Achter het boekAli Smith

Ali Smith schreef het beste boek van 2020 (volgens de Volkskrant): ‘Ik begon pas vier maanden voor de deadline. Blijkbaar werk ik goed onder druk’

Ali Smith: ‘Mijn vierluik zal zijn eigen weg moeten gaan. Ook als de boeken van tijdelijke waarde blijken, is dat goed genoeg.’ Beeld Felicity McCabe / Getty
Ali Smith: ‘Mijn vierluik zal zijn eigen weg moeten gaan. Ook als de boeken van tijdelijke waarde blijken, is dat goed genoeg.’Beeld Felicity McCabe / Getty

Met het slotdeel van haar seizoenscyclus schreef Ali Smith het beste boek van 2020, volgens de Volkskrant. Hoe doe je dat, vier boeken schrijven in vier jaar tijd? 

De 56 beste boeken van 2020, volgens de boekenredactie van de Volkskrant. Jawel, het was het jaar van corona – maar goddank van nog veel meer. Bekijk de volledige top-56.

‘Ik schrijf snel. Dat heb ik altijd gedaan, dus de manier waarop deze vier romans tot stand kwamen, klopt helemaal met mijn temperament als schrijver. In de boeken wilde ik bovendien de waan van de dag vangen. Daarom ben ik aan alle vier pas vier maanden voor mijn deadline begonnen. Dat is hectisch, maar werken onder tijdsdruk blijkt goed bij me te passen.’

In oktober 2016 publiceerde Ali Smith de roman Autumn (Herfst). Het boek werd aangekondigd als het begin van een tetralogie: vier boeken, vernoemd naar het seizoen waarin ze zijn gesitueerd én waarin ze verschijnen. In november 2017 zag Winter het licht, in maart 2019 Spring (Lente) en in augustus 2020 Summer (Zomer).

De romans hebben een buitengewoon actueel karakter. Zo speelt in Herfst de nasleep van het Brexitreferendum (23 juni 2016) een hoofdrol, beschrijft Winter de sociale impact van de brand in de Grenfell Tower (14 juni 2017), komt in Lente het Windfall-schandaal voorbij, dat van voorjaar 2018 tot in 2019 de kranten haalde, en bevat Zomer verwijzingen naar de coronacrisis.

Belangrijker dan hun soms verbijsterende actualiteit is het feit dat de vier romans een scherpe analyse geven van hedendaags Groot-Brittannië en daarnaast een bezinning zijn op de krachten en zwakheden van de mens en het licht dat kunst en schoonheid kunnen werpen op ons soms duistere bestaan. En als dat erg zwaar klinkt: de boeken zijn vaak buitengewoon grappig en doorspekt met talloze slimme, vaak lastig vertaalbare woordspelingen.

Wie is Ali Smith?

Ali Smith werd in 1962 geboren in Inverness en studeerde Engelse taal- en letterkunde aan de universiteiten van Aberdeen en Cambridge. Ze doceerde enige tijd aan de University of Strathclyde en debuteerde in 1995 met de verhalenbundel Free Love and Other Stories. In 2001 brak ze door met de roman Hotel World, die onder meer de shortlist van de Booker Prize haalde. Smith is sindsdien nog driemaal voor de prijs genomineerd, maar won hem nooit. Ze heeft vijftien fictiewerken, twee non-fictiewerken en zeven toneelstukken op haar naam staan. Begin november werden Smith en haar Nederlandse vertalers bekroond met de Europese Literatuurprijs.

Hoe ontstond het seizoenenvierluik?

‘Ik begon met publiceren in het midden van de jaren negentig en wist toen al dat ik op een gegeven moment een reeks van vier boeken zou willen schrijven op basis van de seizoenen. Ik dacht dat ik dat zou doen als ik oud en grijs was. Dat is wel uitgekomen, geloof ik. Het plan voor vier boeken die zo veel mogelijk inhaken op de actualiteit ontstond pas in 2014. Ik was toen veel te laat met het inleveren van het manuscript voor How to Be Both: bijna een jaar! Je moet weten dat het in Groot-Brittannië gebruikelijk is een manuscript ongeveer anderhalf jaar voor de beoogde publicatiedatum in te leveren.

‘Ik verontschuldigde me dus voor de schandelijke overschrijding van mijn deadline, maar de uitgever zei: maak je geen zorgen, als we ons best doen, kunnen we het boek over zes weken in de winkels hebben. Ik was verbijsterd en geloofde er eigenlijk niets van, ook omdat How to Be Both een nogal ongewone vorm had en werd uitgegeven in twee verschillende edities. Nogal een klus, leek me, maar tot mijn aangename verrassing verscheen het inderdaad zes weken later.’

En dat bracht u op een idee.

‘Precies. Dus stelde ik mijn Engelse uitgever, Simon Prosser, in 2015 voor om vier boeken te publiceren in vier jaar tijd, telkens in het seizoen uit de titel en telkens een paar weken na inlevering van het manuscript. Tot mijn vreugde vond hij het een goed idee en stelde het voor aan zijn team – voor hen zou het hard werken worden. Ze zeiden allemaal ja. Ik zag het als een soort tijdsexperiment, omdat de romanvorm zich op de een of andere manier bijna altijd met tijd bezighoudt.’

Ali Smith voltooide deze zomer haar seizoenscyclus. ‘Ik zag het als een soort tijdsexperiment, omdat de romanvorm zich op de een of andere manier bijna altijd met tijd bezighoudt.’ Beeld Felicity McCabe / Getty
Ali Smith voltooide deze zomer haar seizoenscyclus. ‘Ik zag het als een soort tijdsexperiment, omdat de romanvorm zich op de een of andere manier bijna altijd met tijd bezighoudt.’Beeld Felicity McCabe / Getty

En dat is goed verlopen?

‘Alleen bij Zomer dreigden we even in de problemen te komen, doordat de uitgeverij dit voorjaar in lockdown zat. Maar de ­productie van het vierluik is voor mij echt een open­baring geworden van wat je met teamwork kunt bereiken, met dank aan ieders enorme toewijding. Ik heb gewerkt met geweldige proeflezers, bureauredacteuren en experts op alle mogelijke gebieden. Ik kan alleen maar mijn diepe respect en dankbaarheid tonen.’

Had u de structuur van de boeken en de belangrijkste verhaallijnen van tevoren gepland?

‘Nee, ik had niets gepland, behalve dat de boeken de seizoenen zouden eren waarnaar ze zijn vernoemd.’

Dat is verrassend, omdat in Zomer, het slotdeel, diverse verhaallijnen bijeenkomen en losse eindjes worden afgehecht.

‘Ik had daar nog geen idee van toen ik aan het boek begon. Tijdens het schrijven deed zich het fenomeen voor dat bekendstaat als ‘serendipiteit’: ik stuitte op allerlei onverwachte zaken die uiterst bruikbaar bleken, voor zowel die roman als het vierluik als geheel. De schrijver Alan Garner noemt dat de givens: de geschenken die op je bureau belanden als je blindelings iets schrijft. Die geschenken heb ik dankbaar in ontvangst genomen. Tegelijkertijd realiseer ik me dat zich in mijn achterhoofd nog een ongeschreven boek bevindt, een heel ander boek dat Zomer ook had kunnen zijn. Ik kan dat boek nog steeds horen neuriën onder het oppervlak van de roman die ik uiteindelijk schreef.’

Zijn er momenten geweest waarop u zich afvroeg: waar ben ik aan begonnen?

‘O ja. Vooral tijdens het schrijven van Lente. Dat was een wilde rit, een compromisloos boek in alle opzichten. Het kwam tot stand tijdens een van de onrustigste en, wederom, meest compromisloze periodes uit mijn leven. Nee, ik kan daar verder niet op ingaan. Als ik daar een kort antwoord op had, had ik het boek waarschijnlijk niet geschreven.’

Aan welke passages, aan welke hoofdpersonages wellicht, heeft u het meeste plezier beleefd? Zijn er personages die u haat?

Winter was verrassend makkelijk te schrijven. Dat was absoluut een plezierige ervaring. Personages die ik haat zijn er niet. Er zit geen haat in de boeken, behalve in passages aan het begin van Lente, waarin letterlijke citaten zijn opgenomen van onlinetrollen en -haters. Maar zelfs de taal van haat is nog steeds taal, en zodra iets taal wordt, openbaart het zich als een fenomeen waarmee je, tegen de verwachting in, constructieve dingen kunt doen. Als we iemands taal bestuderen, kunnen we tot begrip komen.’

Welke van de actuele gebeurtenissen die u in uw vier romans beschrijft, baart u de meeste zorgen?

‘We zijn inmiddels alweer voorbij de gebeurtenissen in de boeken. We bevinden ons in een nog precairdere toekomst, zowel ecologisch als politiek, en niemand weet wat de komende weken, maanden en jaren zullen brengen. We leven in een tijd waarin ontwikkelingen heel snel lijken te gaan, de snelheid van het ‘informatiesnelwegverkeer’ is nog nooit zo hoog geweest. Maar het is een valse, geforceerde snelheid en dat informatie-infuus leidt ons af van wat er werkelijk gebeurt, van de bredere context van ons bestaan. Informatie is niet hetzelfde als kennis. 

‘Op dit moment is die onophoudelijke informatiestroom zelfs dodelijk, want er is een pandemie gaande. Als we naar de geschiedenis kijken, naar de mythen en verhalen die de mens in de loop der eeuwen heeft geschapen, zien we de bredere patronen. Want anders dan de informatiestroom je wil doen geloven, is er in feite niets nieuws in de wereld. Geschiedenis, mythen en verhalen kunnen ons onze context teruggeven.’

Engelse literatuur heeft een rijke traditie van ‘State of the Nation’-romans, van George Eliot en Charles Dickens tot Jonathan Coe in onze tijd. In deze romans geeft de schrijver commentaar op de sociaal-maatschappelijke en politieke situatie. Past uw vierluik in die traditie?

‘Ik heb geen idee of mijn boeken in een traditie staan, daar houd ik me niet mee bezig. Mijn seizoenenvierluik zal zijn eigen weg moeten gaan. De boeken zullen leven zolang de lezers er iets aan hebben. Ik ben er allerminst zeker van dat ze van blijvende waarde zullen zijn. Als hun waarde van tijdelijke aard blijkt, is dat goed genoeg.’

Kunst heeft een geruststellende, troostende eigenschap in uw boeken.

‘Ik denk dat kunst ons als het ware vernieuwd teruggeeft aan onszelf. Als we onszelf maar toestaan ​​er een beetje aandacht aan te besteden. Door aandacht te geven aan kunst, boren we een bron aan in onszelf en krijgen we toegang tot onze verbeelding. De kunsten bieden ons nieuwe perspectieven, zetten ons aan het denken, activeren onze zintuigen. Ze maken ons erop attent dat we meer zijn, rijker zijn, anders kunnen zijn dan we geneigd zijn te denken. Ze leren ons dat we ons uit vaste patronen kunnen bevrijden, aan onszelf kunnen ontstijgen en ons kunnen openstellen voor andere mensen, voor de wereld. Dat we anders tegen die wereld kunnen aankijken. Bovendien geneest kunst ons van de splitsing van lichaam en geest door ons te stimuleren om tegelijk te voelen en te denken.

‘Het is geen verrassing dat zo veel van de arrestaties, aanslagen en agressie in de wereld zijn gericht tegen kunstenaars en denkers. Zodra de kunsten worden aangevallen, weet je dat je te maken hebt met een repressieve ideologie.’

De boeken van het seizoenenvierluik hebben een vergelijkbare structuur. In elk boek verwijst u impliciet en expliciet naar een werk van Dickens – achtereenvolgens A Tale of Two Cities, A Christmas Carol, Hard Times en David Copperfield – en een laat toneelstuk van Shakespeare: The Tempest, Cymbeline, Pericles en The Winter’s Tale. Daarnaast zijn er bespiegelingen over de aard van kunst, telkens aan de hand van een vrouwelijke kunstenaar: Pauline Boty, Barbara Hepworth, Tacita Dean en Katherine Mansfield. Was die structuur een houvast bij het schrijven?

‘Ik had het niet van tevoren zo bedacht. In Herfst maakten Dickens, Shakespeare en Pauline Boty spontaan hun opwachting, en bij het schrijven van Winter merkte ik dat ik opnieuw stuitte op Dickens, Shakespeare en een kunstenaar. Ik besloot met de stroom mee te gaan. Tegen de tijd dat ik bezig was met Lente, het moeilijkste boek om te schrijven, was ik erg blij dat ik die uitgangspunten had. Tegelijkertijd was er steeds de twijfel of de structuur het wel zou houden. Het was alsof de boeken zich er op een bepaalde manier tegen verzetten. Ook die twijfel, dat verzet, is iets dat de boeken met elkaar verbindt.’

Nog een structuurkwestie: in veel van uw boeken voert u een buitenstaander op die verwarring zaait en daarmee het verborgene zichtbaar maakt. Op welke manier vertegenwoordigt dat uw kijk op mensen en sociale processen, of misschien zelfs op de samenleving als geheel?

‘De ‘buitenstaander’ is het belangrijkste en urgentste verhaal van onze tijd, hoeveel mensen ook wegkijken en doen alsof het niet zo is. Het is het verhaal van wie er wel en niet bij hoort. Op dit moment zijn er meer mensen op drift dan ooit tevoren. Ze zijn hun huis kwijtgeraakt door oorlog, armoede, brand, overstromingen, en zijn op zoek naar een veilige en warme plaats om te leven. Natuurlijk is dat een verhaal van alle tijden: mensen die aan de deur kloppen op zoek naar barmhartigheid. Maar op dit moment moedigt de internationale politiek iedereen aan om een onderscheid te maken tussen ‘wij’ en ‘zij’. In werkelijkheid is er geen ‘zij’ in de mensheid. Er is alleen een ‘wij’, wij allemaal.’

Die buitenstaanders zijn dikwijls jonge, vroegwijze, intelligente mensen. Weerspiegelt uw interesse in jongere mensen een gevoel van optimisme?

‘Ik ben mateloos geïnteresseerd in intelligentie. Intelligentie is zelf mateloos en past zich voortdurend aan. We leven in een tijd waarin een generatie jonge mensen, die de wereld zal erven, moet leven met de puinhopen en catastrofes die andere generaties hebben veroorzaakt. Deze generatie is opgegroeid met het idee dat je de wereld bekijkt via hightech-intelligentie. Tegelijk hebben deze jonge mensen in de gaten dat de informatiesnelweg en de schermwereld slechts een tweedimensionaal beeld geven van de werkelijkheid. Ze zijn aan het ontdekken wat er in de échte, natuurlijke wereld gebeurt. Hun eindeloze intelligentie geeft mij eindeloze hoop.’

Ook het feit dat u uw romans heeft opgehangen aan de seizoenen, is te interpreteren als een teken van optimisme. De seizoenen symboliseren immers de voortdurende vernieuwing van het leven.

‘Absoluut. Zelfs in een tijd waarin de seizoenen zelf onder druk staan ​​als gevolg van milieuschade. Ze zijn een constante wake-upcall in ons leven.’

Was de volgorde van publicatie, beginnend met de herfst en eindigend met de zomer, bewust?

‘Ja, ik wilde van meet af aan eindigen met Zomer. Ik wilde naar het licht toe werken.’

In hoeverre beschouwt u het seizoenenvierluik als een reeks politieke romans?

‘Ik denk dat alles politiek is. Zelfs de zin ‘Ik ben het er niet mee eens dat alles politiek is’, is politiek.’

Vier jaar lang heeft u de ene actuele gebeurtenis na de andere in uw boeken verwerkt. Nu is de serie voltooid, maar zijn er de tweede coronagolf, toenemende protesten tegen anticoronamaatregelen, de Amerikaanse presidentsverkiezingen, de Brexit en nog veel meer. Voelt u niet de verleiding om een ​​vijfde seizoen uit te vinden om te kunnen doorgaan?

‘Haha, vraag me dat over een jaar nog maar eens.’

Ali Smith: Herfst, Winter, Lente, Zomer. Uit het Engels vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer. Prometheus; € 21,99 per deel.

Lees ook

Dit zijn de 56 beste boeken van 2020, volgens de boekenredactie van de Volkskrant.

Kleine prijzen voor grote vrouwen, magie en dystopie: wat was opvallend in het Nederlandse literaire jaar 2020? Dit zijn 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden