Alle mensen op rantsoen

Documentaires gebruiken technieken van Hollywood om de waarheid over het klimaat flink in te peperen. Goed als dat bedoeld is om als noodsignaal....

Een man met een pokdalig gezicht kijkt ons somber aan. ‘We hadden onszelf kunnen redden’, zegt hij. ‘Maar we deden het niet.’ Het begin van The Age of Stupid, een documentaire over milieuproblematiek, liegt er niet om. Het is 2055 en de wereld zoals we die kennen is er niet meer. Een klimaatramp heeft de mensheid de das omgedaan.

Dat is natuurlijk sciencefiction. De sombere man is de Britse acteur Pete Postlethwaite. Hij speelt een archivaris, de laatste man op aarde, die naar beeldmateriaal kijkt uit het begin van de 21ste eeuw. De geënsceneerde scènes aan het begin en eind van The Age of Stupid vormen het raamwerk voor een aantal documentairefragmenten, die laten zien hoe kortzichtig we in deze tijd met de aarde omgaan.

Daarmee is de film, die een maand geleden met veel bombarie in première ging, in feite een mengvorm van documentaire en fictie. De beginbeelden doen sterk denken aan een Hollywooddrama. Las Vegas ligt onder een laag zand, in India is de Taj Mahal verwoest, van het befaamde operagebouw in Sydney zijn slechts smeulende resten over. Geen rampenfilm kan zonder een sequentie als deze, die aan de hand van het werelderfgoed laat zien dat het menens is met de verwoesting van de aarde.

In het goedkoop geproduceerde The Age of Stupid ziet dat er een stuk minder spectaculair uit dan in een willekeurige actiefilm uit Hollywood, waarvan de budgetten al gauw in de miljarden lopen en de digitale effecten levensecht lijken. Toch is de achterliggende gedachte dezelfde. Om het filmpubliek bij de les te houden, moet het gechoqueerd worden.

The Age of Stupid mocht eind september rekenen op veel media-aandacht. Een uitgekiende internetcampagne en een door sterren opgeluisterde wereldwijde première deden hun werk. Ook de Nederlandse televisie besteedde volop aandacht aan de film, van Netwerk tot het discussieprogramma Schepper & Co.

Dat is opmerkelijk, want The Age of Stupid is bepaald niet de eerste film over de gevolgen van overconsumptie en ongelimiteerde CO2-uitstoot. Het broeikaseffect en de daaruit voortvloeiende catastrofes werden al zo vaak in films aan de orde gesteld, dat niemand er meer van opkijkt. De ‘klimaatfilm’ is een uitdijend genre.

Schoolmeester
Een van de succesvolste voorgangers is de documentaire An Inconvenient Truth (Davis Guggenheim, 2006), waarin Al Gore oproept tot meer milieubewustzijn. Dat gebeurt op kalme wijze. Gores toon is dwingend, maar niet paniekerig. Als een onverstoorbare schoolmeester houdt hij een presentatie bij een diashow. De plaatjes die hij toont – van verdwijnende gletsjers en smeltend poolijs – zijn onthutsend, maar Gore geeft de wereld nog een kans. ‘De klimaatcrisis kan opgelost worden’, luidt de geruststellende tekst aan het slot van de film.

Ook in The 11th Hour (Nadia Conners en Leila Conners Petersen, 2007), gepresenteerd en geproduceerd door Hollywoodster Leonardo DiCaprio, blijft het einde der tijden nog op enige afstand. Het eerste uur van de documentaire is weliswaar alarmerend; sombere prognoses, statistieken en onderzoeksresultaten vliegen de kijker om de oren. De titel van de film wijst bovendien op de toenemende urgentie van het probleem. Het is vijf minuten voor twaalf, of misschien zelfs nog maar vijf seconden, stellen de vele deskundigen die in The 11th Hour aan het woord komen.

Maar ook The 11th Hour gaat op zoek naar oplossingen. Die zitten hem niet in recyclen of het vervangen van een gloeilamp, waartoe het publiek van An Inconvenient Truth nog wordt opgeroepen. De film verkent grootschalige plannen als klimaatneutrale architectuur en infrastructuur, op een manier die voorzichtig optimistisch stemt. Onze ondergang is nabij, maar er wordt aan gewerkt – dat is de boodschap.

The Age of Stupid, de jongste, schreeuwerige variant van de klimaatfilm, gaat een stap verder. De Britse regisseur Franny Armstrong koos voor een aanpak die geen ruimte laat voor hoop. We leven in een domme tijd, stelt de titel, en onze domheid voert regelrecht naar een verwoeste wereld in 2055. Misschien zou er nog iets aan gedaan kunnen worden, maar door ons gebrekkige inzicht is dat niet waarschijnlijk.

Of het prediken van doem de beste manier is om het klimaatprobleem aan de orde te stellen, is de vraag. Belangrijker voor het effect van de film is het feit dat Armstrong zich liet beïnvloeden door Hollywood. The Age of Stupid is het bastaardkind van een oerdegelijke documentaire als An Inconvenient Truth en de Hollywoodfilm The Day After Tomorrow, waarin het broeikaseffect vooral tot spektakel leidt.

Meeslepend
In The Day after Tomorrow (2004) schetst regisseur Roland Emmerich, bekend van rampenfilms als Independence Day en Godzilla, een onwaarschijnlijk scenario. Hagelbuien in Tokio, sneeuwstormen in New Delhi en tornado’s in Los Angeles kondigen het begin aan van een verwoestende klimaatramp, die zich binnen enkele weken voltrekt.

Een vloedgolf overspoelt Manhattan, en na een abrupte temperatuurdaling vriest alles aan elkaar. In die nieuwe ijstijd probeert een heldhaftige wetenschapper, gespeeld door Dennis Quaid, zijn tienerzoon in leven te houden.

Het is een meeslepend verhaal, dat indrukwekkend is vormgegeven. Emmerich beweerde bovendien dat zijn film een serieuze boodschap had. Hij vond dat er een reëel gevaar aan ten grondslag lag, en hoopte dat het publiek zou nadenken over de gevolgen van klimaatverandering.

Klimatologen reageerden verdeeld op het staaltje Hollywoodgeweld. Emmerich werd geprezen om zijn intenties. Hij trok aandacht voor een serieus probleem, met een film die een miljoenenpubliek bereikte. Maar dat The Day after Tomorrow sterk overdreef, was duidelijk – de snelheid van de ramp hield geen rekening met simpele natuurwetten. In Hollywood gelden nu eenmaal andere regels.

Emmerich was uiteraard niet de eerste speelfilmregisseur die het broeikaseffect gebruikte voor een spannend verhaal. De gevolgen van milieuvervuiling staan al veel langer in Hollywood op de agenda. Naast rampenfilms als The Day after Tomorrow waren het tot nu toe vooral sciencefiction- en horrorfilms die het thema uitbuitten.

Dat gebeurde al in de jaren zeventig, toen de milieubeweging op stoom begon te komen. In de sciencefictionklassieker Soylent Green (Richard Fleischer, 1973), die zich afspeelt in 2022, heeft de mensheid er een potje van gemaakt. Overbevolking en het broeikaseffect hebben de aarde uitgeput, waardoor groenten en vlees nauwelijks te krijgen zijn en de bevolking is aangewezen op een rantsoen van kunstmatig geproduceerde, felgekleurde crackers.

Charlton Heston speelt de held van het verhaal, die in het zweterige New York een overheidscomplot ontrafelt. Een oplossing voor het klimaatprobleem biedt de film niet. Zoals zo veel goede sciencefictionfilms schetst Soylent Green geen bemoedigend beeld van de toekomst. De beelden van een overbevolkte stad vol arme sloebers zijn grauw en desolaat.

Griezelen
Ook in de ecologische horrorfilm staat milieuproblematiek gewoonlijk in dienst van een een dystopisch wereldbeeld. Daarbij worden reële angsten vaak gemengd met occulte narigheid. In de sf-horrorfilm Habitat (René Daalder, 1997) verandert een geobsedeerde wetenschapper, die de gevolgen van een uitgedunde ozonlaag probeert te herstellen, in een griezelige nieuwe levensvorm. En in The Last Winter (Larry Fessenden, 2006) vormt het smeltende, krakende ijs in het noordpoolgebied een geschikt decor voor bovennatuurlijke schrikeffecten.

Lekker griezelen bij een horrorfilm is natuurlijk iets anders dan je zorgen maken over het klimaat. Zolang het gevaar wordt overdreven of op één hoop wordt gegooid met bovennatuurlijke verschijnselen, lijkt er weinig reden voor echte ongerustheid. Wat je ziet, is niet echt. Om die reden spelen fictiefilms over de opwarming van de aarde in het klimaatdebat een ondergeschikte rol.

Dat ligt anders bij documentaires, die geacht worden de werkelijkheid te presenteren. Met ordinaire bangmakerij schieten die films weinig op. Dat Hollywoodwetten het ook binnen documentaires voor het zeggen krijgen, lijkt daarom geen goede ontwikkeling. Van Al Gore met zijn saaie diashow via Leonardo DiCaprio naar de eenzame Pete Postlethwaite: het is een weg die naar overdrijving en manipulatie leidt. Geen wonder dat tegenstanders de films betitelen als propaganda of klimaatporno.

De Hollywoodmethode zit hem niet alleen in fictieve scènes van wereldwijde destructie, zoals aan het begin van The Age of Stupid. Ook uit de keuze voor de muziek en de montage blijkt een gemeenschappelijke esthetiek. Of neem bijvoorbeeld het camerawerk: een geliefde stijlfiguur, zowel in klimaatdocumentaires als speelfilms, is een collage van fraaie landschappen, in een vloeiende beweging gefilmd vanuit de lucht. Die prachtige Himalaya, de Rocky Mountains, verworden tot een filmcliché dat nauwelijks nog indruk maakt.

Onderscheid maken tussen fictie en werkelijkheid is van het grootste belang in het klimaatdebat. Een film als The Age of Stupid helpt daar niet bij, hoe goed regisseur Franny Armstrong het ook bedoeld heeft. De filmtaal van Hollywood, met zijn nadruk op effectbejag, kan werken als noodsignaal, maar staat een inhoudelijke discussie in de weg. De klimaatdocumentaire zal beter uit de hoek moeten komen om zijn doel te bereiken. De feiten zijn al choquerend genoeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden