De walküren-zusters met vooraan Bettina Ranch.

Recensie Die Walküre

Alles is goed aan Die Walküre van Pierre Audi. Dit wil je zien ★★★★☆

De walküren-zusters met vooraan Bettina Ranch. Beeld DNO 2019

Het orkest klinkt ontspannener dan ooit en wordt geholpen door de akoestische situatie.

Wat was er ook alweer zo goed aan de Die Walküre-productie van Pierre Audi? Wat niet, kun je ook vragen. Regisseur Audi en decorontwerper George Tsypin schonken Amsterdam in 1998 een Walküre zonder de traditioneel muffe kostuums, zonder verwijzingen naar de actualiteit, maar vol prikkelende beelden en goed gedoseerd spektakel vol licht en vuur. Bijzonder was de gekantelde toneelvloer, die een hoek van 25 graden maakt: een rond, houten ding dat voor de ‘wereld-es’ staat; met wat fantasie kun je er jaarringen in herkennen.

Een slimme zet: uit die stam is een hap genomen. Daar, op gelijke hoogte met de zangers, zit het orkest. Zouden de solo’s van de cello, basklarinet en althobo uit een orkestbak komen (Wagner schreef juist voor dat het orkest onzichtbaar moest zijn), dan moeten ze gevoelsmatig een grotere afstand overbruggen. Hier voelen ze intiem aan, menselijk.

Deze weken is Audi’s Die Walküre, deel twee van de Ring des Nibelungen, dan écht voor het laatst te zien – zeggen ze althans bij De Nationale Opera. Zaterdagavond wordt de laatste serie ingeluid met het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Marc Albrecht en een nieuwe cast. Eva-Maria Westbroek zong Sieglinde, haar lijfrol, in tal van grote operahuizen, en mag ‘haar’ nu eindelijk presenteren aan het Amsterdamse Waterlooplein.

Michael König (Siegmund) en Eva-Maria Westbroek (Sieglinde) in Die Walküre bij De Nationale Opera. Beeld DNO 2019

Het eerste bedrijf vliegt voorbij, en dat terwijl Albrechts tempi over het algemeen wat trager zijn. De dirigent heeft zijn orkest een wagneriaans toverdrankje toegediend: het klinkt ontspannener dan ooit, geholpen door de akoestische situatie, met hangend, schuin paneel aan de achterkant van het podium. De koperblazers klinken uitstekend, de zangers zijn spatgelijk met het orkest en bewegen even precies als de beroemde motieven worden ingezet. Ook dat is zo goed aan de Audi-Walküre: in elke beweging kun je betekenis blijven zoeken én vinden.

Westbroek en haar tegenspeler Michael König, als Siegmund, zijn aangrijpend in hun liefdesduet. Van die twee kom je niet los, beiden zetten veelkleurige personages neer. Stephen Milling, als Hunding, heeft met zijn ingebouwde subwoofer de mooiste stem. Heerlijk hoe die medeklinkers eruit rollen. Ook om te zien klopt het. König is geen kleintje, alleen een hulkachtige verschijning zoals Milling kan hem bang maken.

De zangers die de volgende bedrijven domineren, bieden vocaal iets minder variatie. Iain Paterson is duidelijk een ervaren Wotan. Op zijn stem zit weinig glans, wat op zich wel past bij de god-op-zijn-retour die hij speelt. Als hij bij de afscheidsscène tot Brünnhilde (Martina Serafin) zingt, is zijn stem bijna op. Maar juist daardoor voelt het allemaal zo echt. Het ensemblewerk van de walkürenzusters is retestrak, de choreografie met hun blikken vleugels blijft sterk.

Die Walküre bij De Nationale Opera. Beeld DNO 2019

En dat geldt eigenlijk voor de hele enscenering. Die wil maar niet gedateerd raken.

Al in 2005, na de tweede herneming van de volledige Ring, werd al gedreigd dat de decors van de vier muziekdrama’s zouden worden weggegooid. Tachtig ritten met trailers waren er destijds voor nodig om de decorstukken van de opslag naar de Stopera te vervoeren. Na 2013 zou het dan echt gedaan zijn, maar het spul bleek nog steeds niet door de shredder gehaald.

Ze zouden wel gek zijn om dat te doen. Dit wil je nog eens zien, hier wil je je (klein)kinderen mee naartoe nemen. Een voorspellinkje: over twaalf jaar keert de Ring terug aan de Amstel.

Voor de zekerheid: wacht er niet op. Gaat dat zien.

Die Walküre

Opera

★★★★☆

Van Richard Wagner bij De Nationale Opera, in regie van Pierre Audi. Met o.a. Eva-Maria Westbroek en het Nederlands Philharmonisch Orkest.

16/11, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. Te zien t/m 8/12.

Ondertussen bij de opera

Niet iedereen is zo blij bij De Nationale Opera. Vorig week heeft de Kunstenbond, belangenbehartiger van werknemers en zelfstandigen in de culturele sector, de organisatie gedagvaard. De bond stelt dat er sprake is van schijnzelfstandigheid bij het freelance operakoor. Omdat elke productie een andere omvang heeft (en er soms, zoals in Die Walküre, geen koor nodig is), zijn er zowel zangers met een arbeidsovereenkomst (55) als freelance zangers (ongeveer 70).

Volgens de Kunstenbond zou er ook bij die freelancers sprake zijn van een gezagsverhouding. Het verschil in beloning met collega’s in vaste dienst zou meer dan twee keer zo groot zijn. De freelancers ontvangen iets meer dan 25 euro per uur. Het operahuis liet aan dagblad Trouw weten de gang naar de rechter ‘misplaatst en teleurstellend’ te vinden. Een eerder gesprek met de freelancers leidde tot een tariefstijging van 25 procent in 2020.

Lees verder

Iris van Wijnen, te horen in Die Walküre, is een van de grootste operatalenten van Nederland. Al zes jaar na haar eerste zangles zong ze in het beroemde operahuis in München. ‘Het eerste wat ik kocht, was een dirndl.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden