ALLES DESIGN

Design kleurt de alledaagse werkelijkheid. Een kloek boekwerk bevat een selectie van 999 objecten met de status van klassiekers. Maar is het Maggi-flesje nu zo beroemd louter om de vorm of doet de inhoud er ook nog toe?...

JEROEN JUNTE

Als je hem ergens op straat zou zien liggen, dan zou je er waarschijnlijk niet eens voor bukken. Een gebogen stuk ijzer is het, slechts enkele centimeters in doorsnee. Het ziet er uit als tja, een roestige tang? Je moet maar net weten dat het eigenlijk een schaar is. En dan nog, wat is er gewoner dan zo'n huis-tuin-en-keuken attribuut, en dan ook nog eens eentje waar made in China op had kunnen staan. Hooguit interessant voor archeologen dus. De rest denkt meteen: schroot.

Toch hebben we hier te maken met een onvervalste designklassieker. Want dit is niet zo maar een inwisselbaar knippertje maar onvervangbaar Chinees cultuurgoed. De Grote Roerganger zelf prees in 1956 dit ontwerp als een uitzonderlijke bijdrage aan de Chinese cultuur en historie. Niet alleen appelleert dit schaartje uit 1663 aan de glorieuze geschiedenis van de wereldmacht - al vierhonderd jaar geleden rolden hier de eerste industriële producten van de band! Het is ook een symbool van de industriële potentie van het huidige China; nog steeds worden er elk jaar zo'n 45 miljoen scharen vervaardigd in Zhang Xiaoquan, een van de oudste fabrieken ter wereld.

Reden genoeg om deze schaar uit te roepen tot de eerste designklassieker. In het boek Phaidon Design Classics staan maar liefst 999 van zulke evergreens uit de designhistorie, en de schaar staat op bladzijde 1. Van de Teddybeer (1902) tot de Trabant (1956), maar ook het Zwitsers zakmes (1891) en de iPod (2001); werkelijk het hele spectrum van vier eeuwen productontwerpen komt voorbij. Zelfs zoiets ongrijpbaars als een geur (Chanel nr. 5 uit 1921).

Naast de volledigheid moet dit boekwerk het vooral ook hebben van zijn imposante voorkomen: drie vuistdikke delen, elk enkele kilo's zwaar. Kortom, het soort boek dat alle andere historische overzichten over design overbodig moet maken. De selectie is gemaakt door een internationaal team van journalisten, critici, kunsthistorici en andere deskundigen, onder wie Thimo te Duits, conservator van het Rotterdamse museum Boijmans Van Beuningen, waar volgende maand een selectie van 125 van deze iconen wordt geëxposeerd.

Inderdaad zijn het alle 999 'industrieel vervaardigde voorwerpen van esthetische waarde en tijdloze kwaliteit', zoals de definitie van een designklassieker luidt in dit encyclopedische boekwerk. Ook zijn ze zonder uitzondering 'onveranderd gebleven' - eveneens een voorwaarde voor eeuwige roem. Maar als er een criterium doorslaggevend is geweest bij het samenstellen van deze lijst, dan is het herkenbaarheid. Bladeren door de duizenden pagina's is één langgerekte aha-erlebnis. Meer nog dan een selectie tijdloze producten is dit designboek een overzicht van vier eeuwen populaire cultuur. Alsof je de driedubbeldikke jubileumeditie van vierhonderd jaar Wehkamp-gids openslaat.

Design kleurt onze alledaagse werkelijkheid, misschien nog wel meer dan film, popmuziek of televisie. Wie kent immers nog de openingsmonoloog van The Godfather, of alle poppetjes op de hoes van Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band, laat staan het herkenningsdeuntje van de oer-soap Peyton Place. Maar het Coca Cola-flesje (1915) kennen we allemaal. Evenals de Bic-aansteker (1973) en de Porsche 911 (1963).

Het begrip design wordt zover opgerekt door de makers van dit boek, dat alles wat zich ook maar enigszins heeft verankerd in ons collectieve bewustzijn een plaats krijgt in deze eregalerij. Zelfs gebruiksvoorwerpen die zo vanzelfsprekend zijn dat we ze niet eens als design herkennen zijn opeens van 'tijdloze esthetische waarde' - de wasknijper, de veiligheidsspeld, een schaar uit 1663. Ook het onderscheid tussen de uitvinder en de ontwerper, die tenslotte toch slechts een vorm verzint voor een nieuw product, lijkt niet meer te bestaan. Het getuigt van lef de heteluchtballon als een designklassieker te zien - of, erger, van overmoed.

In Design Classics is alles design. Op zichzelf al discutabel. Maar wat nog gekker is: design wordt gepromoveerd tot de bepalende factor voor de status van een product. Maar zou het koddige Maggi-flesje uit 1886 het predikaat van klassieker hebben meegekregen als het bruine goedje ín de fles niet te pruimen was geweest? En was het nou Marilyn Monroe die Chanel nr. 5 onsterfelijk maakte met haar uitspraak dat ze 's nachts niets anders droeg dan enkele druppels van dit parfum, of lag het aan dat robuuste flesje? Of was het misschien toch die onweerstaanbare geur zelf?

Dit boek met bijbehorende expositie is niet de enige manier waarop design van een nieuwe betekenis wordt voorzien. In Groot-Brittannië mochten de Britten onlangs het beste nationale ontwerp kiezen bij de Great British Design Quest. NRC Handelsblad organiseert momenteel een soortgelijke verkiezing in Nederland. Design is kennelijk ontdekt als nationaal bindmiddel. Daarbij is het aanbod breder dan ooit - design ligt nu binnen bereik van de doorsnee consument. Met een totale omzet van 2,6 miljard euro was de bijdrage van de ontwerpindustrie aan de Nederlandse economie in 2005 even groot als die van de aardolie-industrie en het luchtvervoer, zo berekende TNO.

Goed of slecht, bij zo'n benadering van design zijn dit holle begrippen. Het enige dat telt, is de beleving van de consument. Zeg dat je een nieuwe lamp hebt gekocht en onverschilligheid is je deel. Laat terloops vallen dat het hier toevallig wel om een 'designlamp' gaat, en de blikken zijn opeens bewonderend. Niet zo gek dus dat ook steeds vaker de vox populi mag bepalen wat goed design is. En dan kan het zomaar gebeuren dat emoties als verbazing, nostalgie of zelfs banale hebzucht zwaarder wegen dan de artistieke merites van een ontwerp.

De Britten verkozen de Concorde als het beste Britse ontwerp. Het supersonische vliegtuig was voor de helft ontwikkeld door de Fransen en verdween, na een ongeluk, na dertig bescheiden dienstjaren roemloos via de achterdeur. De torenhoge favoriet in de Beste Nederlands Design Verkiezing van NRC Handelsblad is het briefje van vijftig gulden van Ootje Oxenaar (1982-2001), een ontwerp met evenveel schoonheid als symboliek: de gulden was mooi, de euro is lelijk. Dus dragen de populariteitspolls bij aan de inflatie van design tot nationale ego-boost.

Deze reflex is wel begrijpelijk. Ook bij het zien van de Zig-Zag-stoel (1932) van Gerrit Rietveld, het cassettebandje van Philips NV (1962) of de Amsterdammer (1978) van Aldo van den Nieuwelaar tussen de 999 design klassiekers is trots het eerste gevoel dat opwelt. De vraag is alleen of nostalgie en trots de juiste critera zijn om design mee te beoordelen.

Het mooiste schilderij? De beste opera? Hoongelach zou het deel zijn van de organisator van zo'n artistieke wedloop. Hoe alledaags ook, design is een kunstvorm en zou ook zo moeten worden beoordeeld. Een goed ontwerper is een scherp observator van het tijdsbeeld en zijn ontwerp speelt in op actuele behoeftes en dromen van de samenleving. Het vele retrodesign van de laatste jaren - denk aan de wulpse barok-krullen en de fleurige sixties-motiefjes - is een reactie op onze verkilde technocratische samenleving. Op dezelfde manier domineerde het minimalisme in de jaren negentig, een tijd waarin de wereld steeds kaler, want virtueler werd. En zo zijn die olijke, futuristische vloeistoflampen typerend voor de jaren zestig, toen het geloof in een stralende toekomst nog fier overeind stond.

Dankzij zulke echte klassiekers is design uitgegroeid tot een volwassen kunstdiscipline met een eigen dynamiek en canon. Ontwerpers reageren op elkaar, ongeacht wat de consument daar van moge denken. Na de eerste industrieel vervaardigde stoel, de Thonet nr. 14 (1859), ontwierp Marcel Breuer de Wassily Chair (1925), een buizenframe dat afrekende met de misvatting dat een stoel vier poten moet hebben. Gevolgd door de kunststof Panton Chair (1959), de eerste stoel die slechts uit één onderdeel bestaat. Totdat tegenwoordig een stoel elke gewenste vorm kan krijgen, zoals Marcel Wanders' Knotted Chair (1998), een stoel van ambachtelijk geknoopt touw voorzien van een hypermoderne epoxy-laag.

Natuurlijk dingen ook deze stoelen mee naar het predikaat mooiste en beste. Dat is het voordeel van een boek met 999 ontwerpen - ruimte genoeg. Maar tegelijkertijd is dat nou ook juist het manco van deze lijstjes. Waarom nou weer het beste Néderlandse design? En waarom nou precies 999 designklassiekers, en niet 512 of 1367? Omdat Hollands glorie het op dit moment goed doet. En omdat 999 het lekker sappig klinkt.

Eigenlijk bevat Design Classics zelfs exact duizend tijdloze ontwerpen - nog sappiger dus. De laatste is namelijk het boek zelf, zo snoeft de uitgever. Veel meer dan een plastic frame waarmee deze drie loodzware boeken toch met één hand kunnen worden verplaatst, behelst dit ontwerp van Konstantin Grcic niet. Daarbij is de constructie zo gammel dat die al na één keer gebruiken kapot is. Kortom, waardeloos design. Maar ja, het predikaat designklassieker doet het nu eenmaal goed. Zelfs marketing is tegenwoordig design.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden