BoekrecensieHans Wiegel – De biografie

Alles komt aan de orde in de biografie van Hans Wiegel – soms iets te uitvoerig ★★★☆☆

Biograaf Pieter Sijpersma schrijft met gevoel over oud-politicus Hans Wiegel. Ontroerend zijn de passages over de grote tragedies in zijn bestaan. Maar dikwijls zit de auteur zijn verhaal in de weg: hij wil te veel vertellen. 

Beeld Brian Elstak

Op een dag in 1948 liep Hans Wiegel aan de hand van zijn moeder over het Amsterdamse Rokin toen een heer in jacquet, een hoge hoed op het hoofd, hen tegemoetkwam. De heer groette de vrouw door even zijn hoed te lichten. Wie die deftige meneer was, wilde de knaap van 7 weten. Dat, mijn jongen, was de burgemeester.

Zo wil ik ook worden, besloot het jong ter plekke.

Eindelijk zou er een biografie komen over Hans Wiegel (Amsterdam, 1941), de voormalige partijleider van de VVD en tussen 1977 en 1981 vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Van Agt I. Een fijn vooruitzicht was het. Wiegel heeft het zelf jarenlang afgehouden en vervolgens kostte het de auteur, Pieter Sijpersma, oud-hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant, ook nog eens zeven jaar. Maar een boek met en over Wiegel bleef iets om naar uit te zien, want hij is zo’n weergaloos succes geweest in de Nederlandse politiek, hij had zo’n ordinair gevoel voor macht en tegelijk pompte hij zich altijd weer op tot een heer van stand, een karikatuur van een magistraat, dat je dacht: oké, wie is Wiegel – het is tijd voor een antwoord.

Alles zit erin, in Hans Wiegel – De biografie: zijn intrigerende verlegenheid, zijn talent voor eenzaamheid dat weinigen kennen, zijn intense liefde voor de politiek als spel, zo men wil als kunst – niet omwille van de inhoud, maar om het electorale gewin. Het komt allemaal aan de orde, maar als lezer moet je ausdauer hebben voordat je te midden van talloos veel uitweidingen de ongerijmdheden in het karakter van Hans Wiegel bijeen kunt sprokkelen.

Op het gymnasium in Hilversum zaten kinderen die aan hockey deden en tennis. De vaders waren arts of directeur. Hun zoons leerden al vroeg een stropdas strikken. Hans, zoon van een vader met ambachtsschool en een moeder met mulo, kwam uit de Amsterdamse Jordaan. Zijn moeder breide voor hem een trui uit een oud vest. Hans droeg die trui niet graag. Hij wilde erbij horen, maar verlegenheid stond hem in de weg. Wereldvreemdheid kwam erbovenop. Hij studeerde enige tijd rechten, maar van de sociëteit bleef hij weg. Liever bezocht hij zijn grootouders om een potje te kaarten. Een casanova ging aan hem niet verloren. Hij hield van vrouwen, maar hoe die te veroveren was tot op gevorderde leeftijd een puzzel, vele malen moeilijker dan de slotrede op een partijcongres.

Hans Wiegel op de algemene vergadering van de VVD in 1977. Beeld HH

Eenzaamheid is zijn kwetsbare kant. Hij houdt somberte stil. In de biografie is er hier en daar een aanduiding. Op bladzijde 361 staat: ‘Wiegel kan het met alle leden van de fractie goed vinden, maar hij heeft geen vrienden onder hen. Illusies over solidariteit heeft hij niet.’ Hij is een man van de kleine, vertrouwde kring. ‘Hij is zuinig op zijn privacy.’ Hoe kan zo’n gevoelige ziel uitgroeien tot ‘de brutale grootbek van de VVD’?

Op het gymnasium in Hilversum ontdekte hij dat flux de bouche helpt. Zijn klasgenoten maakten hem klassenvertegenwoordiger; een grotere eer was niet denkbaar. Hij bleef verlegen, maar kwam erachter dat een lefgozer boven zichzelf kan uitstijgen. In het bestuur van de JOVD, de jonge liberalen, raakte hij in zekere zin overmoedig: ‘Geregeld trekt hij een pak met stropdas aan en oefent hij op spreken met een hete aardappel in de keel: bwah bwah bwah.’ Grenzen werden verlegd. Hij droeg een vest met horlogeketting, hij schafte zich doosjes Balmoral-sigaren aan. Moest hij jongerenafdelingen in het land bezoeken, dan treinde hij eerste klas. Hij mocht tweede klas declareren. Dat het allemaal pose was, wist hij ook wel. Maar in het openbaar zichzelf zijn, dat ging niet. Bravoure was nodig als alibi. Zonder die dekmantel zou hij het niet aandurven volle zalen toe te spreken. Daaronder genoot hij van alle aandacht die hem ten deel viel. Hij heeft het zijn hele openbare leven zo volgehouden.

Biograaf Sijpersma behandelt zijn onderwerp met gevoel. Ontroerend zijn de beschrijvingen van de grote tragedies in het bestaan van Hans Wiegel: Jacqueline Freriks, de moeder van zijn twee kinderen, verongelukte door een verkeersfout. Haar zusje Marianne, met wie Wiegel nadien trouwde, raakte vermoedelijk door een stuurfout van de weg en kwam ook om het leven. Het heeft zijn gevoel van verlorenheid enorm verdiept.

Toch zit de auteur zijn eigen verhaal dikwijls in de weg. Hij wil te veel vertellen, 784 pagina’s lang. Over de opkomst en neergang van het kabinet-Biesheuvel, over de vermogensaanwasdeling, over die verdomde loon-prijsspiraal, over al lang vergeten Kamerdebatten. Het wordt allemaal in extenso beschreven en al te vaak als een braaf verslag en niet van binnenuit. Op die manier is het oponthoud, ballast. Waar is onze held, vraag je je af, wat vrat Wiegel achter de schermen uit, met wie conspireerde hij?

Gaandeweg komen er meer insideverhalen, maar het beste deel van het boek is eigenaardig genoeg het nawoord. Dan is Sijpersma onbeschroomd.

Hij schrijft: ‘Hoe verknocht hij ook was aan zijn professie, Wiegel behoorde niet tot het type van de gedreven politicus. Het spel om de knikkers interesseerde hem meer dan de knikkers zelf. Idealisme is hem vreemd; hij is een pure realist. (…) Wiegel is verslaafd aan aandacht, verlegen en ijdel als hij tegelijk is.

Hans Wiegel, inmiddels erelid van de VVD, bereidt zich voor op de landelijke voorzittersdag in Ermelo, 2005. Beeld HH

‘Het verwijt geen intellectueel te zijn heeft hem nooit gedeerd, domweg omdat hij dat ook niet pretendeerde. (…) Hans Wiegel is een muzikaal noch romantisch mens, maar – zijn eigen woorden – een heel prozaïsch man. De goede smaak is voor hem geen cultureel-esthetisch begrip, eerder een culinaire aanduiding.’

Hans Wiegel heeft gezegd dat hij zijn droefenis te boven is gekomen. Sijpersma denkt daar anders over: ‘Zijn verdriet is niet opgelost in de tijd, maar zit nog diep in zijn binnenste.’ Wiegel woont in Oudega, in de Zuidwesthoek van Friesland, in een mooi huisje aan de dijk, met een meer als achtertuin en uitzicht op een eiland. Volgend jaar wordt hij 80. Sijpersma schrijft: ‘Er zijn van die momenten, dan heeft hij niemand om zich heen. Hans Wiegel woont te midden van zijn herinneringen. Soms strijkt er in de bomen op het eiland een vlucht zilverreigers neer.’

Beeld Atlas Contact

Pieter Sijpersma: Hans Wiegel – De biografie. Atlas Contact; 784 pagina’s; € 39,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden