'Alleen in de literaire wereld vervagen landsgrenzen'

Een Vlaamse Nederlander heeft de ECI Literatuurprijs gewonnen. Iedereen tevreden. Maar belichaamt Jeroen Brouwers de eenheid van de Groot-Nederlandse literatuur, of vormt hij de brug tussen twee gescheiden werelden? Als de landsgrenzen érgens vervagen, is het in de literaire wereld, stelt Tim F. Van der Mensbrugghe vast. Maar ook enkel daar.

Jeroen Brouwers, winnaar ECI Literatuurprijs (voorheen AKO literatuurprijs). Beeld Freek van den Bergh

Ten eerste: Nederlanders kennen Vlaanderen niet - eigenlijk alleen als toeristische bestemming. Ten tweede: het taaltje dat de zuiderburen spreken, is Vlaams of Belgisch, maar zeker geen Nederlands. Over die ergernissen wond NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch zich vorig weekend op in De Standaard. Vandermeersch is een Vlaming die werkt in Nederland, dus weet hij vast waarover hij spreekt.

Met die bagage in m'n achterhoofd rijd ik naar de Koninklijke Schouwburg in Den Haag voor de uitreiking van de ECI Literatuurprijs. Op de shortlist staan drie Nederlanders, twee Vlamingen, en één Nederlander die in Vlaanderen woont. Deze laatste is topfavoriet Jeroen Brouwers, een knar zo roestig dat je je afvraagt hoe hij erin blijft slagen romans bijeen te krabbelen.

Brouwers reken ik tot de bekende Nederlandse auteurs wier naam aan beide kanten van de landsgrens een belletje doet rinkelen. Andere (nog levende) leden van dat genootschap: Tom Lanoye, Herman Brusselmans, Arnon Grunberg, A.F.Th. van der Heijden, en euh, dan zijn we er, toch? Puur op intuïtie zou ik er nog Dimitri Verhulst en Annelies Verbeke aan durven toe te voegen, maar misschien is dat te chauvinistisch? (Chauvinisme wordt als iets negatiefs gezien in Vlaanderen, alweer een cultuurverschil.)

Het luidste applaus klinkt voor Annelies Verbeke. Beeld Boudewijn Bollmann
Beeld Boudewijn Bollmann

Actief in de uitgeverswereld

In de grote zaal van de Koninklijke Schouwburg valt de afwezigheid van bekende gezichten me op. Beroemde schrijvers die naast de shortlist sukkelden, zijn thuis gebleven. Ik merk op de voorste rijen wel een hoop mensen die zichtbaar actief zijn in de uitgeverswereld, of daarmee te maken hebben. Ze hebben zich geletterd gekleed en gekapt. Daar bestaan in Nederland gespecialiseerde zaken voor. "Ik voel me neerslachtig als een kwatrijn, het metrum van mijn passen schuurt. Hallo, hebt u een passend kapsel voor me?", kun je er vragen.

Vlamingen kleden zich niet literair. Dat zie je aan Mark Schaevers (auteur van Orgelman) en Karl van den Broeck (Vlaams jurylid). Van den Broeck oogt tussen die geletterde kapsels en kostuums zo verdacht gewóón uit dat je bijna vermoedt dat hij het erom gedaan heeft. Naast de erudiete Nederlanders blijven wij Vlamingen jongens van het volk. Neem Tom Lanoye, ook in Nederland geroemd om zijn bewerkingen van Shakespeare. Zijn pen spreekt Nederlands, zijn tong Vlaams. Zijn spraakapparaat heeft zich nooit kunnen ontworstelen aan de drek van het Waasland.

Trek de mond open van een doorsnee Nederlander en er komen enkel keurige klanken uit. "Hoor eens, die man spreekt Beschaafd Nederlands alsof hij er geen moeite voor hoeft te doen", denkt een Vlaming dan. Natúúrlijk hoeven Nederlanders daar geen moeite voor te doen. Hun Verkavelingsnederlands is, met al zijn regionale eigenaardigheden, opgetild tot standaardtaal. Het historisch toeval heeft dat zo beslist en het Nederlands ten zuiden van de grens moet zich maar aanpassen.

Zo vlot

De presentator roept de namen van de genomineerden af en het luidste applaus klinkt voor Annelies Verbeke. Merkwaardig. De andere vrouw onder de genomineerden heet Inge Schilperoord. Haar boek Muidhond is haar debuut, maar wanneer journalist Arjan Visser haar interviewt, klinkt ze alsof ze al jaren meedraait in de media. Het komt er allemaal zo vlot uit. ALs ik als Vlaamse debutant naast haar zou zitten, zou ik geïntimideerd zijn, vol schaamte over mijn eigen taaltje. Nederlanders beseffen niet hoeveel moeite een Vlaming moet doen om een hoop klanken niet consequent in te slikken, of om 'je' en 'jij' te zeggen.

Van zo'n Arjan Visser zou je verwachten dat hij een IQ heeft, maar hij blijft maar 'Belgisch' gebruiken op plaatsen die mij doen huiveren. Wat betekent het in godsnaam dat het een Belgisch trekje is om je lezer een spiegel voor te houden? Doen Waalse auteurs dat dan ook? Weet ik veel. Ik lees wekelijks de boekenbijlage van twee Vlaamse kranten en ik kan met de beste wil ter wereld geen Waalse auteur noemen. Of wacht: Marnix Peeters leeft ondergedoken in de bossen van Wallonië.

In de zaal is het wachten tot de producers van tv-show Nieuwsuur de tijd rijp achten om de prijs uit te reiken. En dan blijkt de winnaar... afwezig. Wegens fysieke slijtage is Jeroen Brouwers niet uit z'n Vlaamse stulp gekomen. In een filmpje maakt hij rochelend en piepend enkele grapjes over het schrijverschap, maar de avond eindigt hierdoor wel op een anticlimax, zonder uitbarsting van extase. De prijs gaat naar een Nederlander, de som van 50 duizend euro verhuist naar Vlaanderen. Een zakelijke transactie, meer niet.

Artikel gaat verder onder de afbeelding

Beeld ECI

Zeven jaar op kostschool

Zijn jaren op de kostschool vormen vaak inspiratie voor de boeken van Jeroen Brouwers. Voor Het hout ging hij terug naar deze tijd. Lees hier (+) het interview terug met Brouwers.

Redacteur Anita Roeland ontvangt namens Jeroen Brouwers de ECI Literatuurprijs uit handen van juryvoorzitter Andrée van Es. Beeld Roy Beusker / ECI

'Hij heeft altijd van ons gehouden'

Karl van den Broeck is blij met de winnaar: 'Brouwers is onze briljantste stilist. Hij heeft ons Vlamingen geschoffeerd, maar tegelijk heeft hij altijd van ons gehouden.'

Gelooft hij na vier jaar jureren voor de AKO/ECI Literatuurprijs dat er zoiets bestaat als een Groot-Nederlands literair landschap? 'Ik heb nooit compartimenten ervaren', zegt Van den Broeck. 'Er is in Nederland veel waardering voor Vlaamse schrijvers, Nederlanders kennen onze literatuur beter dan wij de hunne. Zij vinden onze taal vaak geweldig, terwijl het om woorden gaat die voor Vlamingen heel banaal zijn. Vlamingen winnen vaker een Nederlandse prijs dan omgekeerd.'

Ik wring me een weg naar Annelies Verbeke, die met Dertig dagen opnieuw een boek schreef over een buitenstaander. 'Ik heb het gevoel dat er een groter literair landschap bestaat, ja. Mijn eigen debuut verkocht beter in Nederland dan in Vlaanderen', glimlacht ze. 'We vormen één taalgebied, het Standaardnederlands is mijn schrijftaal.'

Toch draagt Verbeke een grote máár aan: 'Voor films is die grens er wel. Er zijn geen films meer die succesvol de grens oversteken. Of het is in de vorm van een remake, wat helemáál onbegrijpelijk is.'

In zijn opiniestuk haalde Vandermeersch een ander voorbeeld aan: de lijst van negentig beste Nederlandstalige liedjes die radiomaker Frits Spits twee maanden geleden samenstelde. De hele lijst bevatte drie nummers van Vlaamse makelij. Drie. Daar hoef je zelfs geen 'amper' voor te plaatsen om te benadrukken hoe schrijnend dat is.

De conclusie is duidelijk. We verstaan elkaar, maar enkel in de geschreven taal. Zodra Nederlanders en Vlamingen hun mond openen, ontstaat er wederzijdse doofheid. Zonder de audiovisuele massamedia blijft de Groot-Nederlandse cultuur beperkt tot de kleine niche van papier. Het besef dat Zuid-Nederlands evengoed Nederlands is, geraakt niet voorbij de grens.

Jeroen Brouwers. Beeld Annaleen Louwes / ECI
Publiek tijdens de uitreiking van de ECI Literatuurprijs. Beeld Boudewijn Bollmann
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden