Alles kan

Hans Rothmeijer behoedde een van de laatste stukjes van oud-Rotterdam, de Oude Binnenweg, voor de sloop...

Hans Rothmeijer, op 19 februari op 78-jarige leeftijdoverleden, was oprichter van de vrijplaats voor kunstenaarsBlack Cat, jazzpianist, bouwkundig tekenaar, fotograaf,schrijver, melancholicus, kenner van gehaktballen, 'burgemeestervan de Oude Binnenweg' en bovenal: Rotterdammer. Hetbombardement van Rotterdam bleef hem zijn leven langachtervolgen. Hij voelde zich intens betrokken bij de wederopbouw van zijn stad. In 1991 kreeg hij de Laurenspenningvoor zijn inzet voor kunst en cultuur. De onderscheiding werduitgereikt in de gerestaureerde Laurenskerk, waar hij tijdensde oorlog tussen het puin had gespeeld. Op een dag was hij detoren ingeklommen en vond hij daar een hoopje mensenschedels.

Hij werd geboren als Hans Rotmeijer, Rothmeijer vond hijmooier en het werd zijn nom de plume. Zijn vader waskunstschilder. Hij kon de oorlog niet aan en stierf. Zijn moederwas onderwijzeres. Zijn zus Paula trouwde met Chris Baris, delegendarische apentemmer van dierentuin Blijdorp. Op de hbs kreegHans een leraar die hem enthousiast maakte voor de moderneliteratuur, maar toen diens vrouw en zoon bij eenvergissingsbombardement van de Amerikanen om het leven kwamen,kon hij geen les meer geven. Hans zou er later over schrijven.Dood en verdriet, ze komen in zijn verhalen steeds weer terug.In Maria Sklipoes (uitgave Back Cat) vertelt hij hoe hij tijdensde hongerwinter werd gearresteerd en in Duitsland te werkgesteld. Hij raakte bevriend met een Russin uit Kiev. Zij werktein de keuken en gaf hem een stukje worst. Voor dat vergrijp werdzij gefusilleerd.

In 1948 haalde hij zijn mts-diploma bouwkunde. Hij kreeg eenbaan bij een architectenbureau en speelde piano in een jazzband.Hij voelde zich existentialist, lifte naar Parijs, fotografeerde,ontmoette kunstenaars en ging kamperen in de vrije natuur. Hetwas geen wilde boel, verzekert een vriend: 'Nee, zwaregesprekken, Sartre en Dostojevski lezen. Meisjes mochten nietzwanger worden.' Tot zijn 70ste bleef hij kamperen. Hij zocht devrijheid, inspireerde zijn vrienden en wist zijn baan en liefdevoor de kunst te combineren. Als het hem benauwde, ging hij naarde Westerkade. Daar noteerde hij de namen van de schepen in eenschriftje; keurig in twee kolommen,stroomopwaarts/stroomafwaarts. Dat gaf hem rust.

Hij woonde op de Oude Binnenweg, een laatste stukjesoud-Rotterdam dat hij behoedde voor de sloop. Hij vocht tegenverloedering en was dagelijks met zijn vrouw Anna te vinden inhet artiestencafé Pardoel. Daar begon hij aan zijn boek overde gehaktbal. Na de opheffing van Pardoel werd hij stamgast bijTimmer in dezelfde straat.

Na zijn pensionering verhuisde hij met zijn grotekunstcollectie naar een statig pand aan de Mauritsweg en opendeop de benedenverdieping zijn Black Cat. De eerstetentoonstelling was gewijd aan het bombardement. Black Cat werdeen begrip: Alles kon, niets was te gek, hij maakte duizendenfoto's van bezoekers. In zijn verhaal Art until death beschreefhij een performance van de kunstenaar Bricky die aan het plafondhing als een engeltje, in zijn blote kont. 'Met een borrel in dehand zag ik het gebeuren'. Bricky viel omlaag. In het verhaal washij morsdood. In werkelijkheid bleef de kunstenaar ongedeerd. Degalerie sloot in 1984. De druk werd te groot. Hans gingschrijven, hielp kunstenaars en waakte over de Oude Binnenweg,tot ook de dagelijkse gang met Anna naar Timmer te zwaar werd.Zij sloten zich op in de kale, vervallen ruimte van de eens zolevendige Black Cat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden