Allerjezus goed

Als ze in Volendam iets doen, dan doen ze het met z'n allen. Zoals het maken en uitvoeren van de rockopera Jesus Christ Superstar....

'Ze zijn een beetje zenuwachtig', zegt Jan Smit, eigenaar van paviljoen Smit-Bokkum, 'want Judas had longontsteking.' Nico Brinkkemper zit in de organisatie van de productie Jesus Christ Superstar en hij geeft toe: 'Je trekt niet zomaar een blik Jezussen of Judassen open.' 'Judassen lopen hier anders genoeg', zegt Smit.

'Maar die kunnen niet zingen', zegt Brinkkemper, in het dagelijks leven productieleider van een verpakkingsbedrijf. Hij is lid van de Culturele Raad van Volendam en ze hadden hem gauw weten te vinden voor dit project. Vanachter de gebakken pangafilet in Smit-Bokkum vat hij de voorafgaande gebeurtenissen geroutineerd samen, waarbij hij goed oplet niemand te vergeten.

Daarna geeft hij een korte rondleiding in het Palingsoundmuseum op de bovenverdieping van het etablissement, waar hij alle muzikale stambomen (de Kostertjes, de Mührentjes, de Dekkertjes, de Keizertjes, de Tolletjes, de Poesies) weet te leiden naar de rockopera. Harmen Kelly Veerman bijvoorbeeld is Pilatus en zijn zoon Kelly apostel. Kelly is de leadzanger van de band, waar John Schilder drummer van geweest is. Die is nu de percussionist van de Jesus Christ Superstar Band van Thomas 'Thoom' Tol. Thooms zoon Kees is ook apostel, net als Nico Tol en Peter 'Poeri' Tol, die samen met Berry 'Bolide' Schilder en Cees 'Jozef' Veerman - eveneens apostelen - in The Pietels zit, de parodie op Piet Veerman. Daarnaast is Cees contrabassist bij Hot Ziggety, waarin z'n broer op de vleugel speelt en hun vader Jack saxofoon. Net als Hoge Priester Karel Lautenschütz is Jack een neef van Piet Veerman.

Volendamse geheimtaal, maar voor de dorpelingen is er niks raars aan. Iedereen is familie, iedereen maakt muziek. Als ze hier iets doen, dan doen ze het met z'n allen.

Grimecursus

Vanavond wordt er gerepeteerd in de Sint-Vincentiuskerk. Het 28 duizend inwoners tellende Volendam is het enige katholieke dorp aan het IJsselmeer, volgens Nico zijn de meeste inwoners nog gelovig. Naar goed-katholieke traditie hebben ze allemaal leren zingen. Zijn dochter Simone en een vriendinnetje staan nog werkeloos achter de koffieketel, zijn vrouw Lydia zal volgende week met tien andere vrouwen de schmink verzorgen. Met een clubje van acht heeft ze een grimecursus gevolgd. Het altaar op wielen is zojuist aan de kant gereden, er wordt gesoundcheckt, iemand brengt de kostuums binnen, voor de deur staat een busje waaruit een zeven meter lang kruis steekt. Jan Hoogland, de dirigent van het koor, is ook een goede timmerman; hij heeft het kruis en het decor gemaakt. Daarnaast bieden meer dan twintig plaatselijke ondernemers de helpende hand. 'Wat we inhuren is allemaal gratis', zegt Nico. 'Je kunt hier op twee vierkante kilometer alles krijgen, inclusief de muziek.'

'Ik ben altijd weer benieuwd of ze komen', zegt Albert Hoekstra, die samen met mederegisseur Henk Mühren initiatiefnemer is van JCS. En daar zal je Henk net hebben. Als opvolgers van Pé Mühren, tevens befaamd stadionspeaker van voetbalclub Volendam, schreven en regisseerden Albert en Henk de stukken van de plaatselijke toneelvereniging.

Albert: 'Mijn kinderen hoefden nooit naar de kerk met Pasen, maar ze moesten wel verplicht naar Jesus Christ Superstar kijken.'

Henk: 'Zeven jaar lang hebben Albert en ik met elkaar gebeld als die film op tv was, 'Hejjum gezien?”

Albert: 'Op 1 januari 2004 om een uur of zes kwam het ter sprake, in het café. We waren net begonnen aan een komische thriller. Ik zei: 'Henk, ik geef je nu de hand, we stoppen met dat stuk, we gaan Jesus Christ doen. Nu ben ik te dronken, maar morgenochtend bellen we.''

Vervolgens gingen ze naar Thomas en Kees Tol, voormalige kopstukken van BZN, voor de muzikale leiding. Albert: 'Thomas en Kees zaten in de beginjaren in BZN, toen het nog een rockband was.'

Henk: 'JCS is een rockopera, de band is de basis, het moest wel kloten hebben. Thoom moest het aan z'n broer vragen, maar hij kwam met een sip gezicht terug. Kees deed het niet.'

Albert: 'Een week later was-ie toch over.' Henk: 'Nico heeft geregeld dat we in de kerk konden oefenen, want we pasten nergens in. Daarna is de trein gaan rijden.'

Edammer

De eerste reeks uitvoeringen vond twee jaar geleden plaats. Deze, uiteraard weer rond Pasen, wordt de tweede, ook nu in de sporthal, want in de kerk is de akoestiek te slecht. In 2006 mocht het uit concurrentieoverwegingen niet van Joop van den Ende, die de rechten heeft gekocht. Erg vonden ze het niet, volgens Nico hadden ze wel een jaartje nodig om op adem te komen. Toch zijn er maar weinig deelnemers afgevallen sinds de eerste keer. De bekendste zijn Jan Smits vrienden Nick en Simon, die nu met hun eigen programma on the road zijn.

Albert: 'Het moest een totale Volendammer cast worden.'

Henk: 'Voor Kájafas, een heel lastige bas, hebben we nog kort aan een Edammer gedacht.' Hij gruwt bij de gedachte. 'Maar gelukkig kon Kees 'Nor' Schilder het doen.'

Albert: 'Alleen de keuze voor Jezus was snel gemaakt. Er is maar één die zo uit kan halen als Edwin, de zanger van de Led Zeppelin Tribute Band.'

Superspektakel

Voor Henk is het bijzonderste dat ze het hippiegevoel van de film hebben weten terug te halen ('One happy family'), voor Albert dat alle muziek live wordt uitgevoerd ('Er komt geen geluidsband aan te pas') en dat iedereen pro deo meedoet. En, niet te vergeten, dat de film nauwgezet gevolgd wordt. Avond aan avond heeft hij voor het scherm gezeten om het script uit te schrijven. In de tussentijd schuimden ze met z'n tweeën de zaaltjes en muziekcafés in het dorp af om de cast bij elkaar te zoeken.

Daarna is, bijna als een geheime militaire operatie, de opera in groepjes en subgroepjes ingestudeerd: cast, apostelen, band, drie verschillende balletgroepen, koor, in totaal 150 man. Henk: 'Tot ze voor het eerst allemaal bij elkaar kwamen en iedereen zag waar hij mee bezig was. Toen vielen de monden open.'

Het moest allemaal groots, zeggen de bedenkers. Welke wijsgeer was het die zei: in Volendam kan het nooit eens normaal. Een superspektakel, voor minder deden ze het niet. Jezus moest en zou echt aan het hout, Judas kreeg een echte strop. Er kwamen huizenhoge pilaren, er kwam een showballet, er kwam bloed. Albert weet nog de eerste verbaasde reactie: 'Jezus Christus, hij zit helegaar onder het bloed.'

Dat spectaculaire gevoel hadden ze nou helemaal niet bij de opvoering van Joop van den Ende. 'Bij Joop hing-ie niet eens echt aan het kruis.' Henk: 'Daar halen ze ook de moeilijke stukken eruit, ze vlakken het af, zodat de stemmen niet overbelast raken. Anders kun je nooit maanden Judas zingen.'

Dat de Volendammer uitvoering van de rockopera tegen het professionele aanschurkt, blijkt trouwens ook uit de naweeën. Nick en Simon werden bekend, Martine heeft net haar eerste cd opgenomen, Edwin begon een nieuwe band (en nog eentje) en Jan staat na veertien jaar nét niet, nu op het punt van doorbreken met zijn 3 j's - ze zongen laatst bij Paul de Leeuw.

Intussen kijken Albert en Henk al een tijdje afwisselend op hun horloge en naar de deur. 'Je kunt eigenlijk niet verwachten dat iedereen er elke keer is', zegt Albert.

Kees: 'Er zijn er ook wel eens 138.'

Nico: 'De een is stukadoor, de ander schilder, Pilatus heeft een cd-winkel, Jezus is loodgieter en Herodes is bedrijfsleider van J-Style.'

Albert: 'Daar heeft Joop van den Ende denk ik geen last van.'

Dan gebeurt het wonder. Om tien voor acht gaan zo goed als tegelijk honderdvijftig Volendamse voordeuren open, om vijf voor acht 'komen ze d'r allegaar in' en om acht uur wandelen de eerste koorleden het podium op. Bij de kledingrekken spelen zich dan nog apocalyptische taferelen af. Vooral de duistere hogepriesters (hoge priesters, volgens het programmaboekje), ze zijn geselecteerd op hun rijzige gestaltes, vormen een bezienswaardigheid. Een apostel maakt er snel een paar filmopnamen van, er wordt veel gezoend, Judas hangt grappend Maria Magdalena om de nek, een van de soldaten tikt dreigend met het INRI-bordje tegen het kruis om vast een beetje in de stemming te komen. 'Je kan daar koffie pakken, hoor', zegt Jezus.

Jonge bouwvakkers

Vanavond wordt het laatste deel van de rockopera geoefend. 'Crucify him!', zingt het vijftigkoppige koor en wijst. Wat wil het volk? Niet veel goeds, dat is zeker. Pilatus, die je zo over het oude Rome zou kunnen laten regeren, wast zijn handen in onschuld uit een door een dochter van Albert aangereikt kommetje.

Soms loopt Thomas Tol naar voren als iemand fout telt. Albert zelf beklimt het podium voor een heftige discussie met de apostelen, bijna allemaal jonge bouwvakkers die een kop groter zijn dan hij. 'Ik wil er vijf aan die kant en aan die kant', foetert hij. Daar hebben ze skik om als ze weer verkassen. Grinnikend neemt de regisseur zijn plaats in de kerkbank weer in: hij had zich verteld.

In het gangpad loopt een meisje met het mandje flippen (broodjes) van het Laatste Avondmaal, twee toekomstige opnametechnici van een jaar of 14 buigen zich belangstellend over de geluidsapparatuur.

'Je ziene d'r beroerd uit', zegt een koordame tegen Jezus, die antwoordt dat-ie ziek is geweest. Ze tut-tut-tut vol bewondering: 'Dat je dit evengoed kenne prestere...'

Wie niet aan de beurt is, kijkt toe of neemt het leven door.

'Nou, eh je ut al oort?'

'Wet?'

'Jan van Kloasie van Kouwe Dirk gaot skai-je'

'Wet zeh je nou?'

'Ja, ze eh net een eus van 4 ton, met alles erop in eran. Beton van veur near achter, in nou is de kooek effe op!'

'Die jongeleu geeive nerregus mair om.'

De tamtam gaat voortdurend in het dorp, en dat was twee jaar terug niet anders. Al snel verspreidde zich de boodschap dat de voorstelling 'allerjezus goed' was, zoals ze hier zeggen. De kaarten voor alle zes de voorstellingen vlogen weg (voor die van dit jaar waren ze in november al uitverkocht); twee uur voor aanvang stonden de dorpelingen al in de rij voor de beste plaatsen. Albert ging elke avond even kijken. Hij vertelt dat mensen op scholen vroegen of ze de plaats van zieke kinderen tijdens de schoolvoorstellingen mochten innemen (ieder Volendams kind is geweest - ze moesten er ook een opstel over schrijven), en toen voor Pasen iemand kwam te overlijden, werden zijn kinderen gebeld of die nog naar de voorstelling gingen. Zoniet, of ze dan de plaatsbewijzen konden overnemen.

'En of het nou misschien ook nog met de cafébrand te maken heeft, maar tijdens de ouverture begonnen de toeschouwers al te janken. Sommigen hebben dat de hele uitvoering volgehouden. Want er zitten mensen die zo veel meegemaakt hebben', zegt Albert, 'dat laat je hier op Volendam normaal gesproken niet zien.'

Edwin (Jezus) zal later op de avond vertellen dat hij na een voorstelling buiten twee jongetjes hoorde roepen: 'Ik ben Judas!' 'Ik ben Jezus!' Edwin: 'Die deden op een berg zand speulen.' De pastoor had hem nog een ansicht gestuurd waarop hij Edwin had gecomplimenteerd met zijn overtuigende Jezusrol. Dat op straat een oud vrouwtje hem even wilde vasthouden, had ie-wel een beetje eng gevonden. Albert: 'Het hele dorp was in de war.'

Hamerslagen

Misschien speelt de ramp mee, misschien is het de saamhorigheid (voor het opbouwen van het podium in de sporthal meldden zich veertig timmermannen met een accuschroevendraaier - 'Is 't veur Jesus Christ? Ik kom d'r nu aan'), het lijdensverhaal, de muziek van Andrew Lloyd Webber en Tim Rice, de koorzang, het ouderwetse amateurisme aan de ene kant en aan de andere de professionaliteit en intensiteit waarmee het spektakel wordt uitgevoerd; het zal er allemaal toe bijdragen dat je je ogen niet makkelijk droog houdt. Dat is al moeilijk tijdens de repetitie, terwijl ondertussen twee 16-jarige meisjes uit het ballet in druk gesprek gewikkeld zijn.

'Ej, ej je dat treutje nag zien bij Twins veur 't raam?'

'Welleke, die blaauwe van 150?'

'Joa, die mooét ik eh!'

'Ik msn je er vanajvent nag effe oover.'

Albert draait zich om naar Edwin. 'Kom,' zegt hij, 'je moet nog even aan het kruis.' Niet veel later galmen de hamerslagen door de grote ruimte. Daar zijn zelfs de balletmeisjes stil van. Er hangen nu twee Christussen nagenoeg onder elkaar in de kerk.

De onderste zingt zacht: 'Father forgive them. They don't know what they're doing. My God, my God, why have you forgotten me? Father, into your hands, I commend my spirit.' Maar Albert is niet snel tevreden: het moet over.

Terwijl de kerk leegstroomt en de apostelen op het podium staan te ginnegappen, klinkt er boos van boven: 'Hé! Ik hang hier ook nog!'

Na afloop legt hij uit hoe het voelt om gekruisigd te worden: 'Na een paar minuten doet het al zeer, hier, achter in je schouders. En je kunt niet meer ademen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden