Alleen maar nette mensen

Dikke, pikzwarte oervenus gezocht

'De Volkskrant?', vroeg Muriel. 'Is dat een krant?'

Er zijn werelden waar je geen notie van hebt. De Kentucky Fried Chicken op het Bijlmerplein bijvoorbeeld. Of de bergruimten onder de flats. Boxen worden ze genoemd. Er gaat wel een licht op: waren dat niet die holen waar zeer jonge meisjes in ruil voor een Breezer seks hadden? Soms met meerdere jongens tegelijk?

In Alleen maar nette mensen vertelt Robert Vuijsje (1970) over die onbekende exotische wereld, hier vlakbij. Maximaal tweeënhalf uur treinen en je bent er. Vanuit welke provincie je ook vertrekt.

Vuijsje is journalist, Joods, zoon van dag- en weekbladprominent Bert Vuijsje en afkomstig uit het Amsterdamse Oud-Zuid. Voor de schets van zijn hoofdpersoon bleef Vuijsje junior dicht bij huis. Ook de 21-jarige David Samuels groeit op in wat we noemen een kansrijk Amsterdams milieu.

Vader Samuels is baas van een actualiteitenprogramma bij de publieke omroep en bevriend met 'de hoofdredacteur van de kwaliteitskrant' en een 'beroemde columnist'. Het huis van de familie staat in de Van Breestraat, vlakbij het Vondelpark. Daar wonen 'alleen maar nette mensen', zegt moeder Samuels.

Wat ze bedoelt is dat er geen allochtonen wonen. Vooral geen Marokkanen.

Terwijl zijn vrienden gaan studeren, weet David niet goed welke richting hij aan z'n leven moet geven. Hij heeft een gymnasiumdiploma op zak, maar voelt er weinig voor de vanzelfsprekende route te kiezen en net zo te worden als de elite van Oud-Zuid. Er moet iets spannenders zijn.

Tot zover vertrouwde thematiek. Maar dan, in de jaren na de middelbare school, ontwikkelt David een hunkerende nieuwsgierigheid naar de zwarte vrouw en haar cultuur, bij wijze van tegenwicht aan de mores van het keurige Zuid. Schoorvoetend betreedt hij de Bijlmer. Daar maakt hij kennis met jonge alleenstaande moeders. De eerste heet Rowanda, een naam die klinkt als oorlog.

Ze heeft twee gouden tanden en het eerste wat David leert is dat status voor een zwarte vrouw iets anders is dan voor een witte. Schept een witte er genoegen in zoveel geld te verdienen dat zij makkelijk haar eigen kapper kan betalen, een zwarte deinst er niet voor terug voortdurend haar hand op te houden.

Schaamteloos vragen deze vrouwen om beha's, opplaknagels of haarstukken. In ruil voor dit soort, toch wat vage goederen - vraag dan om een rijbewijs, of een studie - kunnen mannen seks hebben waar en wanneer ze maar willen. Plichtsgetrouw zwoegen ze zich door een vrijpartij.

Het is een cultuur die voor blanken nagenoeg onbekend is. Maar toch, hoe diep Samuels ook weet door te dringen in deze verbijsterende wereld, ongrijpbaar blijft het wel.

En zo bewijst de schrijver in een moeite door z'n gelijk als hij stelt dat beide partijen van elkaar geen weet hebben en niet in staat zijn aan hun situatie te ontsnappen. Zelden lukt het iemand over de eigen schutting te kijken zonder daarbij typerende culturele karaktertrekken te verliezen.

Overal met argwaan bekeken (want behalve met een voorkeur voor zwart, zadelde Vuijsje zijn alter ego op met een Marokkaans uiterlijk) formuleert David uiteindelijk zijn eigen individuele ideaal: een pikzwarte vrouw, zo dik als de oervenus , maar wel intellectueel. In Memphis lijkt hij haar te vinden, maar het loopt toch nog anders.

Tot slot: naast een confronterende inhoud, heeft dit debuut nog een verrassing. Het is opvallend goed geschreven. Het heeft uitgebeende dialogen, en een aardige opbouw.

Als Vuijsje thematisch nu niet al z'n kruit verschoten heeft, staat ons nog veel moois te wachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.