons respect - al was het maar omdat heel veel van wat online is te vinden, eerst met veel moeite en toewijding in die papieren edities is verzameld. Wikipedia zegt het zelf, in zijn item over de Encyclopaedia Britannica: 'Tens of thousands of its articles were copied directly into Wikipedia, where they still can be found.'

Diezelfde bewering is terug te vinden in Denis Boyles' Everything Explained that is Explainable, een hommage aan de Britse encyclopedie die de auteur 'de ruggegraat van Wikipedia' noemt. Boyles' boek gaat over één enkele editie van het sinds 1771 verschijnende naslagwerk: de volgens velen nooit meer overtroffen elfde druk uit 1910-1911, die diepgang en betrouwbaarheid combineert met superieur proza.

De 28 banden, 40 duizend ar-tikelen en 44 miljoen woorden van de elfde Encyclopaedia Britannica getuigen van het optimisme van een nieuwe eeuw, waarin wetenschap, techniek, verkeer en industrie zich in een verbluffend tempo ontwikkelden. De triomf van de ratio over bijgeloof en onwetendheid ('Everything Explained that is Explainable') beloofde voorspoed in alle geledingen van het menselijke bestaan - althans in de Angelsaksische wereld, waarvan de expansie geen einde leek te kennen. Dat de hoopvolle perspectieven binnen een paar jaar uitmondden in de verschrikkingen van 1914-1918 vormt een wrang commentaar op het in de kolommen uitgedragen vooruitgangsgeloof, waar Boyles uitgebreid op ingaat.

Non-Fictie

Denis Boyles

Everything Explained that is Explainable - On the Creation of the Encyclopaedia Britannica's Celebrated Eleventh Edition

Alfred A. Knopf; 442 pagina's; ca. €30.

Maar Everything Explained that is Explainable is geen studie over het menselijk tekort. Het is allereerst een parade van eigenaardige karakters, knappe koppen, formidabele prestaties en dave-rende conflicten (tussen gereserveerde Britse bestuurders en ongeduldige Amerikaanse geldschieters); stof die zich goed zou lenen voor een gekostumeerd BBC-drama over oud en nieuw geld in het Londen van 1910.

Boyles portretteert de hoofdrolspelers met smaak. In de eerste plaats is daar Horace Everett Hooper (ook bekend als H.E.H. ofwel 'hell every hour'), de overenergieke Amerikaanse ondernemer die de rechten op de Encyclopaedia Britannica verwierf, en kans zag de verkoop en marketing te koppelen aan die van het dagblad The Times - tot groot ongenoegen van de conservatieve aandeelhouders van de krant, die gruwden van Hoopers 'vulgaire' methoden en hem op alle manieren dwarsboomden.

Beeld .

De heroïsche tweede hoofdfiguur is Hoopers rechterhand, de erudiete Britse journalist Hugh Chisholm, hoofdverantwoordelijk voor de redactionele inhoud van de encyclopedie. Boyles portretteert hem als een onvoorstelbaar werkpaard, wiens 'muscular intellect' de beste geleerden van zijn tijd wist te strikken, onder wie Edmund Gosse, T.H. Huxley en de jonge Bertrand Russell (met plezier memoreert Boyles ook kleurrijke buitenbeentjes als sir Mancherjee Bhownagree en diens bijdrage over Jamsetjee Jeejeebhoy).

Chisholm stond aan het hoofd van zestig redacteuren, een deelredactie in New York en ruim 1.500 medewerkers, onder wie de onmisbare Janet Hogarth, die met ijzeren hand de 500.000 verwijzingen tellende index voltooide. De index was een noviteit, evenals Chisholms beslissing portretten van levende figuren op te nemen. Hij zag erop toe dat de bijdragen bondig en leesbaar bleven, en als een 'single organism' en 'unified narrative' onderling verband hielden. Een cruciaal verschil met de eerdere edities, waarin op zichzelf staande verhandelingen honderd pagina's of meer besloegen en vaak in academische geheimtaal leken geschreven. Dankzij Chisholms redactie vielen de bijdragen nu ook te genieten om hun stijlvolle, soms subtiel ironische verwoording - niet voor niets behoorde de elfde editie tot de favoriete lectuur van Jorge Luis Borges.

Beeld .

Boyles' derde hoofdrolspeler is de Amerikaanse tekstschrijver Henry Huxton, een enigmatische figuur (er is zelfs geen foto van hem bekend) die de opdracht kreeg het 'slagschip onder de encyclopedieën' aan de man te brengen en daar zeldzaam goed in slaagde. Huxton bedacht de gekste campagnes en stunts (Times-abonnees werden opgeschrikt door aan huis bezorgde telegrammen: 'nog één dag voor ons aanbod vervalt') en zette, ook weer tot schrik van de lezers, paginagrote advertenties vol beloftes, dreigementen en uitroeptekens in The Times. In retorische volzinnen wees Huxton op de plicht van ieder Brits gezin een encyclopedie in huis te hebben. Over zijn merkwaardig barokke proza zegt Boyles: 'If James Joyce had sold encyclopedias, this is how he'd have done it.'

De tekortkomingen van de encyclopedie ziet Boyles niet over het hoofd. In de bijdrage over 'Negroes' van Thomas Athol Joyce, hoofd van de afdeling etnografie van het British Museum, is niets terug te vinden van verlicht post-Darwinistisch denken. Joyce noemt 'negers' botweg 'mentally inferior' en weet ook de oorzaak van hun onderontwikkelde intellect: 'sexual matters take the first place in the Negro's life and thoughts'. Even schrikbarend zijn de zinsneden over de goede daden van de Ku Klux Klan, die witte vrouwen zou beschermen 'tegen de frequente verkrachting door zwarte mannen'.

Everything Explained is zelf ook niet vrij van gebreken. Dat Boyles veel aandacht besteedt aan de strijd om het eigendom van The Times is begrijpelijk, omdat krant en encyclopedie nauw verbonden waren en het getouwtrek het voortbestaan van de encyclopedie bedreigde (uiteindelijk kwam de elfde editie onder de hoede van de Cambridge University Press). Maar Boyles gaat zo uitgebreid in op alle financiële en juridische verwikkelingen dat je herhaaldelijk belandt in een bedrijfsgeschiedenis waarin de encyclopedie zelfs geen voetnoot meer is.

Ondanks dat gebrek aan evenwicht biedt Everything Explained that is Explainable wat de Britten 'a good read' noemen, met dank aan Denis Boyles' energieke, geestige stijl en zijn oog voor de kleurrijke kanten van deze Wunderkammer vol curiosa en verborgen schatten (tegenwoordig op diverse sites in digitale vorm te verkennen).

In 1922 beleefde de Encyclopaedia Britannica zijn twaalfde editie. Die besloeg geen 28 maar slechts drie delen, en was vrijwel volledig gewijd aan de Eerste Wereldoorlog. Het wereldbeeld van het 'single organism' waar Hooper en Chisholm van droomden, lag voorgoed in stukken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden