Recensie Boeken

Alexander Schimmelbusch heeft een spectaculaire roman geschreven (vier sterren)

In Opperduitsland schetst Alexander Schimmelbusch een spectaculair vergezicht waar menig werkgever en socialist opgewonden van zal worden. Maar maakt dat hem nou werkelijk tot de Duitse Houellebecq?

Alexander Schimmelbusch. Beeld Annette Hauschild / Ostkreuz

‘Ik ben beschikbaar’, stelt bankier Dirk Scheringa begin 2009 op de voorpagina van de Volkskrant, ‘als gevolmachtigd crisisminister op financieel gebied.’ Twaalf maanden is alles wat hij nodig heeft om Nederland uit het economische moeras te trekken. Het worden er zeven. Niet om het vaderland te redden, maar om zijn eigen bedrijf failliet te laten gaan.

Het is een wijze les voor alle overmoedige managers die op gezette tijden roepen om een zakenkabinet. Zoals ook Victor, de hoofdpersoon uit Alexander Schimmelbusch hype-roman Opperduitsland die nu in het Nederlands is verschenen. Hij ontwerpt een blauwdruk om Duitsland weer economisch te doen zegevieren – maar daarover later meer.

Laatste mens

Victor is verbitterd. Zijn elektrische Porsche ‘Shere Khan’ vindt hij pijnlijk. Net als de glazen villa in de heuvels bij Frankfurt waar hij woont, de wijn die hij drinkt en misschien ook wel de 102 appartementen in Berlijn die hij kocht, bij wijze van pensioenspaarpot. Victor is gescheiden. Niet vanwege zijn ex, maar gewoon, omdat ‘een van de constantes in zijn leven altijd al het gevoel was geweest dat hij zich in een overgangsfase bevond’. Alleen van zijn dochter Victoria houdt hij onvoorwaardelijk. Zonder spoor van ironie.

Het meest kijkt Victor neer op zijn eigen baan. Als zakenbankier is hij gespecialiseerd in mergers & acquisitions. In een heerlijke passage vat hij de historische bijdrage van die beroepsgroep aan de economie samen. In de jaren tachtig werd goud geld verdiend door ‘het geloof in het conglomeraat’ te prediken. Bedrijven moesten op overnamejacht, want risicospreiding. Vervolgens prediken zijn collega’s het tegenovergestelde, de ‘focus op de corebusiness’. Opnieuw kassa voor de zakenbankiers. En nu? ‘Zoals overal in de westerse samenlevingen heerste ook op de M&A-markt een soort postideologische leegte’, constateert Victor.

Dat geldt ook voor zijn eigen leven. Victor is als Nietzsche’s verwende laatste mens, die alles wat hij zegt en denkt vergezeld laat gaan van een vette knipoog. Het verschil is dat hij zich extreem bewust is van zijn deplorabele toestand. Wat rest is een uitbraak. Victors poging een oprechte roman te schrijven mislukt – de uitgever heeft geen interesse. Des te enthousiaster wordt de pitch ontvangen die hij kort daarvoor schreef in een opwelling, met een fles Richebourg bij de hand. Het is een politiek manifest in McKinsey-stijl. Niet voor een bedrijf, maar voor de Deutschland AG, de BV Duitsland. ‘De waarheid is: zonder een ondernemersregering zal ons vaderland in de onbeduidendheid verzinken.’

Economische apartheid

De recensenten, van Die Zeit tot de Süddeutsche, hebben Alexander Schimmelbusch het afgelopen jaar de hemel in geprezen. Dit zou dé roman zijn van onze tijd. Het Duitse antwoord op Michel Houellebecq – ook al is de auteur Oostenrijker. Met de Franse schrijver deelt Schimmelbusch inderdaad de gedistantieerd-cynische toon, door veel fans verward met realisme. Schimmelbusch was ooit zelf zakenbankier in de Londense City. Hij lijkt uitstekend thuis te zijn in de favoriete merken en speeltjes van de financiële elite. In combinatie met het financiële jargon (Victor spreekt over het statusverschil tussen hem en een minister als ‘de delta tussen hen’) en typisch Duitse zinnen bomvol neologismen zorgt dat voor een absurde, unieke stijl.

Maar Victor walgt niet van de generatie ’68 of de oprukkende islam. Hij maakt zich druk om de economische apartheid in Duitsland. De ‘pooierkarren waarmee Daimler-Benz zijn vaderland had overspoeld’ beziet hij met het dedain van oud geld. Niet minder vulgair vindt Victor het proletariaat. Dat ontmoette hij meer dan een jaar geleden voor het laatst, in de Mediamarkt. ‘Twee van die wezens hadden een kartonnen emmer Fried Chicken met elkaar gedeeld, wat aanvankelijk tot een uitwisseling van onverstaanbare geïrriteerde opmerkingen en vervolgens tot een handgemeen had geleid.’

Behalve als een esthetische belediging, een aanslag op de goede smaak, lijkt Victor de welvaartskloof ook te beschouwen als een bedreiging voor de Duitse concurrentiekracht. ‘Duitsland was een land van dichters en denkers en geen land van miljardairs en jachtbezitters’, schrijft hij. De socialistische Linke zou het hem net zo gretig nazeggen als een rechtse polemist als Thilo Sarrazin. Niet vreemd dus dat Victors pitch een doorslaand succes wordt. Om van een ‘obsessief ik’ naar een ‘vastberaden wij’ te komen stelt hij een vermogensplafond van 25 miljoen euro per Duitser voor. Wie niet meedoet, raakt zijn paspoort kwijt. Met alle overtollige rijkdom kan vervolgens het grootste staatsinvesteringsfonds ter wereld worden gevormd. Die ‘German Investment Authority’ (GINA, wat een verwijzing lijkt naar het neoliberale TINA, there is no alternative, van Margaret Thatcher) moet de strijd om de economische heerschappij aangaan met de Chinese, Amerikaanse en Arabische concurrentie.

Porsche Armee Fraktion

Als Schimmelbusch al het Duitse antwoord op Houellebecq is, dan met de nadruk op Duits. Uiteindelijk dreigt Opperduitsland zich zelfs te bezondigen aan mierzoete romantiek. Op het moment dat Victor dreigt te overlijden, bidt zijn dochter honderden kilometers verderop tot God. Haal papa alstublieft nog niet naar de hemel, prevelt ze. Niks knipoog.

Het doet weinig af aan de spectaculaire roman die Schimmelbusch heeft geschreven. Of is het een hondsbrutaal politiek essay, het progressief-populistische antwoord op de AfD? In de laatste scènes blijken zakenkabinetten opnieuw doodeng. Toch laat Victors brutale mix van links-populisme en staatskapitalisme je niet snel los. En het slot van Opperduitsland is verrukkelijk. We krijgen vette science fiction voorgeschoteld, maken kennis met de Porsche Armee Fraktion en er is ‘een kwak hersenmassa’ die ‘op een drie dagen oude printuitgave van de Frankfurter Allgemeine Zeitung’ kletst. Dat is dan wel weer heel erg Houellebecq.

Alexander Schimmelbusch: Opperduitsland. Uit het Duits vertaald door Kris Lauwerys en Isabelle SchoepenPrometheus; 221 pagina’s; € 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.