Alles is weer tot de kleinste details verzorgd bij The Analogues

Een half jaar na hun met groot spektakel in het Ziggo Dome afgesloten Sgt. Pepper tournee staan The Analogues al weer met een nieuwe voorstelling in de theaters. Bart van Poppel (bas, zang) en Diederik Nomden (zang, toetsen) hebben dit keer alle liedjes van een andere Beatles plaat uitgeplozen en zo exact mogelijk met de band ingestudeerd.

Foto Michel Mees

The Beatles (1968), beter bekend als The White Album, is minder weelderig dan de vorige Fab Four-albums die The Analogues zo succesvol eigen maakten.

Maar de 'recreatie' van deze plaat leverde op voorhand wel een interessant probleem op: wat te doen met die ruim acht minuten durende geluidscollage die Revolution 9 heet. Van Poppel is echt opnieuw gaan knippen en plakken, zo blijkt. Fraai is ook de beeldmontage die Jaap Drupsteen erbij maakte, zodat het altijd wat onmogelijke nummer in het theater een stuk sneller opschiet dan op de plaat.

Een plaat die toch behoorlijk wat mindere liedjes bevat, zo blijkt maandagavond tijdens de eerste van drie uitverkochte voorstellingen in Carré. The Continuing Story Of Bungalow Bill bijvoorbeeld duurt maar drie minuten, maar het lijken er in Carré wel tien. Bovendien zitten de beste liedjes vooral in de eerste helft, zodat het best een lange zit wordt.

Maar alles is weer tot de kleinste details verzorgd. Een hoogtepunt van het album als While My Guitar Gently Weeps wordt uitmuntend gespeeld en gezongen.

Foto Michel Mees

Ook fraai: Nomden die Blackbird zingt, de snerpende Lennon-stem van Felix Maginn en de 'harde' McCartney door Bauke Bakker.

Maar Helter Skelter laten volgen door het inferieure Long, Long, Long is een enorme anti-climax. Dat hadden de Beatles vijftig jaar geleden zelf ook wel kunnen bedenken trouwens.