Alleen ademhalen is al een hele krachttoer

NL: Tiong Ang, Karin Arink, Erzsébet Baerveldt, Rineke Dijkstra, Jeroen Eisinga, René Jolink, Suchan Kinoshita, Job Koelewijn, A.P. Koomen/Karen Murphy, Atelier van Lieshout, Mark Manders, Aernout Mik/Marjoleine Boonstra, Marc Mulders, Jan van de Pavert, Antonietta Peeters en Marijke van Warmerdam, Van Abbemuseum Eindhoven, tot en met 13 april....

Adem in. Adem uit. In de tussentijd kan het leven groots en meeslepend zijn, of klein en benauwend. Op de groepstentoonstelling NL in het Van Abbemuseum in Eindhoven neigt het meestal naar het laatste. De heldendaden van de jongste Nederlandse kunst zijn bescheiden. NL voert de toeschouwer niet mee op een vlucht vooruit, NL legt zich toe op het begin: op de voorwaarden van ons bestaan.

Wij eten en drinken, zoeken een dak boven ons hoofd en slapen. We spelen, studeren of mediteren. Soms. We overwinnen onszelf en doen een poging tot communiceren - maar wanneer we daar aan toe zijn, is het leven al heel ingewikkeld geworden. Dan blijven onze telefonische liefdesberichten steevast onbeantwoord, zoals in de zalige zwijmelvideo A short affair... (1996) van A.P. Koomen en Karen Murphy, waarin de giechelige vrouw het tenslotte maar laat bij een verlegen: 'Hello... It's me... Hi... Bye...'

Als de dappere aanzet tot een dialoog op niets uitloopt, is het niet anders: de mens valt terug op zichzelf. Ademhalen is, minder simpel dan het lijkt, de eerste opgave: geen gedachtenloze daad, maar een krachttoer, zowel in de film Arm Schaap (1997) van Jeroen Eisinga als in het huiselijke bouwsel Hok II (1996) van Suchan Kinochita.

Eisinga projecteert in close-up een amechtig schaap op de museummuur. Het dier ligt ruggelings in een weiland, poten omhoog, de kop achterover. Het hijgt en deint, alsof het één en al longen is. Maar het is meer dan dat: een offerdier dat mededogen wekt, en buitendien, zuchtend om verlossing, een dubbelzinnig lustobject. Arm Schaap is een devotiestuk met de wereldse allure van een pin-up, akelig fascinerend.

Adem in, adem uit - en de tijd verstrijkt, zichtbaar, in de zandloper die het publiek eigenhandig om en om kan keren in het vanitaskamertje van Kinoshita. Doe de deur van het hok op slot en verdring de gevoelens van claustrofobie een poosje, want die petieterige woonkamer is ook een Wunderkammer, slaapvertrek, studeercabine en telefooncel.

Er staan spinnen op sterk water: behaarde en naakte, vlezige en spichtige, in acht potjes. Daarnaast hangen acht dia's van mensen met wijd opengesperde mond. Het is makkelijk ze in één oogopslag te bezien, die mondholtes en die spinnen, maar laat dan wel de telefoonhoorn op de haak, want anders hoor je een kind smakken en slikken. Bedwing het gekriebel in je keel liever door te luisteren naar dat kind terwijl het slaapt. Zijn ademhaling, ruisend en pruttelend, maar in een vast ritme, doordrenkt de ruimte, opdringeriger dan muzak.

Wat telt, op de tentoonstelling NL, zijn primaire levensbehoeften en observaties. In een handzame inleiding op het geëxposeerde werk schrijft het Van Abbemuseum dat de actuele kunst veel te divers is voor algemene typeringen. Maar NL vertelt, op verschillende manieren en in verschillende technieken, wel degelijk een verhaal. En dat verhaal gaat juist over de keerzijde van de diversiteit: over de wens het individu te beschermen tegen de vervreemdende overvloed, niet in de kunst, maar in de buitenwereld.

NL verkiest het isolement: in een hok van Kinoshita of in één van de veelkleurige kloostercellen annex peeskamertjes van Atelier van Lieshout; in de spiegel boven een wastafel, zoals in het werk van Erzsébet Baerveldt, of op een binnenplaats van beton, waar, in de video Fiets (1994) van Marijke van Warmerdam, een kind luid bellend in de rondte scheurt. Zodra NL naar buiten kijkt, wordt het teveel aan indrukken teruggebracht tot de sobere registratie van een enkele gebeurtenis, herinnering of emotie.

Kinoshita's kamertje is bijvoorbeeld behangen met dagboekaantekeningen die slechts het tijdstip onthullen waarop het licht 'achter een raam' (dat van de overburen?) aan- en uitging. De notities accentueren de beklemmingen van het besloten vertrek en roepen het verlangen op naar een rijker vergezicht. Maar Job Koelewijn, als zat hij gevangen in een naar de menselijke schedel gemodelleerde Skullroom van Van Lieshout, keert de blik eens te meer naar binnen: 'Volgens mij is het enige dat nog telt voor kunstenaars van nu: het bewustzijn.'

Tijdens een verblijf in New York turfde Koelewijn zijn gevoelens. Zijn opwinding, angst en verbazing: ze zijn keurig in kaart gebracht, in een schedule of moments, maar daarmee worden het nog niet de onze, die stemmingen van de kunstenaar.

Soms is een half woord of een klein gebaar wel genoeg. In Koelewijns video Drink (1995) gaan ze samen en vormen ze een poëtische impuls: een speelse aanmoediging tot het lenigen van de levensdorst. Telkens weer laat Koelewijn zijn motto, ontleend aan een vitalistisch gedicht van Hendrik Marsman, aan een kleine parachute naar beneden dalen. Variërend op de reclames die vliegtuigen schrijven in de lucht, zweeft het woord voorbij: DRINK.

Erzsébet Baerveldt voegt de daad bij het woord, door zich in de video-performance Suc! (1992) te laven aan haar eigen bloed, in een huiveringwekkend ritueel van zelfverlustiging voor de spiegel. Heel mooi is ook haar grote zwartwit foto Aqua Lisa (1991), waarop één en hetzelfde gezicht drie keer in een waterspiegel verzinkt. Verleidelijk als de Mona Lisa, maar verdorvener, staart deze watergeest ons aan. In haar ogen sluimert de belofte, of de dreiging, dat ze ons evenbeeld op haar netvlies mee zal nemen in de diepte.

Doodzonde is wel dat de suggestie wordt ontkracht door de staat waarin de foto verkeert: het beeld is over de volle breedte verkreukeld. Aangezien het om een waterspiegel gaat, passen die rimpelingen enigszins bij het onderwerp, maar het blijft onbegrijpelijk dat geen van de betrokkenen de zorg voor een professionele presentatie op zich heeft genomen.

Het is een kleine smet op een overigens met toewijding samengesteld overzicht. Het Van Abbe heeft de afgelopen jaren meer hart getoond voor de jongste Nederlandse kunst dan menig museum, meestal in goed gedocumenteerde solo-exposities van de deelnemers aan NL. Maar NL is niet alleen een terugblik ter verantwoording van het eigen beleid. De expositie omvat ook nieuw werk: de monumentale, speciaal voor NL gemaakte video-installatie Hongkongoria van Aernout Mik en Marjoleine Boonstra.

Hongkongoria is een stad in het klein, opgebouwd in één van de grootste museumzalen. Een compact wit hekwerk verdeelt de stad in wijken, of de zaal in verschillende kamertjes, met telkens een ander doorkijkje naar de eigenaardigheden van de metropool. De door het witte hekwerk omlijste videoprojecties lijken op documentaire beelden, maar als ze niet te raar zijn om waar te kunnen zijn, is Hongkong zelf een in scène gezette stad.

De mensen zijn er verworden tot figuranten, bewegende etalagepoppen. Achter een informatiebalie in een blinkend winkelcentrum zit een keurig gekapte en geklede vrouw. Voorbijgangers passeren haar; links en rechts zoeven roltrappen omhoog en naar beneden. Niemand zit verlegen om het antwoord op een vraag; de stad is een mechanisme dat zichzelf bestuurt. Aan de vrouw gaat alles en iedereen voorbij. Zij verbeidt haar tijd, nagenoeg onbeweeglijk. Adem in, adem uit. Het is de enige heroïek die haar rest; een redmiddel dat respect afdwingt.

Wilma Sütö

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden