Alles bestaat, alleen de wereld niet, betoogt een jonge Duitse filosoof

 

Er zijn meerdere mogelijkheden om de werkelijkheid te bezien. De eerste schuilt al in het woord 'werkelijkheid'. Het suggereert immers dat alles om mij heen, mijzelf niet uitgezonderd, werkelijk bestaat; een realiteit is die via de fysica onderzoek- en kenbaar is. Er is een benadering die hier boven uitstijgt en op zoek gaat naar de aard van die werkelijkheid: metafysica speurt naar een bezield verband, dat de fysieke werkelijkheid tot een betekenisvol geheel maakt. Mede daarom is zij niet onomstreden. Voor je het weet zit je opgescheept met een scheppende, of erger, almachtige god.

Farce

Daar tegenover staan sceptici die vraagtekens zetten bij de kenbaarheid van de fysieke werkelijkheid. Zij wijzen op de ontoereikendheid van onze zintuigen en ons denkvermogen en de nare eigenschap van een werkelijkheid die zich niet laat kennen, en zich bij onze nadering terugtrekt als de wijkende einder. De ultieme vertegenwoordiger van deze stroming is de solipsist, die meent dat de werkelijkheid een farce is, ontsproten aan zijn eigen brein.

Zover is het gelukkig nog niet met de jonge Duitse filosoof Markus Gabriel (1980), getuige diens Waarom de wereld niet bestaat. Om de lezer maar meteen gerust te stellen: ondanks de provocerende titel beweert Gabriel niet dat er niets is. Integendeel: alles bestaat, van de petunia's in de vensterbank tot, zo men wil, eenhoorns op de maan. Alleen de wereld niet; een standpunt dat hij niet zonder jeugdige pedanterie verdedigt.

Gedachte-experiment

Onder 'wereld' verstaat Gabriel alles wat bestaat, dus tastbaar aanwezig dan wel denkbaar is. De vraag is alleen: waar bevindt zich het domein, de 'wereld' dus, waarin dat alles zich bevindt? Een prikkelende vraag die de auteur illustreert met een fragment uit de roman Tsjapajev en de leegte van de Rus Viktor Pelevin. Daarin discussiëren twee vrienden over de vraag waar zich het heelal bevindt. 'In zichzelf', aldus de een. Maar waar ligt dat 'zichzelf'?, vraagt de ander. 'In mijn bewustzijn', luidt het weerwoord. Maar, als dat zo is, dan rest toch slechts de zinloze conclusie dat je bewustzijn zich in je bewustzijn bevindt? Daar drinken de twee vrienden dan nog maar een wodka op.

Gabriels boek is een afrekening met de suprematie van het eenzijdige, natuurwetenschappelijke wereldbeeld en het bijbehorende moderne nihilisme, de metafysica en het constructivisme met zijn grote verhalen, en tegelijk een niet-religieuze rehabilitatie van de vraag naar de zin van het leven. 'De zin van zijn', zo concludeert hij, 'is de zin zelf.' Wie zich laat meevoeren in zijn filosofische tour de force, ondergaat een duizelingwekkend gedachte-experiment, al moet de welwillende lezer bereid zijn zich door flink wat wijsgerig potjeslatijn heen te werken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden