Recensie Black – The Sorrows of Belgium 1: Congo

Alles aan Black van NTGent ademt goede bedoelingen, maar die pakken veelal verkeerd uit ★★☆☆☆

Door zijn wens van Black de moreel juiste voorstelling te maken, maakt regisseur Luk Perceval keuzen die verkeerd uitpakken.

'Black, the Sorrows of Belgium I: Congo' Beeld Michiel Devijver

Alles aan de productie Black – The Sorrows of Belgium 1: Congo ademt goede bedoelingen. Dat is sympathiek en begrijpelijk, daar het een voorstelling betreft van een Vlaamse theatermaker, Luk Perceval, over de monsterlijke wandaden van het Belgisch koloniaal bewind in Congo, onder heerschappij van koning Leopold II. Maar goede bedoelingen pakken in de kunst gemakkelijk verkeerd uit: ze leiden algauw tot morele zelfgenoegzaamheid en zwart-witdenken. In het geval van Black zit het loodzware schuldbewustzijn van de makers de artistieke kwaliteit – en dus de inhoudelijke impact – in de weg. Dat wordt al pijnlijk duidelijk in het berouwvolle programmaboek, waarin Perceval zijn ‘hoogstpersoonlijke en welgemeende excuses’ aanbiedt ‘aan het hele Afrikaanse continent’. Zo veel deemoed, vermengd met naïviteit, paternalisme en ijdelheid, je wordt er bijna een beetje lacherig van.

Niet dat de getoonde koloniale wreedheden niet inktzwart en misselijkmakend zijn. In Black volgen we de Afro-Amerikaanse missionaris William Henry Sheppard op beschavingsmissie in de ‘Congo-Vrijstaat’, eind 19de eeuw. Acteur Nganji Mutiri geeft hem sereen en waardig gestalte. De andere acteurs in de uitstekende, gemengde cast vertolken uiteenlopende, wisselende rollen, waarbij de verdeling steeds is: wrede witte overheersers (Frank Focketyn, Peter Seynaeve, Tom Dewispelaere), versus onschuldige zwarte onderdrukten (Andie Dushime, Yolanda Mpelé, Aminata Demba). Dat is eendimensionaal en op dramatisch vlak oninteressant.

Perceval geselt de toeschouwer met gruwelen. Zijn voorstelling is als een zweepslag, bedoeld om het publiek hard te raken. En nee, ze zijn niet verzonnen, de gewelddadige verkrachtingen, de sadistische moorden, de opzwellende lijken, de manden vol met handen. Een verkrachte vrouw wier hand is afgehakt, krijgt te horen dat ze nog geluk heeft gehad. Dit soort stuitende wandaden hoeft natuurlijk niet te worden gerelativeerd. Maar overtuigend drama heeft wel baat bij enige vorm van dosering, opbouw en contrast.

Door zijn expliciete wens de moreel juiste voorstelling te maken, maakt Perceval discutabele keuzen die verkeerd uitpakken, en bereikt hij het omgekeerde van wat hij beoogt. Zo zijn de witte overheersers steevast eendimensionale, racistische, drankzuchtige schurken. Zo veel pure slechtheid stoot af, en is ook onmogelijk te spelen, vandaar dat Focketyn, Seynaeve en Dewispelaere zich bij vlagen maar behelpen met groteske komedie. Dit zijn acteurs die voluit kunnen schitteren en daar krijgen ze ook alle ruimte voor, waardoor hun scènes behoren tot de leukste van de voorstelling – en dat kan niet de bedoeling zijn. Daartegenover vertolken de vier zwarte spelers uitsluitend de onschuld, waardigheid en kracht. Daarmee stapt Perceval blind in de val van het romantisch exotisme, en reduceert hij de zwarte personages tot saaie tweederangsfiguren.

In wat de grote theatrale schuldbekentenis aan Congo had moeten zijn, is dat een onvergeeflijke misser. Dat maken de schilderachtige visuele taferelen, de opzwepende muziek van Sam Gysel en de fenomenaal mooie zang van Andie Dushime niet meer goed.

Black – The Sorrows of Belgium 1: Congo
Door NTGent
8/4, Internationaal Theater Amsterdam. Tournee. 

Nganji Mutiri als William Henry Sheppard in 'Black – The Sorrows of Belgium I: Congo' Beeld Michiel Devijver
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden