Reportage

'Alle klanken die je droomt, zul je straks kunnen horen.'

Voor een nieuw instrument grijpt het Amsterdamse Orgelpark terug op de glorietijd van het orgel: de barok. Hoe slagen ze erin die klasse te benaderen en te voorzien van de modernste snufjes?

Hans Fidom in het Orgelpark in Amsterdam: 'Ga luisteren naar een orgel, neem de tijd en als je dat doet, krijg je een exquise diner.' Beeld Renate Beense

Daar ligt Hans Fidom languit op het Hildebrandtorgel in de St. Jacobikerk in het Duitse Sangerhausen. Met een potlood noteert hij de afmetingen die hij met een rol- en schuifmaat heeft opgemeten. Afstand van de bovenkant van de kap tot de eerste welving: 21 mm. Hoogte van de S-bocht: 53 mm.

Pas je wel op?, roept zijn vrouw.

Hij kijkt 7 meter naar beneden. Gelukkig heeft hij geen hoogtevrees: als ze dit prachtige barokke front straks namaken, wil hij geen nattevingerwerk. Hij moet tot op de millimeter weten hoe het origineel is gebouwd.

Beelden uit de werkplaats van Elbertse Orgelbouwers in Soest. Beeld Renate Beense

Hij klimt de trappen weer af, langs de slagorde van orgelpijpen die achter het front staat, en schrijft in de hoek van zijn papier: Sangerhausen, 7 februari 2015. Nog twee jaar, dan staat in het Orgelpark in Amsterdam een orgel dat Zacharias Hildebrandt halverwege de 18de eeuw gebouwd zou kunnen hebben. Een orgel waarop de composities van Johann Sebastian Bach zullen klinken zoals hij ze zelf gespeeld had kunnen hebben. Was het daar niet allemaal om begonnen?

Hans Fidom leidt het Research Program van het Orgelpark en is bijzonder hoogleraar Orgelkunde aan de Vrije Universiteit. Een wandelende muziekencyclopedie, verdienstelijk organist bovendien. Als er iemand is die kan vertellen wat er komt kijken bij de bouw van een orgel, is hij het.

Beeld Renate Beense

Het Orgelpark

Precies een jaar na zijn halsbrekende toeren in Sangerhausen ontmoeten we elkaar in het Orgelpark, de concertzaal voor orgels aan het Amsterdamse Vondelpark. In de winter van 2012 ontstond hier het idee een nieuw orgel toe te voegen aan de collectie. Een orgel waarop Bach kon worden gespeeld, maar dat ook geschikt zou zijn voor muziek uit de 21ste eeuw; een hedendaags componist moet er zijn laptop op kunnen aansluiten om volledig nieuwe klanken uit het instrument te toveren.

Het Orgelpark kijkt vooruit, zegt Fidom: weg met het stoffige imago van het kerkorgel, 'satans fluitenkast', zoals het instrument in streng gereformeerde kringen werd genoemd. Straks zullen er ook jazzmusici op spelen of volgt het orgel een danser, die met een wii-achtige stick zijn bewegingen naar de computer zendt.

Dat de 18de-eeuwse orgelbouwer Zacharias Hildebrandt hun grote voorbeeld zou worden, lag eerst niet voor de hand. De grote man uit de tijd van Bach was Arp Schnitger, de Stradivarius onder de orgelbouwers. Zijn instrumenten waren lieflijk en ruig tegelijk, met vriendelijke fluiten en rauwe, stoere trompetten. Honderdzeventig orgels heeft Schnitger (1648-1719) in zijn leven gebouwd, de meeste in Noord-Duitsland. Dus daar ging een werkgroep van het Orgelpark het eerst naar luisteren.

Beeld Renate Beense

Daarin zaten naast Fidom ook Loek Dijkman, voorzitter van stichting Het Orgelpark, Hans Elbertse, beoogd bouwer, en Johan Luijmes, artistiek leider van het Orgelpark. Ze kwamen in Norden en in Hamburg, ze reisden naar Gotenburg, waar een nieuw orgel in Schnitgers traditie was gebouwd - en alles klonk even fantastisch.

En toch vroeg Loek Dijkman op een dag: jongens, zijn we nog goed bezig of zien we iets over het hoofd?

Helemaal de zakenman, zegt Fidom: voor je geld gaat uitgeven, moet je zeker weten of er andere opties zijn. De concurrent van Schnitger bijvoorbeeld, Gottfried Silbermann.

Te luid, vonden ze.

Beeld Renate Beense

In december 2013 kwam Hildebrandt in het vizier, een leerling van Silbermann. Fidom weet nog waar ze voor de bijl gingen: in de barokke Wenzelskirche in de Duitse plaats Naumburg, waar een gigant van een Hildebrandtorgel staat. De organist nam plaats achter de klavieren, speelde het Bach-koraalvoorspel Nun komm, der Heiden Heiland, en dat deed hij met een aantal registers - zo emotioneel: een beetje hees, met een aanzet die niet al te snel was, waardoor een zekere aarzeling doorklonk.

De tranen liepen hun over de wangen.

Het hielp dat de organist ook nog een prachtig verhaal opdiepte over de bouw van het orgel. De stad had in 1705 een exemplaar laten bouwen dat niet goed was, ze hadden er Johann Sebastian Bach bijgeroepen voor advies. Documenten waren niet gevonden, maar het gerucht ging dat Bach een opzetje had gemaakt. Zeker is dat Bach, toen het orgel in 1746 af was, het is komen keuren. Een halve dag, daarna gaf de componist zijn zegen, en zijn hij en Hildebrandt drie dagen gaan eten - de rekeningen van het buffet liggen nog in het stadsarchief.

Beeld Renate Beense

Elbertse Orgelmakers

Op een steenworp afstand van Paleis Soestdijk ligt de werkplaats van Elbertse Orgelmakers. Hier hangen de vellen lams- en schapenleer om hout mee te isoleren, liggen de stapels planken te drogen die voor de kast worden gebruikt, hier wordt de laatste van de 2.500 met de hand gemaakte ventieltjes in een doos gedaan. En hier komt Hans Fidom elke week kijken hoe het werk vordert aan het orgel, waaraan nog drie andere bedrijven werken.

Elbertse Orgelmakers is een van de bijna dertig orgelbouwers in Nederland. Het is een bloeiende bedrijfstak, waar veel wordt gerestaureerd, maar ook veel nieuw wordt gebouwd. Niet alleen in kerken: in TivoliVredenburg wordt volgend jaar ook een nieuw barokorgel ingewijd.

Hans Elbertse is de vierde generatie in het familiebedrijf en even bezeten van orgels als Fidom. Hij leidt rond en bij alles wat hij vastpakt of demonstreert gloeit de trots op zijn gezicht.

Beeld Renate Beense

Hier: de proefpijpen, gemaakt in Duitsland, in januari getest om te horen of de klank goed is. Hij pakt er een en zet hem aan de mond - een van de manieren om de klank te testen door er veel of weinig wind door te blazen.

De pijp spreekt, heet het dan in orgeljargon. Een orgelpijp heeft ook een mond, met een bovenlip en een onderlip. Kenners kunnen horen of de pijp een overbeet of een onderbeet heeft - met overbeet is de klank van het orgel helderder.

Daar: de windlade, het hart van het orgel, het verdeelstation dat de lucht die in het orgel wordt geblazen via windkanalen naar de pijpen stuurt. Je moet het heel precies maken, zegt hij, van het mooiste hout, zoals het eiken dat hij 45 jaar geleden kocht in een bos vlak bij Parijs, en dat hij altijd heeft bewaard voor iets aparts. Het is zo goed gedroogd dat het niet krimpt als er onverstandig wordt gestookt.

Beeld Renate Beense

Slapeloze nachten

Er is nog iets aan deze windlade, zal hij even later laten zien, iets waarvan hij slapeloze nachten heeft gehad omdat er een techniek moest worden bedacht die nog nergens ter wereld was gebruikt. Met heel kleine magneetjes, die digitaal worden aangestuurd en waarmee de ventielen van elke orgelpijp apart kunnen worden geopend. Die magneetjes moesten worden verstopt in het hout, want als ze in de luchtstroom zouden zitten, zouden ze die verstoren. Hebben ze ook al uitgetest, tijdens een speciaal symposium: het publiek had gehoord dat de klankkleur anders was.

Je hoort ook met je kennis, zegt Hans Fidom dan en hij kan het weten: hij was 10 toen hij voor het eerst achter een klavier zat. In de Bovenkerk in Kampen, als leerling van de beroemde organist Willem Hendrik Zwart. De sensatie van de klankkleur van dat orgel is in zijn dna gaan zitten. Wat er in de jaren daarna aan is toegevoegd, noemt hij zijn geheugen van klanken: hij weet van elk orgel dat hij zelf bespeelde of hoorde bespelen, hoe de registers klinken.

Orgels laten zich niet makkelijk veroveren, zegt hij en het klinkt als een oproep: laat je niet misleiden door het statische en kerkelijke imago van het orgel, ga luisteren, neem de tijd, en als je dat doet, krijg je een exquise diner, het ene gerecht nog heerlijker dan het andere - het water loopt hem bijna in de mond als hij erover praat.

Nog anderhalf jaar, dan wordt het nieuwe orgel in het Orgelpark feestelijk ingewijd. Hij kan nog niet zeggen wie de openingsconcerten zullen spelen, de onderhandelingen lopen nog. Er zal Bach klinken, zeker, maar er zullen ook nieuwe composities worden gespeeld. Revolutie in de orgelmuziek, belooft Hans Fidom: alle klanken die je droomt, zul je straks kunnen horen.

Beeld Renate Beense

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Orgelklank 2.0

Het orgel in een katholieke kerk is doorgaans omfloerster en voller van klank dan een orgel in een gereformeerde kerk. Dat heeft alles te maken met de functie van het instrument: een katholiek orgel dient als begeleiding van het koor. In een gereformeerde kerk, zeker de zwaardere varianten, moet het orgel de gemeente opzwepen tot gezang: hoe harder hoe beter. De orgels zijn hier een stuk feller van klank.

Het orgel dat het Orgelpark bouwt is in zijn klankstructuur helemaal barok. Dat betekent dat de klankkleuren ervan volgens hun 18de-eeuwse slagorde kunnen worden gecombineerd: groepsgewijs dus. Maar de kleine magneetjes die in het orgel worden aangebracht, maken het mogelijk het te bespelen via een extra set klavieren: 'een digitale speeltafel', zeggen ze in het Orgelpark. Daarmee kan de organist de slagordes in het orgel doorbreken en in nieuwe formaties laten samenwerken. Zonder de barokke structuur van het orgel fysiek te hoeven wijzigen kan het daardoor toch volstrekt nieuw, 21ste-eeuws, klinken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden