Alleen, met de wereld op zijn nek

Mythen, schrijft Karen Armstrong, waren ‘bedoeld om mensen te helpen hun problematische bestaan aan te kunnen’. Het menselijk bestaan is, sinds ze bedacht en uitgewerkt werden, niet minder problematisch geworden, maar het karakter van een aantal van de problemen van het bestaan is wel veranderd....

Wij komen makkelijker aan ons natje en droogje dan onze verre voorouders, wij reageren in het algemeen ontspannener op natuurverschijnselen doordat wij die beter kunnen verklaren. Daarom is de functie en dus ook het karakter van de mythe veranderd.

Op zichzelf is dat niks nieuws: functie en karakter van de mythen waren in de steentijd vermoedelijk ook anders dan in de eeuwen waarin Boeddha naar zijn navel zat te kijken en Jezus Christus zichzelf liet kruisigen om andere mensen bij te staan in hun confrontatie met de problematiek van het bestaan.

De mythevertellers hebben concurrentie gekregen van astrologen, economen en psychotherapeuten. Hun toehoorders kunnen nu ook naar Big Brother kijken en het sportkanaal. Er zijn, anders gezegd, nieuwe mythen en nieuwe middelen, maar zij hebben hetzelfde doel als de oude. Omdat de uitbreiding van mogelijkheden de ervaring van de zwaarte van het bestaan echter niet werkelijk verlicht heeft en bovendien de oude mythen dikwijls een raadselachtige zeggingskracht hebben, is het interessant die oude mythen opnieuw onder ogen te zien: wat zeggen ze en zeggen ze ook wat over ons?

Een slimme Schotse uitgever zag dat allemaal in en hij nodigde Karen Armstrong uit zich te bezinnen op de oorsprong en de functie van de mythe, schreef een reeks wereldberoemde schrijvers aan om hun te vragen een klassieke mythe tot onderwerp van een beknopt verhaal te kiezen, en hij betrok in talrijke landen collega-uitgevers bij zijn plan. De eerste drie deeltjes zijn inmiddels verschenen; ze werden gepresenteerd op de Frankfurter Buchmesse, verleden maand, en verschijnen gelijktijdig in 25 landen.

Het is een zinnig project – en dat is in de eerste plaats te danken aan Karen Armstrong. Het is ook een onzinnig project – en dat is in de eerste plaats te wijten aan de vooringenomenheid en beperkte denkvermogens van een enkele auteur. Dat zal gedurende de hele reeks wel zo blijven: de mythen zijn van alle tijden, de hervertellingen en toepassingen zijn van onze tijd en zij zijn afhankelijk van de verteller. De spagaat die daarin zit schetst zowel de mogelijkheden als de beperkingen van de onderneming. Op grond van de eerste drie delen is enthousiasme gerechtvaardigd, en dus verwachtingsvol uitkijken naar de volgende delen. Harry Mulisch gaat vermoedelijk een deeltje over Dedalus schrijven, de man die vliegen wou om de hemel te ontdekken. Dat alleen is al een reden om de serie op de voet te blijven volgen.

‘Transcendente ervaringen zijn altijd onderdeel geweest van de menselijke belevingswereld’, schrijft Karen Armstrong in Mythen – Een beknopte geschiedenis, het eerste, inleidende deel van de reeks. Dat is een verstandig uitgangspunt: Armstrong is geïnteresseerd in de functie van de mythe en zij neemt de daaraan voorafgaande vraag naar de zingeving serieus. Zij heeft een reeks verstandige boeken geschreven over inmiddels bijkans alle wereldgodsdiensten, die allemaal hetzelfde uitgangspunt hebben: het gaat haar niet om weerleggen of ontmaskeren, het gaat haar om begrijpen. De mythe is een reactie op een behoefte, een geconstrueerd antwoord op onbeantwoordbare maar daarom niet minder benauwende vragen.

Die vragen, de vragen van leven, dood en onze beleving daarvan, zijn niet veranderd. Weliswaar is ook wetenschap een vorm van zingeving en heeft de kunst de religie in sommige delen van de wereld verdrongen waar het om de ervaring van transcendentie gaat, het leven blijft moeilijk. Armstrong heeft een even sympathieke als scherpe manier ontwikkeld om daarnaar te kijken. Zij neemt die transcendente of, zo men wil, religieuze behoefte serieus, maar begrijpt dat de uitdrukkingsvorm daarvan bepaald wordt door cultuur en geschiedenis. ‘Religie is een van de oudste middelen geweest om in extase te raken, maar nu mensen dergelijke ervaringen niet meer in tempels, kerken of moskeeën vinden, zoeken ze die elders: in de kunst, muziek, poëzie, rockmuziek, dans, drugs, seks of sport.’

In haar boekje loopt Armstrong de ontwikkeling van de mythe na in termen van behoefte en vraag. Zij kent de mythologieën van alle oude culturen, van China tot Scandinavië, en zij kent de voornaamste verklarende literatuur. In haar ogen transformeren de mythen zich iedere keer wanneer de samenleving transformeert: van vroege steentijd met de jagersverzamelaars naar nieuwe steentijd met de uitvinding van de landbouw, vervolgens naar de eerste stedelijke samenlevingen van het Nabije Oosten en zo verder tot in onze tijd toe. Iedere tijd vraagt om eigen vormen voor de mythen, niet per se om nieuwe mythen.

Opdracht aan de auteurs van de reeks: vindt die vorm voor onze tijd.

Je kunt daar ruwweg twee kanten mee uit. Of je gaat terug naar de oude, oorspronkelijke mythe en onderzoekt in hoeverre die door de tijd waarin hij ontstond of werd opgetekend gevormd is, ontdoet hem, liefst enigszins hoofdschuddend, van zijn culturele beperkingen en vertelt het verhaal in essentialistische vorm na. Of je aanvaardt de oude, oorspronkelijke mythe en plaatst die, onder handhaving van zijn raadselachtige zeggingskracht, in het heden.

De eerste variant suggereert een zeker bijgeloof, waarin aan de oorspronkelijke mythe als het ware een hogere waarheid wordt toegekend. Het verhaal klopt en is eeuwig, alleen hebben de oorspronkelijke vertellers, vanwege de beperkingen van hun tijd, niet helemaal doorgehad wat zij eigenlijk vertelden. De tweede variant aanvaardt de kracht van het oorspronkelijke verhaal en toont die aan door het opnieuw te vertellen.

De eerste benadering wordt gepraktiseerd door de Canadese schrijfster Margaret Atwood in haar hervertelling van het verhaal van Penelope, de groene weduwe van Odysseus; de tweede door de Britse Jeanette Winterson in haar versie van de geschiedenis van Atlas en Herakles, Zwaarte.

Het ene is deprimerend, het tweede schitterend.

Atwood denkt dat Penelope de zegeningen van het feminisme niet helemaal doorhad en leest haar de les. Zij doet dat door de geschiedenis van Penelope bedillerig na te vertellen, met zware eigentijdse accenten. Zij is bovendien gezwicht voor de verleiding daarbij ‘klassieke’ middelen te gebruiken: haar verhaal wordt afgewisseld met koren van dienstmeiden, onbenullige rijmpjes waarin die dienstmeiden het gedachtegoed van Opzij uitdragen. Dat is verschrikkelijk – en verschrikkelijk kitscherig. Atwood neemt de mythe niet en zichzelf veel te serieus.

Nee, dan Jeanette Winterson. Hoe eenzaam was Atlas, daar in het heelal, met de hele wereld op zijn nek? Wat gebeurde hem toen hij, na millennia van torsen in de koude en het duister, op een goede dag een capsule langs zag komen met het Russische hondje Laika erin? Haar verhaal gaat over de zwaarte van schuld en geschiedenis, over verlatenheid in de volte, over eenzaamheid te midden van velen. Haar verhaal gaat, kortom, over ons – en dat komt omdat zij het verhaal van Atlas en Herakles kan lezen als een zinvolle metafoor voor wat wij allemaal ervaren, of wij nu jagen en verzamelen of televisie kijken.

De reeks is begonnen, de tussenstand is 2-1. Niet slecht.

Karen Armstrong: Mythen – Een beknopte geschiedenis. Vertaald uit het Engels door Liesbeth Texeira de Mattos. De Bezige Bij; 128 pagina’s; ¿ 14,90. ISBN 90 234 1801 8.

Margaret Atwoord: Penelope – De mythe van de vrouw van Odysseus. Vertaald uit het Engels door Tjadine Stheeman. De Bezige Bij; 160 pagina’s; ¿ 14,90. ISBN 90 234 1802 6.

Jeanette Winterson: Zwaarte – De mythe van Atlas en Herakles. Vertaald uit het Engels door Maarten Polman. De Bezige Bij; 160 pagina’s; ¿ 14,90. ISBN 90 234 1803 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.