Alleen jammer van die feministische tierelantijntjes

Alleen jammer van die feministische tierelantijntjes

Een lekker boek over de geschiedenis van de filosofie was het in 1995. Nu is dit monumentale werk inhoudelijk en uiterlijk geheel gerenoveerd. In de meeste, maar niet in alle gevallen is sprake van een verrijking.

Ook een eerbiedwaardig monument heeft af en toe een onderhoudsbeurt nodig. Ik weet niet zeker of we De verbeelding van het denken eerbiedwaardig mogen noemen, maar een monument is het zeker. In 1995 presenteerden Jan Bor en Errit Jan Petersma deze Geschiedenis van de westerse & oosterse filosofie, die direct alom werd geprezen. 'Een lekkerder boek over de geschiedenis van de filosofie bestaat niet', luidde bijvoorbeeld het lovend oordeel van de Volkskrant. Uniek was dat het Westen en het Oosten - China, India en het Nabije Oosten - gelijkelijk aandacht kregen in dit met veel passende illustraties verluchte boek.

Zowel het uiterlijk als de binnenkant van dit standaardwerk zijn nu vernieuwd. Wat de inhoud betreft, viel de uitbreiding naar de filosofie van de 21ste eeuw te verwachten. Lemmens en Van Tuinen, twee jonge filosofen, hebben de grote overzichtsteksten van oudgedienden als Verhoeven, De Rijk en IJsseling fraai met een nieuwe bijdrage aangevuld. Ook het vergeten continent komt nu aan bod met een overzicht van Afrikaanse filosofen, terwijl Carolien Ceton het recente fenomeen van de genderfilosofie, waarin de relatie tussen de geslachten wordt ondervraagd, deskundig voor haar rekening neemt. Connie Palmen verzorgde met een fraai essay een inleiding op het geheel, en hier en daar werden losse teksten over vrouwelijke filosofen toegevoegd.

Structuurverandering

Al dit onderhoud bij elkaar komt wel op een kleine verbouwing neer. De eenheid van de strakke overzichtstukken die elkaar aanvulden, is uitgebreid met heterogene elementen. Het gebouw dat modernistisch mocht heten, is nu postmodernistisch geworden. Afzonderlijke elementen botsen met elkaar, ornamenten zijn losjes toegevoegd.

Dat de oorspronkelijke structuur hierdoor enigszins verandert, hoeft allerminst problematisch te zijn. Veel toegevoegde onderdelen zijn op zichzelf de moeite waard. De inleiding van Connie Palmen mag bijvoorbeeld nauwelijks zo heten, het blijft een filosofisch-literaire tekst die je met plezier leest. Wel komt deze tekst in tegenspraak met het toegevoegde overzicht over de 21ste eeuw. Palmen stelt bijvoorbeeld dat filosofen het vermogen om verhalen te vertellen om zo een 'versplinterde werkelijkheid te transformeren tot een talig geheel', als de kern van de menselijke conditie beschouwen. Dit botst met het overzicht van Lemmens en Van Tuinen die er nu juist aandacht voor vragen dat tegenwoordig techniek misschien meer dan taal onze toegang tot de werkelijkheid bemiddelt.

En terwijl de oorspronkelijke inleiding op de Griekse filosofie de breuk met de mythe en de poëzie als de geboortegrond van de wijsbegeerte typeert, bevat de bijdrage van Haenen over Afrikaanse filosofie juist veel mythisch en poëtisch materiaal dat als wijsbegeerte wordt gepresenteerd.

Feministische tierelantijntjes

Dit soort postmodernistische verbouwingen zullen heel wat lezers een verrijking vinden. Dat kan onmogelijk gelden voor de toegevoegde, feministisch gekleurde tierelantijntjes, die vooral afkomstig blijken te zijn uit een twee jaar geleden verschenen, geflopt overzichtswerk van vrouwelijke filosofen. Het is niet duidelijk welke bijdrage de meeste geportretteerde vrouwen aan de wijsbegeerte hebben geleverd. Misschien is het bijvoorbeeld maar goed dat Verhoeven niet hoefde mee te maken hoe zijn overzicht van de oudheid 'verrijkt' werd met een bijdrage over Leontion. Volgens de overlevering was zij vooral een gezelschapsdame in de Tuin van Epicurus, 'dat hoertje' volgens Cicero. Dat laatste is ongetwijfeld kwaadaardige laster, maar even onwaarschijnlijk is de mededeling dat zij filosofische commentaren geschreven zou hebben. 'Helaas is er geen letter van haar geschriften bewaard gebleven', luidt dan ook de slotzin van haar portret. Vrouwelijke lezers kunnen onmogelijk blij zijn met dit soort aandacht, lijkt mij.

Ernstiger is dat Hannah Arendt, volgens velen de belangrijkste politieke filosoof uit de 20ste eeuw, hier vooral als vrouw wordt gepresenteerd, die nota bene aangehangen wordt aan de denkers van de Frankfurter Schule, waar zij zich sterk tegen afzette. Zelf wilde Arendt nooit als 'token woman' optreden, het ging haar om de inhoud van haar filosofie. Die wordt bovendien in de bijdrage over haar sterk verdraaid. Arendt zou 'het actieve leven', dat zij uit de klauwen van de traditionele, beschouwelijke filosofie bevrijdde, gelijk hebben gesteld aan het politieke publieke leven. Ironisch is dat Carolien Ceton, die de bijdrage over Arendt schreef, niet lijkt te beseffen dat ze hiermee de feministische klok decennia terugdraait. Arendt beschreef juist zorgactiviteiten en huishoudelijk werk, die meestal in privéruimtes plaatsvinden, als waardevolle onderdelen van het actieve leven.

De wezenlijke structuur en de schoonheid van deze inleiding worden gelukkig door dit soort versierinkjes niet aangetast. De lezer doet er goed aan ze te negeren door regelrecht dit gerenoveerde monument binnen te stappen.