Alle rivieren stromen naar de zee

Strijden tegen God

Acht jaar is Elie Wiesel wanneer zijn moeder hem meeneemt naar een beroemde rabbi die hun stadje bezoekt. Voor de wachtkamer heeft zich een hele menigte verzameld, maar omdat moeder zelf de dochter van een religieuze geleerde is, mag ze rechtstreeks doorlopen. Ze keuvelen over familiezaken, de geestelijke zegent hen en vraagt vervolgens even met de jongen alleen te worden gelaten. De kleine Eliëzer, een schuchter en enigszins ziekelijk jongetje, en de oude rabbi praten wat, over de talmoed en het geloof - hoe lang kan hij zich later niet meer herinneren.

Op een gegeven moment drukt de rabbi de jongen een afscheidskus op het voorhoofd en vraagt hem zijn moeder naar binnen te sturen. Als ze weer naar buiten komt, snikt ze luid, en trilt van verdriet. De jongen vraagt zijn moeder wat eraan scheelt, wat hij verkeerd heeft gedaan, maar ze weigert antwoord te geven. Pas een kwarteeuw later hoort Wiesel van een neef wat er in die kamer is gebeurd. De rabbi had zijn moeder gezegd dat haar zoon een gadol b'Israël zou worden, een groot man in Israël, maar dat noch hij, noch zijzelf daarvan getuige zou zijn. 'En dat is de reden waarom je moeder haar tranen niet kon inhouden.'

Het is een merkwaardig verhaal dat Wiesel zijn lezers al vroeg in het eerste deel van zijn uitvoerige memoires voorzet. Merkwaardig, omdat de voorspelling van de eerbiedwaardige rabbi van Wiznitz terloops, als een anekdote, ter sprake wordt gebracht in een passage waarin hij zijn tekortkomingen als kind uitmeet. IJdelheid? Of speelt hij alleen maar met de lezer? De relativerende toon lijkt te wijzen op het laatste. Toch klinkt er in de passage een diepere overtuiging door: de gedachte dat hij in zijn leven een goddelijke opdracht te vervullen heeft.

Alle rivieren stromen naar de zee, het eerste deel van Wiesels memoires, waarvan onlangs - meer dan twaalf jaar na de oorspronkelijke Franse publicatie - een Nederlandse vertaling verscheen, laat zich lezen als een commentaar op het omvangrijke oeuvre van de man die in 1986 de Nobelprijs voor de Vrede ontving.

Dit deel omspant de periode vanaf zijn kindertijd in Sighet, in het noorden van Transsylvanië, in het grensgebied van Hongarije, Roemenië en de Oekraïne, tot 1968, toen hij inmiddels was uitgegroeid tot een vooraanstaande Franstalige auteur en de Amerikaanse nationaliteit had verworven.

De verhalen over het leven in zijn geboortestad Sighet overstijgen het niveau van particuliere jeugdherinneringen. Ze voeren ons regelrecht naar een wereld die met veel passie is beschreven in de Jiddische literatuur en geportretteerd door Roman Vishniac in zijn magnifieke album A Vanished World - een wereld die verloren is gegaan door de nazistische vernietiging. In die wereld liggen de wortels van Wiesels werk, zijn drijfveren en terugkerende motieven.

Sighet, tot bloei gekomen binnen de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije, maar sinds de Eerste Wereldoorlog deel uitmakend van Groot-Roemenië, was zo'n typische Oost-Europese stad, een plek waar de geschiedenis haar sporen zichtbaar had nagelaten, een smeltkroes van talen, culturen en godsdiensten die eerder náást dan met elkaar leefden, een stad die na iedere oorlog van nationaliteit wisselde en telkens weer door andere minderheden werd bestuurd.

Net als andere steden en dorpen in dit gebied was ook Sighet in meerderheid joods - het waren overwegend arme gemeenschappen, zonder politieke macht, maar steunend op hechte sociale en religieuze verbanden en gevoed door het chassidisme, een orthodoxe richting binnen het jodendom, dat uit ontelbare afzonderlijke bewegingen bestond, elk met hun eigen geestelijke leiders.

Het leven van de jonge Wiesel, geboren in 1928, speelde zich in deze wereld af. Hij leefde in en met het oude geloof, vanaf zijn jongste jaren, niet alleen op de cheder, de godsdienstschool, maar ook daarbuiten, thuis, in de familie, met vrienden. De kruidenierswinkel van zijn ouders lag ingeklemd

tussen de woningen van rabbijnen, lezen en studeren, dat was vanaf zeer vroege leeftijd dagelijkse kost. Eliëzer, zoon van de diepgelovige Shlomo, kleinzoon van de wijze reb Dodye, zoog de tradities op, met alles wat hij in zich had: de verhalen van de profeten, de commentaren van de wijzen, de overgeleverde geschiedenis, de chassidische literatuur.

Begin jaren veertig. Terwijl de wereld om hem heen vlam vat, droomt Wiesel, inmiddels puber, geheel in de geest van het chassidisme, van de komst van de Messias. Hij verdiept zich in kabbalistiek en geeft zich met twee vriendjes onder leiding van Meester Kalman over aan mystieke en magische oefeningen, met het doel de komst van de Messias te bespoedigen. Het is een gevaarlijk avontuur, zijn twee vrienden worden krankzinnig - zij waren de eersten niet. Elie zette echter door. 's Nachts hoorde hij 'boven het gehuil van de honden uit de nu eens lichte dan weer zware stappen van de Messias; nog even volhouden en de redding zou daar zijn, binnen ons bereik'.

Niet de Messias kwam, maar de dood in de gedaante van de SS onder leiding van Obersturmbannführer Adolf Eichmann. Tot dan was de bevolking van Sighet de dans ontsprongen, omdat het aan het begin van de oorlog was ingelijfd bij Hongarije.

Dat land, geleid door de conservatieve 'regent' Miklós Horthy, was weliswaar bondgenoot van het Derde Rijk, maar had een grote mate van zelfstandigheid behouden, waardoor de joodse bevolking gevrijwaard bleef van de verschrikkingen die de Duitsers elders aanrichtten - totdat het land, in maart 1944, met het Rode Leger voor de deur, tegen de wil van Horthy, alsnog werd bezet.

De deportatie van de Hongaarse joden zou het meesterstuk van Eichmann worden. In een hoog tempo werden de joden in getto's samengebracht, om vervolgens in zes weken tijd, 400 duizend in getal, te worden gedeporteerd naar de gaskamers van Auschwitz. Ook de bevolking van Sighet werd afgevoerd, onder hen Elie, zijn ouders en drie zussen. Zij wisten niet wat hun te wachten stond - want zelfs midden 1944 waren de berichten over de industriële massamoord hier nog niet of nauwelijks doorgedrongen, zeker niet in hun volle waarheid.

Nauwelijks twintig pagina's wijdt Wiesel aan zijn ervaringen in Auschwitz-Birkenau en Buchenwald, waar hij deel uitmaakte van een Arbeitskommando van joodse gevangenen. In deze passage besteedt hij veel aandacht aan zijn vader, met wie hij samen was, maar die nog voor de bevrijding zou bezwijken aan de gevolgen van de ontberingen tijdens de overtocht van Auschwitz naar Buchenwald, in open wagons, midden in de winter en in het zicht van de Russische legers.

Twintig pagina's - en toch is het kamp op vrijwel elke pagina aanwezig, zoals heel het oeuvre van Wiesel uiteindelijk in het teken staat van de vernietiging. Men zou kunnen stellen dat Alle rivieren stromen naar de zee, afgezien van een grote hoeveelheid meer of minder interessante biografische informatie, niet veel toevoegt aan zijn eerdere werk. Daar valt ook wel wat voor te zeggen. Alle belangrijke thema's komen hier terug, soms zelfs minder krachtig dan in de autobiografische romans en beschouwingen die hij sinds Nacht (1956/1958) publiceerde.

Aan de andere kant laten zich uit deze, vaak losjes en soms overdadig vertelde, herinneringen zowel de diepere drijfveren als de wording van zijn schrijverschap distilleren. Gered uit het perverse universum van de vernietigingskampen en schrijvend in de taal van het land waar hij aanspoelde, heeft Wiesel zich sinds het midden van de jaren vijftig ontpopt als de belangrijkste pleitbezorger voor het levend houden van de herinneringen aan de Shoah als grondslag voor een menselijke wereld. Deze memoires maken duidelijk hoezeer dat streven evenzeer is ingegeven door het verlangen om de wereld van zijn kinderjaren te redden.

Daartoe gaat Wiesel de strijd aan met God. Hij verzet zich niet alleen tegen degenen die Auschwitz tot stand hebben gebracht en mogelijk hebben

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden