Alles uit woede verworven

'Het woord jaloezie komt niet bij me op.' Acteur Huub Stapel speelde Ed van Thijn, stoeit op tv met bolides, is 'gastarbeider' in Duitsland en vindt Amerika vreselijk....

'IK HAAT aanstellerij, nagemaakt gedoe. Ik háát ze, de klotskoppen en de kletsmeiers.

'In het acteursmilieu heb je de pilsekindjes-bestellers, die alles dolletjes vinden. Daar word ik helemaal gek van. Komt een beroemd acteur de kroeg binnen, blijft véél te lang bovenaan de trap staan, ziet de actrice Henriëtte Tol en bestaat het om te roepen: ''Tolli, Tolli, Tolli, Tollóóóó!'' Gaat naar de bar en vraagt: ''Mag ik twee pilsekindjes?'' Getverdemme. Hij woont hier vlakbij, die nagemaakte... die nepnicht. Flapdrol.

'Ik las eens een interview met hem waar je broek bij afzakte, zo van: ''Gisteren zat ik nog in Londen te lunchen met wie was het, Lady Di'' - en dan komt er een zootje namedropping waar een normaal mens spuugziek van wordt - eindigend met ''en dan loop ik hier een dag later langs de groenteman in de Cornelis Schuyt en dat zullen de mensen nóóit begrijpen''. Wat valt daar aan te begrijpen dan? Ik snap nooit op grond waarvan mensen zulke kapsones hebben.

'Ik sta open voor iedereen en dat komt: bij ons thuis was het open huis. De hele buurt speelde in onze tuin; er gingen drie, vier broden per dag doorheen. Iedereen kwam aanlopen, omdat mijn vader als vertegenwoordiger bij alle rangen en standen kwam. Daar pluk ik nu de vruchten van. Ik ben heel makkelijk in de omgang. Ik zeg altijd: als ik met iemand niet kan opschieten, ligt het aan de ander.'

Partytijger, no way. Hij mijdt feestjes en is al 26 jaar met dezelfde vrouw, 'dus voor de roddelbladen heb ik een oninteressant leven. Wat doen die lui dan? Met een telelens stiekem een foto nemen als je je kinderen bij het verkeerslicht helpt oversteken. En schrijven dat ik geen auto rijd maar loop, dat soort gelul. Onder acteurs valt het mee, maar in de muziekbranche is de onderlinge naijver zo groot dat artiesten zelf die bladen opbellen, in ruil voor een eigen artikel. Zo van: wéét je wel dat die met de vrouw van die is? Je gelooft het niet, maar de NSB bestaat nog steeds.

'Het is een mythe dat als je maar vaak in de roddelpers staat, dat het je werk oplevert. Als het dáár aan lag, dan was mijn carrière al lang geleden beëindigd.'

Privé lijkt acteur Huub Stapel (44) niet de jolige kletser uit Stapel op auto's, het televisieprogramma dat hij voor de TROS presenteert ('Deze wagen is verkrijgbaar in alle kleuren, zolang het maar zilvergrijs metallic is'). Hij spreekt ingetogen, meer als een sympathieke buurman; dol op z'n kinderen, zoals vroeger op Dinky Toys. En maling aan vakgenoten die ethisch hun neus ophaalden voor z'n rol als 'aso' in de Flodder-films. Gevleid, erg gevleid door lof voor zijn versie van Ed van Thijn, de minister die over de IRT-affaire struikelde - in de tv-serie Retour Den Haag.

'Van Thijn heeft mij uitgenodigd voor zijn verjaardag', zegt hij niet zonder trots. 'Toen ik dat boek van hem las dacht ik: je had je ministerskop kunnen redden als je had geciteerd uit geheime verslagen! Het pleit voor Van Thijn dat hij dat niet gedaan heeft. Maar ik denk wel: mán, je laat te veel over je lopen door de Hirsch Ballins en de Nordholts. Ik ben zelf wat vileiner. Ik vergeef niet en ik vergeet niet, als ik gepakt word. Ik ben gewéldig gepakt door Ate de Jong, die De ontdekking van de hemel nu verfilmt. Ik hoop van harte dat hij de hemel ontdekt en daar dan ook blíjft, Ate.

'Hij en producent Matthijs van Heijningen boden me de hoofdrol aan in de film over Weinreb. Ik ben het dagboek van Weinreb gaan lezen, op 't laatst kon ik schrijven als Weinreb. Een paar weken voor het draaien belt hij me op: ''Ik wil dat je een test doet want ik heb het script geschreven met Edwin de Vries, die speelt soms wat voor en dat is toch wel héél erg goed. Eh, je hebt de rol eigenlijk wel, maar...'' Twee testen heb ik gedaan, huilend van woede. Ik lag er wakker van. Dat is verraad, dat is van de NSB. Door dat soort mensen is mijn vader in een Duits werkkamp gezet.

'Ik begin nog te huilen als ik eraan denk. Het is zó onrechtvaardig, doodleuk een telefoontje dat het niet doorgaat. Kan ik iemand nooit vergeven. Nooit. Ik had me zeker een maand intensief op die rol voorbereid. Het dagboek alleen al is drieduizend bladzijden. Ook al is Ate de allerlaatste filmer op aarde, dan nog ga ik liever in een broodjeszaak werken. Ik heb hem toen gezegd: ''Uit m'n buurt blijven, jij. Anders trek ik je kop d'r af.'' Ik moet me nog steeds inhouden als ik hem zie.

'Verraad, dat was het ook met Dikke Piet op de mulo, die behalve directeur ook leraar wiskunde was waar ik niks van snapte, maar dan ook helemaal niks. Vier weken voor mijn overgang zei Dikke Piet tegen m'n moeder, die ook in het onderwijs zat: ik geef hem een 4, want volgend jaar heeft hij andere vakken en is hij van het gelazer af. Maar hij gaf me een 1 en toen bleef ik zitten. We stonden in rijen buiten voor de school en het regende verschrikkelijk. Ik ben naast de rij gaan staan en toen de leraren naar buiten kwamen, heb ik het rapport in een plas gegooid en ben er op gaan stampen uit pure woede.

'Als ik mijn kinderen belóóf dat ik met ze ga skelteren en ik maak per abuis een andere afspraak, dan gaan mijn kinderen toch voor. Ik heb een rol in Abeltje afgezegd toen onze jongste zoon ziek was. Mijn vader zei al: je moet je eigen pad aflopen. Hij was vertegenwoordiger in snoepjes, mijn broertje Ruud en ik reden vaak met hem mee. Tussen Swalmen en Roermond aten we onze boterhammen op, met een fles Exota d'r bij. Dan vertelde hij over hoe mensen zich in het kamp gedroegen. Hij woog 48 kilo na de oorlog. Nooit je waardigheid verliezen, zei ie. Niet van je pad afgaan. Maar zelf heeft hij nooit kunnen doen waar z'n hart lag.

'Mijn vader had hbs, speelde prachtig accordeon, piano en viool. Kon heel mooi zingen ook, mocht tóch niet naar het conservatorium. Vertegenwoordiger in snoepjes: een totale afgang voor zo'n erudiete man. Twaalfduizend gulden had hij geleend in het jaar dat ik geboren ben. En drie weken voor z'n dood zei hij: ''Huub, jongen, ik ben boven op de berg, ik heb het laatste deel van de lening terugbetaald''.'

Een hoestbui smoort tranen aan de tuintafel. 'Ons kruidenierswinkeltje thuis was drie keer zo groot als deze tafel', zegt Huub Stapel, fluisterend hoe zijn moeder van haar pensioentje elke maand honderd gulden aan haar zes kinderen gaf 'omdat ze zoveel overhield.' In Tegelen waren ze de have-nots van het dorp, dus achterin de kerk. 'Vooraan zaten de lui met centen, ook al waren ze stom als het achterend van een varken. Ik dacht als misdienaar al: als dit het geloof is, dan klopt er fundamenteel iets niet.'

Mislukt op school, allerlei baantjes aangepakt. Goor werk ook, in Duitsland tanks ontdaan van chemische troep. Ontslag op ontslag, obstinaat, hè. 'Komt een man binnen die zegt: ga jij effe die tafel daarginds halen. Zeg ik: volgens mij kom je er net vandaan, waarom neem je die tafel dan zelf niet mee? Kijk, ik word niet graag om een boodschap gestuurd. Zeker niet door mensen die nooit een goed boek hebben gelezen of zullen lezen.

'Man, ik zag er niet uit. Lang haar tot hier, maar niet zo'n Jezus Christus-look, met de scheiding mooi in het midden. De scheiding links, verschrikkelijk! Ik stond bij de meisjes altijd achteraan. M'n vriendjes stonden vooraan, ik kreeg wat er overbleef. Ik speelde bij het Reuvers Toneel, maar dat had met acteren niet zo veel te maken. Het was meer omdat er mooie meisjes bij zaten, hè.' De Passiespelen waren niks voor hem. 'Later heb ik Ben Verbong nog zó gewaarschuwd: niet regisseren, er komt gelazer. Inderdaad: hij heeft de grootst mogelijke stront.'

Zelf bekwam een 'cursus marxistisch-leninistische jongere' hem even slecht als een joint, en op de toneelschool van Maastricht werd hij in eerste instantie afgewezen, met het verzoek nooit meer terug te komen wegens totaal gebrek aan talent.' Tóch gebeurd, via omwegen. Schaterend: 'Ik was in Amsterdam wel aangenomen, dus konden ze me niet weigeren.' En meteen al naast Mary Dresselhuys een hoofdrol in Harold en Maude. Guus Hermus was zijn eerste regisseur, 'ik zag hem als mijn tweede vader. Zo behandelde hij me ook: als de zoon die hij nooit gehad had. Gewéldige man.

'Nooit sprak hij over het stuk dat we repeteerden. Alleen maar over goeroes en ninja's. En toen zei ie: ''Ik heb er m'n hele leven een hekel aan gehad, aan dit vak.'' Ik zeg: wát? De grote Hermus voor wie Pinter speciaal naar Nederland kwam? Mijn bek viel open. Maar díe zin schiep precies de afstand die ik nodig had. Ik wou te graag, was veel te gespannen. Dan komt er vvvóep: een gapend gat. Kijk, ik ben géén acteur by nature. Het is allemaal uit woede verworven. Omdat ik de carrière van m'n vader doe; wat de carrière van m'n vader had moeten zijn, verdomme.'

Diep inhalerend praat roker Stapel over Alec Guiness die in Londen een Rus speelde en highbrow Engels slechts spaarzaam afwisselde met een Russisch accent. 'Briljant! Dan is het geen overkill en is het toch een Rus.' Dus niks Van Thijn nadoen à la Kees van Kooten. 'Ik heb me gek gelachen, maar een karikatuur kun je niet gebruiken in drama. Ik heb urenlang videobanden bekeken en in samenspraak met regisseur Peter de Baan die Van Thijn-dictie afgezwakt. Mensen moeten niet denken: wat kan die Stapel toch leuk imiteren.'

Hij vertelt: moeder zit met vier vriendinnen aan tafel, drie zijn er weduwe. Half snikkend, hij zal het niet licht vergeten. 'Zegt een vriendin tegen m'n moeder: ''Die Afrikaantjes stoan d'r fijn bie, hè Corrie?'' M'n moeder: ''Joajoa, die doen 't goed dit joar.'' En meteen gaat het naadloos over in treurnis om de verloren echtgenoot. Dát is theater, dát is drama! We geven hoog op van Amerikaanse en Engelse series en als er in Nederland ook iets psychologisch wordt aangepakt, als met Van Thijn, dan schrijft de Volkskrant: te glad en te weet ik veel. Dan denk ik: dan heb je d'r echt geen verstand van. Echt niet.

'Hoe rijm je dat met laaiende reacties van collega's? Ze komen hier aan de deur: Louis d'Or-winnaars, snap je wel?' Nooit last gehad van het Flodder-stigma? 'Niks van aangetrokken. Dat stigma heb ik ook nooit gehad. Ik knipte m'n haar af, zette een pet op en dan herkende niemand me meer. Na Flodder 1 wou ik niet meer, nummer twee deed ik absoluut voor de centen. Elke reden is goed genoeg; de belasting komt voorbij of je schoonmoeder moet een nieuwe fiets. Maar ik had nooit Spinoza kunnen spelen in Hoffman's Honger als ik ermee was doorgegaan.' Alle aspecten tussen Johnny Flodder en Ed van Thijn doen en nooit, nóóit ergens te lang blijven hangen: geleerd van Paul Scofield, 'begenadigd acteur, waan-zín-nig aimabele man.

'Ja ik kan bewonderen, absoluut. Ik ken op de wereld niet zo'n goeie acteur als Pierre Bokma. En toen ik Gijs Scholten van Aschat zag in Oud Geld, heb ik hem meteen gebeld. Het woord jaloezie komt niet eens bij me op. Ik ben zelf nog kilometers verwijderd van het niveau waar ik wezen wil. Een jaartje of tien, vijf misschien? Er zijn veel aardige mensen in dit vak. Retour Den Haag was een feest om mee te maken, alsof je in een warm bad stapt. Geen onvertogen woord gevallen. Als je hoort dat Peter Faber huilend van de set liep bij Ruud van Hemert: dat overkomt mij niet, ik laat me niet afblaffen.'

GEMILLIMETERD als een Amerikaanse recruut leunt de acteur achterover. Die kale kop hoorde bij zijn rol van ontvoerder in een nieuwe aflevering van Tatort. Na de laatste draaidag als Van Thijn in Spanje, even pitten in Amsterdam en meteen in zijn Volvo C 70 coupé ('ben ik erg trots op') doorkachelen naar Baden Baden. 'Alsof ik pap in mijn hoofd had. Ik dacht: dat moet je nooit meer doen.'

Hij zou meer met familie willen doen, gitaren mee en met alle 25 Stapeltjes lekker zingen. 'Niet gehinderd door flauwekul. Ik heb het zeer goed met ze getroffen. Mijn broers corrigeren me wel als ik me aanstel. Resi zei zondag nog: je zit te veel over geld te praten, ik word er gek van. Had ze absoluut gelijk in. We kenden elkaar 19 jaar toen de eerste kwam. Je hebt zo'n geschiedenis met iemand die iemand anders nooit meer kan inhalen. Na m'n werk ga ik altijd meteen naar huis. Op een barkruk zitten is ongeveer de grootste straf die ik me kan voorstellen.'

Nooit andere dames gehad? 'O ja', zegt hij. 'We zijn een jaar uit elkaar geweest. Soms denk je dat het gras aan de overkant groener is. Maar als je besluit kinderen te nemen, moet je ze veiligheid bieden. Ik heb een waanzinnig leuke jeugd gehad, ik vind dat mijn twee zoontjes daar ook recht op hebben. Ik heb bij anderen de rampen gezien die ontstaan als je een verhouding op de set begint. Verkankert alles voor iedereen. Resi en ik hebben elke dag lol. Wie zei dat: een dag niet gelachen is een dag niet geleefd?'

Resi uit Venlo leerde hem wijn drinken. In 2000 gaat hij met haar trouwen. Sjoerd Pleysier moet ook komen. Die leerde hem slakken eten. En kikkerbillen. Topvriend.

Binnen staat Resi achter de strijkplank. Voordat zijn kinderen binnenstuiven ('elke zomer ben ik een maand of drie thuis voor de boys') wijst Huub Stapel naar speelgoed en dozen met spelletjes. 'Moeten ze ooit afgeven aan minder bedeelde kinderen; voor een school met 36 nationaliteiten in Nijmegen waar mijn zus remedial teacher is. De mijne moeten leren dat er kinderen zijn die minder hebben. Sem en Mas weten nauwelijks wat ik doe. In hun klas heeft geen kind ouders met een beetje normaal beroep; dat is van patholoog-anatoom tot bekende landgenoot. Beetje veel bekende landgenoot. Dat vind ik wel eens zorgelijk.

'Ik ben een paar keer in Los Angeles geweest en ik vond het verschrikkelijk. Alles. Nagemaakt. Out of sight, out of mind: flikker op! Op aandringen van anderen had ik een agent gevonden naar aanleiding van de CBS-movie The Attack. Ik logeerde bij hem thuis. Hij wilde dat ik zijn compagnon ontmoette, leuke vrouw van een jaar of 55. In haar kantoor lang mee zitten lullen over Amsterdam, Rembrandt. Ik kom een dag later terug en ik zie een lege ruimte. Ik vraag: heeft ze een ander kantoor? ''No, she got fired''.'

Maar oh, mr. Stapel from Holland was geknipt voor een rol naast Sean Connery. Geknipt! En aangenomen ook, na een gezellig gesprek van anderhalf uur: met John McTiernan. Dé John McTiernan. 'Twee dagen later moet ik naar Nederland omdat ik nog toneel moet spelen. Nooit meer iets van gehoord. Trouwens, als je vroeg: is het een goede film?, dan zeiden ze: marvellous, it's about 50 million dollar. Dus als een film geld maakt, is ie pas goed. Daar word je erg verdrietig van. Ik zou daar gek worden van heimwee. Duitsland is voor mij ver genoeg. In het begin heb ik heb er trouwens in een aantal heel verkeerde films gespeeld.

'Wat mij stoort', zegt hij in zijn onder architectuur ingerichte souterrain, 'is dat in geschrijf over dit vak ervan wordt uitgegaan dat we bij mekaar gaan zitten en het maar een beetje op z'n beloop laten. Alsof er geen maandenlange voorbereidingen zijn. Alsof alles toevallig ontstaat. Eerst werkte je bij De Dorpspomp, vervolgens mocht je drie jaar economie doen, en dan moet je voor de kunstredactie ineens voorstellingen gaan recenseren.'

Met afgrijzen herinnert hij zich één toneelavond die door techniek totaal in de soep liep. Pech: er zat een recensente in de zaal. 'Ik bel haar op met het verzoek nog een keer te komen. Was niet nodig zei ze. Nee, ze had wel een indruk. Wat staat er in de Volkskrant? ''Een van de acteurs belde me op''. Dat is pas mies, hè. En vals. Behoorlijk. Had ik ook maar niet zo naïef moeten zijn.'

En daar was die Britse toneelregisseur wiens naam hij heeft verdrongen. Grommend: 'Een nicht die dacht aan lekker uitgaan in Amsterdam. Heeft De thuiskomst van Pinter dus vollédig naar god geholpen - ondanks prachtcast met Rijk de Gooyer, Helmert Woudenberg, Olga Zuiderhoek. Als je me had gezíen: ik kon het ene been niet voor het andere zetten! Na vijf weken repeteren zei de man: ''Ik heb dat stuk nog eens gelezen en ik geloof dat 't wel aardig is.'' Toen had ik hem een klap voor z'n harsens moeten geven. Ik had het hélemaal gehad met toneel.

'Hamlet? Geen ambitie. De dood van een handelsreiziger? Ja. 'Want dát is het verhaal van mijn vader.' Hij zegt: 'Dirk Roofthooft, mijn Vlaamse vriend, is verbaasd als ik op het ene moment met iemand sta te lullen en daarna gewoon kan spelen. Of omgekeerd. Waarom niet? Acteurs die thuis roepen: ik zit nog in m'n rol, dat zijn pure aanstellers.'

Tegenwoordig mag iedereen die door een STER-spot heeft gerend zich acteur of actrice noemen, zei Huub Stapel toen hij in 1983 doorbrak met Dick Maas' filmsucces De Lift. Huub Stapel rent niet. Hij zoeft. Hij scheurt. Hij test mannenspeeltjes op tv. 'Ik was altijd gefascineerd door auto's. Fascinatie voor wat onbereikbaar is. Mijn vader was 59 toen hij z'n eerste nieuwe auto kocht, die ik drie weken later in een rij stilstaande auto's boorde.'

Vraagje: nota bene het Gouden Kalf gekregen voor De Partizanen, Huub Stapel, en uitgerekend zo'n topacteur voert zijn hond voor de tv-camera sprekend op in een Opel-test: alsof hij het randdebiele deel der natie toespreekt?

Hij trekt een verlegen gezicht.

'Qua lolbroekerij is het behoorlijk uit de hand gelopen. Ongemerkt. Mijn autoprogramma gaat nu weer terug naar gewoon. Dit was flauw. Ik zag het zelf terug en dacht: hè jasses. Niet meer doen, Huub.' Eerder al kapte hij met Stapel op boten. Boten, daar heeft hij niks mee. Wel met 'verantwoord hard rijden'. Slipcursus hier, racelicentie daar. 'Al is het wel een beetje het lot tarten.

'Jongensdromen, hè'. Maar hij moet aan zijn gezin denken. Vijf jaar na de speedboatopnamen van de film Amsterdamned kon hij opeens niet meer lopen. Rugblessure doordat hij met de boot tegen een kademuur opknalde, buiten zijn schuld. En als 18-jarige kwam hij in een machine terecht waar met 42 meter per seconde geïmpregneerd papier uit rolde.

'Ik ging er in met m'n rechterarm, vervolgens m'n hoofd, m'n benen hingen tussen de walsen. Mijn chef stond drie meter van me vandaan, kreeg bijna een hartaanval en vergat de noodschakeling te bedienen. Ze hebben me er met scheermesjes uitgesneden. Ik moet zeggen: ik ben nog nooit zo rustig geweest, m'n hele leven niet. Ik had al afscheid genomen van m'n moeder en vader.'

Hij herinnert zich de Engelse leraar die geen orde kon houden. Er onderdoor ging. Dat ze hem zó getreiterd hebben, meneer Giesbers, vervult hem met schaamte en spijt. Diepe spijt. 'Ik wil al jaren een film maken over meneer Giesbers. Zo iemand die ontslagen wordt, bij wie alles fout loopt en die later op allerlei manieren wraak neemt. Wraak op de mensen die schuld hebben aan zijn leed.

'Iedereen kent wel een leraar die 't loodje heeft gelegd. Meneer Giesbers was een schat van een man. Hij verdient een monumentje. Ik wacht op iemand die langskomt om het script te schrijven. Het wordt tijd. Tijd voor boetedoening.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden