Alle schoons dat het water teweegbracht

'DENKEND aan Holland', lezen we in het bekende gedicht van Hendrik Marsman, 'zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan, rijen ondenkbaar ijle populieren als hoge pluimen aan den einder staan; en in de geweldige ruimte verzonken de boerderijen verspreid door het land, boomgroepen, dorpen, geknotte torens, kerken en...

Hele schoolklassen hebben het uit hun hoofd kunnen opzeggen, tot en met de laatste regels, die de zoetgevooisde idylle ruw verstoren: '. . .en in alle gewesten wordt de stem van het water met zijn eeuwige rampen gehoord.'

Het gedicht 'Herinnering aan Holland' verscheen in 1937. Toen moest een van de grootste rampen in de geschiedenis van Nederland zich nog voltrekken. Marsman kwam er zelf door om, toen de boot waarmee hij voor de Duitsers naar Engeland vluchtte in Het Kanaal werd getorpedeerd.

Na de Tweede Wereldoorlog was Nederland een ander land. Dat neemt niet weg dat nog lang na de bevrijding, eigenlijk tot en met de watersnoodramp van 1953 en de voltooiing van het Deltaplan de vrees voor het water is blijven bestaan. Er was nog geen sprake van het soort klucht dat tv-reporters en eigentijdse provinciebestuurders er in het recente verleden van hebben gemaakt, als het water van Waal of Lek weer eens iets hoger in de uiterwaarden kwam te staan. Het water, dat was bittere ernst. Per slot van rekening had het eeuwenlang grote vernielingen aangericht en talloze levens van mens en dier geëist, zoals de geschiedschrijving en de talloze prachtige boeken (onder anderen van Arthur van Schendel) ons vroeger op school leerden.

Dat is voorbij.

Een teken aan de wand was misschien al de parodie De binnenring van Holland die Gerrit Komrij in 1981 van het Marsman-gedicht maakte: 'Denkend aan Holland', schreef hij, 'zie ik waardepapieren snel door begerige vingers gaan, rijen op koopwaar geile batavieren als zedeprekers op de kansel staan. . .' Beducht voor de stem van het water was hij niet meer. Komrij vreesde 'de stem van de koopman met zijn ethische krampen', en je hoeft geen Willem den Ouden te zijn - de kunstenaar die tegen de dijkverzwaring in de Betuwe protesteerde - om het op dit punt ten volle met hem eens te zijn.

De toenemende 'vereconomisering' heeft grote gevolgen gehad voor de rivieren en het rivierenlandschap - behalve de omstreden dijkverzwaring, de steeds bredere 'oeververbindingen', zoals bruggen tegenwoordig genoemd worden, waardoor geen automobilist meer een rivier ziet, de bebouwing van de uiterwaarden en zo verder -, maar wil dat ook zeggen dat we helemaal geen oog meer hebben voor alle schoons dat het van ver aanstromende water eeuwenlang in de lage landen teweeg heeft gebracht?

Die vraag heeft te maken met de tentoonstelling over 'het Nederlandse riviergezicht in de twintigste eeuw', die tot en met 27 oktober in het Brabantse museum De Wieger te zien is. De titel ervan - '. . .dan is de rivier rechter en korter' - is ontleend aan Dorp aan de rivier (1934) van Anton Coolen, die in dit boek al liet zien hoe de mythische allure van de rivier moest wijken voor de economische praktijk van kanalisatie en dijkverzwaring. Het einde van een tijdperk. Heeft de tentoonstelling van 34 kunstenaars daardoor iets nostalgisch? Dat was niet de bedoeling. Het moest geen omzien in weemoed worden, al zal de bezoeker daar wel eens door getroffen worden, als hij weer zo'n mooi riviergezicht aanschouwt.

De tentoonstelling wil laten zien hoe in de loop van de twintigste eeuw onze rivieren en het landschap eromheen veranderden, en hoe deze veranderingen door kunstenaars werden gezien. Het betekent dat je in het begin van de eeuw nog plaatjes ziet die uit de zeventiende eeuw lijken te stammen, maar naarmate de vooruitgang op en om het water voortschrijdt worden de beelden 'realistischer'.

Het zou mooi zijn geweest, als deze tentoonstelling de breuk in de beleving van het water - de verdwijning van heel die mythische en esthetische entourage - had kunnen documenteren, maar dat is niet het geval. En dat kan ook niet. Want wat we te zien krijgen, is werk van 34 kunstenaars, individuen, die elk op hun eigen manier hun stukje van de werkelijkheid in kaart brengen, en dat uiteraard niet in afbeeldende, maar in uitbeeldende zin. Die schilderijen (of tekeningen, of etsen) verschillen evenzeer van elkaar als de kunstenaars die ze hebben vervaardigd en daarmee wijkt het 'onderwerp' terug en treden esthetische kwaliteiten op de voorgrond. Dat is de moeilijkheid met zulke 'thematische' ordeningen, die zich niet op het formele richten, maar op zoiets als de inhoud, en kunst heeft nu eenmaal geen inhoud (behalve als het slechte kunst is).

Wie minder streng in de leer is - en dus minder beïnvloed door de veranderingen die niet alleen het rivierenlandschap, maar ook de kunst in de twintigste eeuw te zien heeft gegeven - zal van de variatie, de veelheid, de plekken ook die hij voor ogen getoverd krijgt, genieten, op een haast onschuldige manier die nauwelijks nog van deze tijd lijkt. Hij ziet dan Hattem onder zwaar weer van Jan Voerman, en wie wil niet een tijdje bij de aanblik daarvan verwijlen? Of hij ziet het merkwaardig ouderwetse doek Het pontveer te Rhenen van Ferdinand Hart Nibrig (1908), waarop een paar gekwelde, vroeg-oude werkers staan afgebeeld, alsof het nooit meer met wat dan ook goed zal komen. Of hij ziet Gezicht vanaf Lent bij Nijmegen van Eugène Frans Lücker, een tamelijk onbekende Limburgse schilder, die hier het licht heeft weten te treffen, zoals het soms vol beloften de rivier, het water, de oeverlanden en behuizing aan de kade iets van een nooit gekend geluk kan geven.

Natuurlijk breekt ook op een aantal doeken de eigenzinnigheid van de kunstenaar door de fotografische werkelijkheid heen, en wordt alles wat ons somwijlen nog naar de waterkant drijft ineens iets anders, kunst, een beeld dat ons naar elders verplaatst, naar het universum waartoe geen koopman, projectontwikkelaar, bruggenbouwer of dijkverzwaarder toegang heeft: het dromenland van inkt en verf, waar alles - om met Marsman te spreken - even 'in een groots verband' staat. Maar zulke verrassingen zijn zeldzaam. Helaas valt op deze expositie ook veel in het water.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.