InterviewVonne van der Meer

‘Alle personages moet je iets van jezelf geven. Anders komen ze niet tot leven’

Vonne van der Meer: ‘Een roman schrijven is vergelijk­baar met het schilderen met olieverf: je werkt laag over laag.’ Beeld Hilde Harshagen
Vonne van der Meer: ‘Een roman schrijven is vergelijk­baar met het schilderen met olieverf: je werkt laag over laag.’Beeld Hilde Harshagen

Hoe schrijft de schrijver? In Naar Lillehammer verdiept Vonne van der Meer zich in de wereld van de vodún-religie. Zo ver bleek die niet van haar af te staan.

Schrijver Vonne van der Meer (1952) was op een kinderspeelplaats met haar kleindochter en keek naar een moeder die haar kindje op een schommel aan het duwen was. Plotseling wenkte de moeder een andere vrouw om haar plaats in te nemen. Ze wees naar een gebouw waar ze iets moest halen. Zonder dat het kind iets merkte, liep haar moeder weg en werd zij geduwd door een wildvreemde. Van der Meer wist meteen dat dit de openingsscène van een nieuw verhaal zou zijn. Dat verhaal is de roman Naar Lillehammer geworden, die onlangs is verschenen.

In het boek is de vrouw die haar dochter achterlaat de Nigeriaanse Gladys. De wildvreemde is de Nederlandse Cécile. Het gaat over mensenhandel, prostitutie en de angst voor een voudou-vloek. In onderwerpkeuze is dit boek anders dan eerder werk van Van der Meer, die in 1999 doorbrak met Eilandgasten, over een vakantiehuis op Vlieland. Inmiddels heeft ze veertien romans, vier korte verhalenbundels en meerdere toneelstukken en novellen en op haar naam staan.

Wie is Vonne van der Meer?

1952 Geboren in Eindhoven

1972-1977 Regieopleiding aan de Amsterdamse Theaterschool

1985 Publicatie eerste verhalenbundel, Het limonadegevoel en andere verhalen.

1985-heden Schrijft veertien romans, waaronder Eilandgasten (1999), De avondboot (2001), Laatste seizoen (2002), Take 7 (2007), Zondagavond (2009), Het smalle pad van de liefde (2013), Winter in Gloster Huis (2015), Vindeling (2019).

2016-heden Voorzitter Pen Nederland, de schrijversorganisatie die zich inzet voor de vrijheid van meningsuiting.

Vonne van der Meer is getrouwd met schrijver Willem Jan Otten, zij hebben twee zonen en twee kleinkinderen.

Is dit uw spannendste boek tot nu toe?

‘Ik denk het wel, al ben ik altijd bezig met spanningsopbouw. Zelfs in mijn korte verhalen houd ik van scherpe wendingen. Maar het is waar: een lijk, een mortuarium en een vloek heb ik nog niet eerder beschreven. Het is geen thriller, maar het heeft wel kenmerken ervan. Maar de spanning zit in het krachtenveld tussen twee vrouwen, van wie de één een kind heeft en de ander niet.’

Heeft u gewacht in die speeltuin om te zien of de moeder terugkwam?

‘Ja, ze kwam terug. Maar in mijn roman blijft ze weg. Hoe het verhaal vervolgens loopt, is deels afhankelijk van het toeval.’

Hoe bedoelt u?

‘Ik had wel bedacht dat die moeder in mijn verhaal waarschijnlijk niet zou terugkomen vanwege een grote dreiging, want anders laat je je kind niet zomaar achter. Wordt ze afgeperst? Heeft het met drugs te maken? Juist toen ik hierover aan het fantaseren was, sprak ik op een borrel een vrouw die vertelde dat ze met voudourituelen vrouwen hielp de vloek op te heffen waarin ze gevangenzaten. Toevallig had ik in die tijd ook net drie afleveringen van Planeet Nigeria gezien, waarin de macht van de vloek uitgebreid aan bod kwam. Het begon me steeds meer te intrigeren.’

In Naar Lillehammer is Cécile de hoofdpersoon. Door haar ogen leren we de 19-jarige Gladys kennen, die vanuit Nigeria naar Nederland is gekomen. Ze denkt dat ze als serveerster komt te werken, maar ze blijkt in de prostitutie terecht te komen. Ontsnappen kan niet, want ze heeft een voudou-eed afgelegd waarin ze trouw zweert aan haar ‘madame’ in Nigeria. Als ze niet gehoorzaamt, zal haar of iemand in haar omgeving iets ergs overkomen. Alleen met een enorme som geld kan ze haar paspoort terugkrijgen, om samen met haar dochtertje naar haar broer in Lillehammer te kunnen gaan.

null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

U wist voor dit boek niets van voudou?

‘Alleen de clichés van poppetjes waar naalden in worden gestoken. En dertien jaar geleden was ik in Kameroen en stond ik erbij toen een ziek kindje werd behandeld door een verpleegster. De moeder goot het medicijn grotendeels naast de mond van het kind. Later vroeg ik: ‘Wat is hier aan de hand? Waarom doet die moeder zo onverschillig?’ De verpleegster legde mij uit dat de moeder dacht dat het kind was behekst. Dat gaat dus zover dat je je kind genezing via een medicijn ontzegt.

‘Voor Naar Lillehammer heb ik me vooral verdiept in vodún, de religie in West-Nigeria. Vodún, voudou, vodou, voodoo – niet alleen de spelling verschilt, het zijn verschillende religies. Je kunt ze niet op een hoop gooien. In mijn boek vergelijk ik ze met bomen. Alle bomen noem je boom, maar als je beter kijkt zie je eiken, kastanjes, beuken.

‘Ik heb een paar keer afgesproken met de vrouw die ik toevallig op een borrel was tegengekomen. Zij vertelde dat er zoiets bestaat als zwarte en witte magie. Rituelen waarbij mensen elkaar schade willen berokkenen, en rituelen waarmee het tegenovergestelde wordt bewerkstelligd. Zij doet uitsluitend het laatste.’

Zij is een Nigeriaanse vodún-priesteres?

‘Nee, ze komt uit Nederland en is de enige die met prostituees werkt. Ik wil niet te veel over haar vertellen, want zij heeft me erop gewezen dat de illegale prostitutie een wereld is waarin veel geld omgaat. Zij bevrijdt vrouwen die misschien wel een ton voor een pooier verdienen. Het is niet ongevaarlijk wat ze doet. Zij raadde mij een standaardwerk over vodún aan. En wees me op een artikel op De Correspondent van Maite Vermeulen, die heeft uitgezocht dat 90 procent van de verhandelde vrouwen uit Nigeria zo’n eed heeft afgelegd. Die cijfers noem ik niet in mijn boek, daar is een roman niet voor.’

Waar was u het meest door geraakt?

‘Ik was geschokt dat de angst waarin de vloek mensen gevangenhoudt zo sterk is. Het is een vorm van moderne slavernij. Maar de bereidheid om je ervan te verlossen is ook groot. Ik wil recht doen aan het gegeven dat vodún een religie is als alle andere religies, met de kennis en rituelen die van generatie op generatie worden doorgegeven. Het heeft daarnaast veel te maken met offers aan voorouders en voorouderverering. In die zin staat het niet zo ver van ons af: op een bepaalde manier doen wij dat ook, als we een kaarsje branden bij fotootjes van onze overleden familieleden.’

U bent katholiek. Kun je het negatieve van zo’n vloek vergelijken met de duivel in het christendom?

‘Mensen van de generatie van mijn moeder zijn als kind vaak nog doodsbang gemaakt met hel en verdoemenis. Als geloof zo verbonden is met angst, is het even kwalijk als de angst voor een vloek. Dat leeft nu, althans in het katholicisme, niet meer. Het kwaad wordt niet ontkend, maar al decennia ligt de nadruk op verzoening en vergeving, op genade en dankbaarheid. Juist op: wees niet bang.

‘Mijn moeder was haar leven lang verontwaardigd dat zij als kind zo bang was gemaakt, dat de nadruk zo op zondigheid lag. En dat is ook gruwelijk.’

Uw moeder was ook katholiek?

‘Ja, zij was het, ik ben het geworden. En mijn vader was gereformeerd. Maar zij deden niets met hun geloof. Toen ik rond mijn 42ste thuiskwam bij mijn ouders vertelde dat ik me ging laten dopen, vroegen ze: ‘In welk geloof dan?’ Toen ik antwoordde dat ik katholiek werd, zei mijn moeder: ‘Zie je wel, Tom, ik heb altijd gezegd dat het een vrolijker geloof is.’ Dus toen zette ze in één keer al die nare jeugdherinneringen opzij en bleek ze ook nog een paar feestelijke herinneringen te hebben.’

null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Waarom koos u voor het katholicisme?

‘Ik merkte steeds meer dat ik een biddend mens aan het worden was, ik wilde daar gehoor aan geven. Het is begonnen in een kerk in Ierland op het eiland Inishbofin, waar ik tijdens een vakantie een katholieke mis bijwoonde. De priester zei: ‘Let’s pray for Mary, who suffers from depression.’ Met z’n allen bidden voor iemand uit het dorp. Ik vond dat mooi. En ik vond het ook goed dat het benoemd werd dat zij aan een depressie leed.

‘Lang dacht ik dat zo’n intieme mis iets typisch Iers was. Maar in Naarden, waar wij toentertijd woonden, bleek een katholieke kerk te zijn in onze straat. Het nichtje van de pastoor was een leerling van mijn man in een essaygroep, zij zei dat het een fijne kerk was. Dat haalde me over de streep. Op een zondag ben ik naar binnen gestapt. Na een paar maanden ben ik gedoopt, in 1994.

‘Bij mij begon de zoektocht pas rond mijn 40ste. Dat schijnt vaker te gebeuren bij vrouwen, dat ze in die levensfase op zoek gaan naar verdieping. Misschien omdat de kinderen dan niet meer zo klein zijn, of omdat ouders brozer worden. Ik begon mezelf andere vragen te stellen.’

U bent open over uw geloof. Dat is niet iedereen.

‘Het is raar om iets dat heel belangrijk voor je is een verborgen leven te laten leiden. Ik begrijp de schroom wel, want soms wordt er fel op gereageerd. Niet iedereen is daartegen bestand.’

In Naar Lillehammer laat u zien dat je het op sommige momenten in je leven van vreemden moet hebben.

‘Ja, dat is het bijzondere van ontmoetingen. En de schraalheid van deze coronatijd is dat je dat moet missen: je laat iets vallen in een winkel, je bent iets kwijt en iemand helpt je, raapt het op. Nu is iedereen zo schuw. Alles wat je door toevallige ontmoetingen kan overkomen, is er niet meer. Terwijl dat zo mooi is: je hebt je vrienden, je hebt je familie en je hebt dus ook nog de vriendelijkheid van de vreemde.’

Heeft u plezier beleefd aan het schrijven van dit boek?

‘Enorm. Ik houd van verhaallijnen doordenken en ook van de inleving in iemand die ver van me afstaat. Soms dacht ik wel: o, ik kan dit helemaal niet, dit is veel te moeilijk. Zeker die hele lijn over het kwaad en wat dat voor Cécile betekent. Bij elk boek lever je een ander gevecht waarbij je hersens kraken.’

U schrijft helder. Besteedt u daar veel aandacht aan?

‘Ja, helderheid streef ik altijd na. Ik geloof in precisie. Daar begint het mee. Dat je precies bent over wat er gebeurt, wat het personage ziet, doet en denkt. Als het er dan staat, kun je een heleboel schrappen, want je wilt ook iets suggereren en aan de verbeelding overlaten. Het schrijven van een roman is vergelijkbaar met het schilderen met olieverf: je werkt laag over laag. Dus met elke vraag die je jezelf stelt, breng je weer een andere kleur aan die het grote geheel beïnvloedt.’

U bent getrouwd met schrijver, dichter en essayist Willem Jan Otten, die in 2014 de P.C. Hooft-prijs ontving voor zijn oeuvre. Helpen jullie elkaar bij het schrijven?

‘We lezen niets van elkaar tijdens het schrijfproces. Ik wil hem graag als verse lezer bewaren, voor als het verhaal af is. Dus ik vertel hem nooit veel over mijn plannen. Hij wist bij deze roman wel een beetje waar ik mee bezig was, want ik had hem verteld dat ik een afspraak had in een mortuarium, en dat ik een goed gesprek had gehad met een rechercheur.’

Vonne van der Meer: ‘Je komt dichter bij de duistere kant van mensen door je in te leven.’ Beeld Hilde Harshagen
Vonne van der Meer: ‘Je komt dichter bij de duistere kant van mensen door je in te leven.’Beeld Hilde Harshagen

Vroeg hij niet, toen hij al die vodún-boeken het huis binnen zag komen: waar ben je mee bezig?

‘Ik had wat vodún-boeken bij The American Book Center besteld. Ik weet nog dat hij zoiets zei: als ik die maar niet hoef af te halen, dat doe je zelf maar.’ Ze lacht.

Leest u zijn werk ook als eerste?

‘Ja, hij leest het mij vaak voor op de avond voordat een stuk de deur uitgaat. Ook omdat ik er benieuwd naar ben.’

Is kritiek geven lastig?

‘Toen we elkaar leerden kennen, schreef hij al artikelen voor Vrij Nederland. Ik hield al veel van zijn stukken voordat we elkaar hadden ontmoet. Onze eerste afspraak, in 1976, was nadat hij een toneelmonoloog van mij had gelezen in Toneel Theatraal. Dus ons eerste contact ging over schrijven. Als je niet van elkaars werk houdt, kan het niets worden. Daarbij is het verschillend genoeg om er geen probleem mee te hebben.

‘Ik ben opgeleid als theaterregisseur, dat is mijn vorming geweest. Voor de première heb je de openbare repetities en de try-outs, waar kritiek gegeven mag worden. Dat kan er hard aan toe gaan. Daar heb ik gezien dat je veel aan kritiek kunt hebben. Nog steeds let ik op hoe iemand reageert als ik mijn verhaal vertel. Daar doe ik mijn voordeel mee. Je schrijft iets, maar je wilt toch ook dat het de lezer raakt.’

Er zitten veel non-fictie-elementen in uw romans. Waarom schrijft u liever fictie en geen non-fictie?

‘Je komt dichter bij de duistere kant van mensen door je in te leven. Als ik me in een personage probeer in te leven, mag ik dingen verzinnen. Het is geen portret en ik hoef aan niemand verantwoording af te leggen. Ik mag verregaande jaloezie of argwaan verbeelden die ik niet van mensen te zien krijg als ik ze zou interviewen. Een mens geeft veel prijs in een gesprek, zeker met intimi, maar sommige dingen nooit. Ik weet dat ik dieper kan peilen, doordat ik ook in mezelf moet afdalen om wat ik zie aan mijn personages te geven. In die zin is er altijd een verband, een navelstreng, tussen schrijver en personages, want je moet ze ergens mee voeden. Ieder personage moet je iets van jezelf geven: een herinnering, een verleden, iets bijzonder pijnlijks. Anders komen ze niet tot leven. Ja, met fictie kom je dichter bij de ziel van mensen.’

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact

Vonne van der Meer: Naar Lillehammer. Atlas Contact; 208 pagina’s; € 21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden