columnJan Postma

Alle columnisten zijn het erover eens dat de anderen ermee moeten stoppen

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

We waren een boekenclub, maar geen van ons had het boek uitgelezen.

‘Ik ben de nieuwe Aaf’, zei ik trots – maar toch ook bang dat te zeer te laten blijken.

‘Very small shoes to fill’, zei een van de tafelgenoten.

‘Ik ben de nieuwe Bert Wagendorp’, zei een ander.

Niet echt aardig natuurlijk, dat van die kleine schoenen, maar volgens mij minacht zij alle columnisten in min of meer gelijke mate.

Ikzelf daarentegen bewonder ze mateloos. Niet alleen de mensen die over werkelijk alles iets zinnigs te zeggen hebben, maar vooral ook degenen die er telkens in slagen van niets iets te maken. Die aan een slapende kat op hun bureau honderden woorden kunnen ontworstelen of in het voorbijgaan een glimp van zichzelf in de spiegel opvangen en de schrik die hen op dat moment om het hart slaat in een paar zinnen van elke banaliteit kunnen ontdoen om van dat ene ogenblik een o zo menselijke ervaring te maken.

Goed, er zijn er te veel en ze zitten te vaak op het terras naast zoiets gruwelijks als een millennial – of ze hebben gewoon allang niets verrassends meer te zeggen – maar daarover zijn alle columnisten het onderling ook roerend eens: het zou heel goed zijn als die anderen er een keer mee zouden stoppen. Er staan hoe dan ook te veel meningen in de krant. Vooral van het verkeerde soort.

Ik dacht daarom het zekere voor het onzekere te nemen en het hier vooral bij de feiten te gaan houden. Het probleem is dat de zomer een feitenluwe periode is, en dat ik die zomer ook nog eens grotendeels achter mijn bureau doorbreng, een plek waar het leven algauw ongemerkt uit louter meningen gaat bestaan.

Gelukkig gebeurde er vanmorgen toch iets van enig belang. De 1-jarige en ik liepen terug van de bakker toen we werden getroffen door een klein drama dat zich afspeelde achter de gesloten schuifdeuren van de dierenwinkel. Zij zag de dikke, witte poes die tegen het glas wilde gebaren maakte. Ik zag de grote mot die, in een wanhopige zucht naar het leven zelf, probeerde door de glazen wand heen te breken. De kat sloeg de mot met haar poot tegen de grond en wij keken van achter het glas machteloos toe hoe het diertje in zijn lot leek te berusten. Maar zodra het gefladder was verdwenen verloor de poes haar interesse en terwijl haar kattengedachten afdwaalden, zag de ter dood veroordeelde opeens zijn kans schoon. De dikke mot ontsnapte en vloog ditmaal zijn vrijheid tegemoet, de donkere dierenwinkel in.

Terwijl ik opgelucht ademhaalde zocht naast me iemand vergeefs contact met de kat, die haar prooi alweer leek te zijn vergeten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden