Alles kookt en gist daarginder!

Echt gegrepen door het overweldigende Amerikaanse landschap konden de Nederlandse schrijvers niet raken. Alleen Marnix Gijsen gaf zich uiteindelijk over....

door Jan Donkers

HET IS opvallend dat de Nederlandse reizigers die verslag deden van hun bezoek aan de VS van oudsher de belevenis van het landschap bijna als bij afspraak ondergeschikt maakten aan hun overige observaties. Al deze Nederlandse reizigers, van dominees tot filosofen, van journalisten tot zakenmensen, waren vooral geïnteresseerd in het democratische karakter, het invulbare van het land, in de tinteling van de mobiliteit en het ongebondene, in de luidruchtigheid en wat zij als schaamteloos materialisme ervoeren. En dan die tafelmanieren, die kinderlijkheid!

Ze vervielen al snel in moralistische beschouwingen over de oppervlakkigheid van de Amerikaanse cultuur, al moesten ze met de ingenieur Tutein Nolthenius uiteindelijk concluderen dat 'alles kookt en gist daarginder!' Ook Abraham Kuyper, in zijn zeer vermakelijke Varia Americana, toont zich hoofdzakelijk geïnteresseerd in het lot van 'onze stamgenoten in Amerika'.

Er zijn uitzonderingen: de filosoof C. Wijnaendts Francken, in zijn in 1892 gepubliceerde Door Amerika, betoont zich onder de indruk van Amerika's wilde natuur, met name in de westelijke staten, evenals Hugo de Vries - wiens drie dikke boeken onlangs werden gecomprimeerd tot één deel -, maar hij was dan ook botanicus, zo voel ik me bijna verplicht er als soort excuus aan toe te voegen.

Waarom waren ze niet, zoals die eerste Amerikanen die de pen wisten te hanteren, overmand door emoties bij wat ze aanschouwden aan natuurlijke omgeving? Waarom is daarvan zo weinig terug te vinden in de geschriften van die Amerika-reizigers? Nuchterheid, spreekwoordelijk Hollandse nuchterheid, is het eerste en wat gemakkelijke antwoord. Een ander deel van de verklaring kan zijn dat wij natuurlijk 'ons Indië' hadden, dat wel degelijk die nuchtere Hollanders tot de meest lyrische descripties kon verleiden, en waar die 'nieuwe wereld' zich mee diende te meten.

Maar laten we wel wezen: er is nog nooit een kunstenaar geweest die met olieverf, of met een fotocamera en al helemaal niet met woorden, de toeschouwer heeft voorbereid op het geweld, de letterlijke onuitspreekbare overweldiging van de aanblik van iets als de Grand Canyon. Een dichter als Jacques Bloem zou, daarmee geconfronteerd, hebben moeten erkennen dat 'natuur wel degelijk iets is in dát land', maar het zou hem vervolgens vermoedelijk sprakeloos hebben gemaakt.

Zo niet Huizinga overigens; deze af en toe ongeduldige waarnemer van Amerika, die goed geïnformeerd schreef over het 'tamme' en het 'wilde' van het land, raakte werkelijk opgetogen bij de aanblik van de immense kloof. 'Grand Canyon!', zo roept hij uit in zijn Amerika Dagboek op 10 juni 1926. 'De geweldige stilte slaat je letterlijk tegen; het is alsof je de aarde voor het eerst ziet; het lijkt alsof de Schepping hier gaande is. Neem uit de Inferno het verworpene weg, en laat hij enkel verheven zijn, dat is de Grand Canyon.'

W.F. Hermans was een allerminst heimelijke bewonderaar van Amerika - lees er zijn ademloze verzameling aantekeningen Hollywood maar op na -, maar zijn schaarse in de VS gesitueerde literaire werk gebruikte hij, zoals zo vaak, voornamelijk om rekeningen met Nederland te vereffenen.

Cees Nooteboom toont in De zucht naar het westen niet alleen zijn stilistische brille maar ook zijn observatievermogen voor de nuances van het land waar hij doorheen reist. Maar het blijft allemaal minder diep dan wanneer we hem volgen door zijn geliefde Spanje.

Leo Vroman vestigde zich in Amerika, het land inspireerde hem tot veel eigenzinnige, dikwijls tweetalige, poëzie, maar het meest typerende blijft die wanneer hij mensen beschrijft, zoals een murmelende zwerver in een van zijn mooiste gedichten:

Zoals ik van hem in zijn wereld hou

Amerika zo ben ik dol op jou

zoals ik ook je slechtste krant bemin

ben ik verzot op ieder mens daarin

Alweer geen 'deep landscape' kortom. De Nederlandstalige auteur die nog het best vorm kon geven aan niet alleen zijn bewondering voor, maar ook zijn inzicht in de verhouding van de Amerikaan tot zijn habitat is de Vlaamse diplomaat/auteur Marnix Gijsen. In Ontdek Amerika wordt hij op een toeristische manier lyrisch bij de aanblik van Niagara Falls en Yellowstone Park, maar vooral in de helaas nagenoeg vergeten, maar zeer boeiende roman De Vleespotten van Egypte, gebruikt Gijsen het landschap werkelijk om het verhaal verder te dragen, in de zin waarin mevrouw Proulx het bedoelt.

Om zijn dualisme jegens Amerika uit te drukken splitst de auteur zich op in twee karakters die beiden een deel van zijn houding tegenover het land lijken te vertegenwoordigen, naarmate hij daar meer vertrouwd mee raakt. Er is de historicus dr. Robijns die in de VS gaat studeren en zich laat vergezellen door Andreas van Bever, een wat decadente jongeman die door zelfmoordgedachten wordt geobsedeerd. Maar terwijl deze Andreas zo geïnteresseerd raakt in de zelfkant van het Amerikaanse leven is juist hij het die zich door een verloofde, de mooie Vivian, laat overhalen zich in Taos te vestigen, waar hij al zijn reserves jegens zijn nieuwe land laat vallen en in navolging van D.H. Lawrence opinieert dat men 'het land daar daadwerkelijk kan vóélen'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden