Interview Iris van Wijnen

‘Alle aria’s en rollen die ik ooit had gestudeerd, kon ik vergeten’

Iris van Wijnen Beeld Bibian Bingen

Toen operazangeres Iris van Wijnen werd aangenomen bij het conservatorium, kreeg ze pas een maand zangles. Inmiddels geldt de Brabantse mezzo als een groot operatalent. Zo is ze binnenkort te zien in Die Walküre bij De Nationale Opera. In München vertelt ze hoe ze haar stem heeft gevonden.

In de biergarten in München om de hoek bij mezzosopraan Iris van Wijnen (29) zit iedereen aan grote pullen bier. Behalve zijzelf. Ze heeft net een liter alcoholvrije radler besteld. Dat druist nogal tegen haar Brabantse natuur in, zegt ze, maar ja: ze moet studeren, en hard ook. Het is mei en ze heeft net te horen gekregen dat ze een hoofdrol mag zingen in The Hunting Gun, een nieuwe opera van Thomas Larcher, en wel op het beroemde Aldeburgh Festival in Engeland.

Er zit dan iets nóg mooiers aan te komen, vertelt ze. ‘Maar ik durf nog niet te zeggen wat. Ik ben bang dat als ik het uitspreek, het toch niet doorgaat.’ In de zomer komt de bevestiging alsnog. Ze debuteert op 16 november bij De Nationale Opera in Amsterdam, in Die Walküre van Richard Wagner in de legendarische regie van Pierre Audi.

Iris van Wijnen, in Die Walküre te horen als Rossweisse, is een van de grootste Nederlandse operatalenten. Ze deelde het podium al met sterzangers als Anja Harteros en Javier Camarena, zong onder dirigent Kirill Petrenko. Toen ze eerder dit jaar in de ZaterdagMatinee in het Amsterdamse Concertgebouw in Verdi’s Nabucco te zien was, werd zij er door de recensent van de Volkskrant uitgepikt, al was haar rol (Fenena) niet eens zo groot. Ze werd geschetst als ‘een zangeres die haar gloeiende geluid ritmisch volmaakt uitspreidt’.

Van Wijnen: ‘Als ik vroeger op het schooltoneel de derde boom rechtsachter was, viel ik toch altijd op. Ik weet niet waaraan dat ligt.’

Niet alleen is ze een van de grootste talenten, de carrière van Van Wijnen – vrije school, katholiek-light lerarengezin uit Nuenen – verliep tot nu toe op een wel heel bijzondere manier. Om te beginnen: ze had haar eerste zangles pas in 2009. Ze studeerde muziekwetenschap in Utrecht en het leek haar wel wat om ooit naar het conservatorium te gaan. Dus nam ze een les, studeerde een aria in en deed auditie, ook in Utrecht, gewoon om te weten hoe dat is.

‘Ik werd meteen aangenomen. Niet voor de vooropleiding, zoals gebruikelijk, maar voor het eerste jaar. Ik dacht: huh, ik goed, hoe dan? Ik moest wel geloven dat ik wat kon, want ik had ook in mijn conservatoriumtijd meteen werk. Ik wist amper iets van opera, ik speelde piano en luisterde naar Bretonse volksmuziek. De opera ontdekte ik pas tijdens mijn studie.’

Twee jaar na haar toelating had ze haar eerste grote professionele klus te pakken. Bij de Reisopera kreeg ze een rol in Il segreto di Susanna van Ermanno Wolf-Ferrari. ‘Ik wist niet dat het normaal was om eerst tien keer te auditeren voordat je een rol krijgt. Alles lukte in één keer.’

Maar het echte what-the-fuck-moment kwam zes jaar na haar eerste zangles. De Bayerische Staatsoper in München is een van de voornaamste operahuizen ter wereld. Dus toen ze auditeerde voor de operastudio aldaar, het opleidingstraject waardoor ze in het ensemble zou komen en kleine rollen zou zingen, had zelfs de inmiddels best zelfverzekerde Van Wijnen niet gedacht dat ze door de ballotage zou komen.

‘Direct na het voorzingen zei de commissie dat ik door mocht naar de tweede ronde. Later hoorde ik dat er achthonderd aanmeldingen waren en er dertig zangers mochten voorzingen. Bizar. Het was pas de tweede keer dat een Nederlandse zanger werd aangenomen. In de zomer van 2015 ging ik in München wonen. Ik kende niemand hier. Het eerste wat ik kocht, was een dirndl, haha. Ik ben enorm fan van The Sound of Music.

‘Die operastudio moet je zien als een soort bootcamp. Ik heb zoveel stukken leren kennen, zoveel van grote zangers kunnen afkijken. Achteraf gezien kwam ik hier misschien wel heel snel. Ik was 25, bleu, kneedbaar, misschien te kneedbaar als zanger. Ik wilde beter worden, beet me vast als een pitbull en luisterde naar alle adviezen, maar kende mijn eigen stem nog niet goed genoeg.’

Dat bleek, want in dat jaar deed ze een ontdekking waardoor al haar plannen de prullenbak in konden. Ze kwam ‘uit de kast’ als mezzosopraan. Al die tijd had ze gedacht dat ze zich zou ontwikkelen tot dramatische sopraan, dat ze geknipt zou zijn voor die tragische rollen waarvoor stemmen vereist zijn met krachtige hoogte. De mezzosopraanstem zit qua bereik tussen die van de sopraan (hoge vrouwenstem) en alt (lage vrouwenstem) in. ‘Mijn stem is wat voller dan die van een typische mezzo, dat was misleidend. Mijn spreekstem is ook aan de lage kant. Daardoor ben ik wat moeilijker in een hokje te stoppen.

‘Alle aria’s en rollen die ik ooit had gestudeerd, kon ik vergeten. Maar dat was niet het grootste probleem. Iedereen kende me als sopraan. Ik moest me opnieuw bewijzen. Gelukkig waren er veel mensen om me te helpen.’ Zoals Brigitte Fassbaender, nu 80 jaar, een mezzo met een fabelachtige status die op zo’n 250 platen te horen is. ‘Zij haalde me eruit tijdens een masterclass en hielp me bij mijn transitie.’

Mezzometers maakte ze vervolgens in het operahuis van Klagenfurt. ‘Het voelde eerst als een stap terug: mezzo’s hebben zelden de grootste rol, maar eigenlijk passen de mezzopersonages beter bij mij. Dat zijn vaak de intelligentere types of de gemenerikken. Of je zingt de broekenrollen – dan speelt een vrouw een man. Dat past bij hoe ik beweeg, ik ben geen popje. Vroeger wilde ik ballerina worden, maar toen werd ik 1,85 meter. Zie je het voor je? Ik ben veel te breed, haha.’

Inmiddels weten alle casting directors wel wie ze is: Iris, mezzo. ‘En ik weet nu ook hoe het is om te worden afgewezen. Het is een hard en grillig vak. Ik had 25 audities in anderhalf jaar tijd, dat kost een hoop tijd en geld. München is een dure stad. Ik wil hier graag blijven. Als je hier zegt dat je operazanger bent, heb je meteen een goed gesprek, de waardering voor klassieke muziek is heel groot. En Beieren is toch het Brabant van Duitsland.’

Wat vindt ze goed aan zichzelf? Wat kan er beter? ‘Op het podium ben ik mijn rol. Maar ik denk ook dat ik een brede muzikale horizon heb. Ik wil alles in de gaten hebben, ik wil zoveel mogelijk weten van de andere partijen, wat er op welk moment in het stuk gebeurt en waarom. Die analytische blik heb ik overgehouden aan mijn studie muziekwetenschap. Het gevaar is alleen dat ik daardoor in mijn rollen te veel wil uitdrukken, daarvoor moet ik oppassen.

‘Ik ben als zanger zeker nog niet waar ik wil zijn. Natuurlijk heb ik de ambitie om veel grote rollen te zingen, maar ik wil vooral een lange carrière – als ik 65 ben, wil ik nog Klytaemnestra kunnen zingen in Richard Strauss’ Elektra. Juist dan moet je jezelf in toom houden, je stem genoeg tijd geven om te herstellen. Dus ik doe het rustig aan, stap voor stap.’

Richard Wagners Die Walküre in de regie van Pierre Audi is te zien van 16/11 t/m 8/12 bij De Nationale Opera, Amsterdam.

Klassieke regie

Van 1988 tot 2018 was Pierre Audi artistiek directeur van De Nationale Opera. Zijn grootste triomf vierde Audi, ook zelf regisseur, met zijn enscenering van Richard Wagners vierluik Der Ring des Nibelungen. In 2014 waren alle delen voor het laatst te zien. Het meest geliefde tweede deel, Die Walküre, wordt nu voor het allerlaatst in Audi’s klassieke regie hernomen. De rol van Sieglinde wordt vertolkt door Eva-Maria Westbroek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden