InterviewAlexander Klöpping

Alexander Klöpping: ‘Dat heb ik eigenlijk nooit, dat me iets gebeurt wat nooit de bedoeling was’

Alexander KlöppingBeeld Koen Hauser

Ooit was Alexander Klöpping ‘de blije eikel die alles vet vindt’, nu is hij de baas van een echt mediabedrijf. Hij kijkt terug op de jaren tien. 

De jaren tien het decennium van de smartphone noemen, klopt dat, denk je?

Vermoeide zucht. ‘Eh... Als je mij out of the blue zou vragen wat voor decennium dit was, zou ik bewust iets proberen te verzinnen wat níet over technologie gaat. Het is te beperkt, voorspelbaar ook. Een beetje dom, eerlijk gezegd. Al snap ik ook wel dat jullie je themanummer ergens aan moeten ophangen.’

Maar het is toch...

‘Het is ontegenzeggelijk een grote verandering.’

Had jij tien jaar geleden een smartphone?

‘Mijn eerste smartphone was een Sony Ericsson P800, die kwam in 2002 op de markt. Het was de eerste telefoon met een groot scherm en een pennetje waarmee je dat kon bedienen. En bijna nergens te koop, je moest ervoor naar Finland. Ik ben alle telefoonwinkels in Finland gaan bellen, van noord naar zuid. Elke winkel had drie of vier van die toestellen, ik heb geld geleend en ze allemaal gekocht. Toen ik alles thuis had – ik woonde nog bij mijn ouders in Oss – heb ik een piramide van die telefoons gebouwd, daar een foto van gemaakt en die op een internetforum voor nerds gezet, zodat ik de wereldwijde markt kon bedienen. Mensen vlogen ervoor naar Nederland, ze stuurden me cash geld in een envelop.’

Hoeveel geld heb je daarmee verdiend?

‘Tienduizenden euro’s. Voor mij was dit het moment dat ik me realiseerde dat ik niet de enige gek was. Dit kon weleens iets groots gaan worden.’

Ik keek  jouw eerste DWDD-optreden terug, uit januari 2010. Daar zat ook André van Duin, toen al een trotse bezitter van een iPhone. Tafeldame Yvon Jaspers wil geen iPhone, vertelt ze: ‘Ik zou er verslaafd aan raken. Ik bescherm mezelf door het niet te doen, want ik zou er de hele dag op zitten.’

‘Een zeer vooruitziende blik, van Yvon Jaspers! Misschien moet je haar gaan interviewen over technologie.’

Is ons leven de afgelopen tien jaar makkelijker geworden door nieuwe technologie?

‘Neem alleen al zoiets als kaartlezen op een mobiele telefoon. Handig, absoluut. Maar die functie heeft ook negatieve kanten. Vroeger kon je nog weleens verdwalen, ontdekte je weleens een nieuw buurtje. In Google Maps zijn de gebiedjes waar veel mensen komen oranje – waarbij oranje staat voor: hier is het gezellig. Dat constateert Google dus, op basis van het algoritme.’

Waardoor er nóg meer mensen naar dat oranje buurtje gaan.

‘Precies. Dat leidt tot eenheidsworst. Ik denk dat we vroeger veel meer op intuïtie deden. Vroeger ging je lopen en kwam je vanzelf een restaurant tegen. Nu weet je: als ik iets meer research doe, kan ik het beste restaurant van de hele buurt vinden. En als je dat niet doet, loop je iets mis. Zo is dus zelfs zoiets simpels als het uitzoeken van een restaurant tegenwoordig iets wat stress oplevert.’

Nee, Alexander Klöpping (32), ceo van Blendle en techjournalist, is allang niet meer ‘die blije eikel die overal enthousiast over is’, zoals hij de televisieversie van zichzelf omschrijft. En eigenlijk is hij dat ook nooit geweest.

Het was Jort Kelder die hem tien jaar geleden bij De wereld draait door introduceerde. Klöpping werkte al een aantal jaar voor Kelder, eerst als redacteur voor het tv–programma Bij ons in de BV, daarna als de piepjonge hoofdredacteur van Kelders nieuwssite 925.nl. Kelder: ‘Op een dag belde ik Dieuwke Wynia, eindredacteur bij DWDD, en ik zei: ‘Ik heb nu een leuk kereltje, hem moet je eens proberen.’’

Klöpping: ‘Dus ging ik met Jort mee naar een uitzending. Tegen Wynia zei ik toen dat ze echt aandacht moesten besteden aan de lancering van de iPad. Dat ze dat niet van plan waren, daar begreep ik niets van. Het kan zijn dat ik daar emotioneel op reageerde. Het moet in ieder geval iets bij ze hebben getriggerd. Nerds waren toen nog echt een onbegrepen groep, hè. Nerds voelen zich sowieso altijd onbegrepen, door de rest van de samenleving.

Zie jij jezelf nog steeds als nerd?

‘Nee, ik zeg dit meer als sociaal commentaar. Maar op dat moment, in dat gesprek met Wynia, voelde ik me onbegrepen. Ze snapte niet hoe belangrijk dit was! Ik had een soort zendingsdrang. En ik voelde de behoefte om op te komen voor de groep. De nerds. Dus daar rekende ik mezelf toch wel toe, ja. Toen wel.’

Nerds waren in 2010 nog leuk, nu niet meer zo.

Ironisch: ‘Nerds zijn de nieuwe bankiers. Ze stelen al onze gegevens en maken ons verslaafd. Uitschot.’

Alexander KlöppingBeeld Koen Hauser

Kelder noemde dat eerste DWDD-optreden, over de iPad, waarin je het ‘gewoon een heel geil ding’ noemde, ‘betoverend’, jouw ‘Genesis-moment’.

‘De enige manier waarop ideeën blijven hangen, is als je ze in zekere mate simplificeert. En ik had echt het idee: dit moeten meer mensen zien, want het is leuk en belangrijk. Ik wilde zoveel mogelijk mensen bereiken. Maar later waren er wel momenten dat ik mezelf irritant vond, omdat ik een karikatuur van mezelf dreigde te worden. Op televisie wordt er iets van je verwacht, en in mijn geval was dat de blije eikel die alles vet vindt. Terwijl ik eigenlijk juist overal de nadelen van zie.’

Merkte je dat je je de laatste paar jaar moest verdedigen, dat men vond dat je te enthousiast was geweest over de grote technologiebedrijven?

‘Altijd. Ik kies altijd het counternarratief. In 2010 was onderbelicht dat de iPad weleens een revolutie zou kunnen betekenen voor ons mediagebruik, om maar wat te noemen. Daar werd weinig over gepraat, en daar ergerde ik me aan. Nu erger ik me aan andere dingen. Alleen enthousiasme vind ik niet meer terecht. Maar het tegenovergestelde óók niet, alleen maar zwartkijkerij is ook onterecht en vervelend.’

En dus ben je de laatste tijd ook weleens aan het verkondigen dat Facebook eigenlijk een hartstikke leuk bedrijf is?

‘Die neiging voel ik wel.’

Hoe neem je het dan op voor Facebook?

Zucht. ‘Eh… Dat is moeilijk. Facebook is een uitzondering, want dat is écht een kutbedrijf. Ze hebben geen positieve rol in onze maatschappij. Het gaat om groei, ten koste van alles. En ze hebben te veel macht. Het had nooit toegestaan mogen worden dat WhatsApp door Facebook werd gekocht. Dat daar geen overheid voor is gaan liggen, is een fucking schande. Google vind ik een ander verhaal. Ook een machtig bedrijf, maar ik meen een betere intentie te zien. Ik denk dat Google wel degelijk nadenkt over rechtvaardigheid, dat de belangen van aandeelhouders worden afgewogen tegen de belangen van de mensheid. Google heeft de mensheid vooruit gebracht, durf ik te stellen. Het heeft gedemocratiseerd van wie we informatie kunnen krijgen – via YouTube, bijvoorbeeld.’

Een van de dingen waar je op tv het meest enthousiast over was is de Google Glass, een smartbril. Is niet echt van de grond gekomen.

Google, alle bedrijven zijn bezig met augmented reality. De Google Glass was een eerste klunzige stap daarnaartoe. Uiteindelijk zullen we geen schermen meer hebben, technologie zal steeds meer worden verwerkt in de ruimte om ons heen, zowel binnen als buiten. Dat gaat gewoon gebeuren. Iedereen verwacht dat we tegen onze magnetrons gaan praten, in de nabije toekomst. In de VS is het al zover, daar zijn slimme speakers al doorgebroken. Daar is het heel normaal om je af en toe even tot een apparaat te wenden om een of ander feit te checken.’

Alexander KlöppingBeeld Koen Hauser

Heb jij zo’n ding?

‘Nee.’

Waarom niet?

‘Eén: mijn vriendin is informatiejurist en heeft bij allerlei privacyorganisaties gewerkt, dus die dingen komen er bij ons echt niet in. Je haalt een apparaat in huis met zeven richtmicrofoons erin die continu luisteren naar wat je aan het doen bent, en dat apparaat kan gehackt worden, door overheden of criminelen. Jij hebt zelf op dit moment ook twee microfoons voor je liggen (een iPhone en een iPad, red.). Los van het gevaar van een hack, als je zo’n apparaat in huis hebt, komt allerlei informatie over jou bij een technologiebedrijf terecht. Niet alleen wat je zegt, ook wanneer je thuis bent, hoe vaak je het apparaat gebruikt, wanneer je in welke kamer bent – het levert informatie op, en die informatie geeft een technologiebedrijf macht. Verder probeer ik mezelf een heel bewuste houding aan te meten tegenover het soort technologie dat mijn leven makkelijker moet maken. Ik dwing mezelf om af en toe ook de moeilijke weg te kiezen. Een spraakcomputer is niet onmisbaar – de negatieve kanten wegen niet op tegen de positieve. En ik ben lang niet de enige die er zo over denkt. Ik dacht dat privacy een nicheonderwerp zou blijven, dat mensen hun eigen gemak altijd voorop zouden stellen. Maar het gevoel dat bij veel mensen heerst is: ik begrijp het niet helemaal, maar het gaat te ver.’

Leg jij jezelf restricties op wat betreft smartphonegebruik?

‘Continu. De telefoon mag niet mee in de slaapkamer, de telefoon wordt niet gecheckt vóór het ontbijt. Ik heb allerlei timers voor verschillende apps. Ik geef mezelf een halfuur per dag voor Twitter en vijf minuten voor Instagram. Als ik aan het maximum aantal minuten zit, gaat de app op slot. Als de app op slot is, kun je ook op je browser nog op Twitter. Dus ik installeer een tool waardoor dat ook niet meer kan. Soms denk ik: zo moet het voelen om junk te zijn. Is dit allemaal nodig, om jezelf ervan te weerhouden om niet op Twitter te gaan? Wat de fuck. Het is treurig.

Wat is jouw schermtijd?

‘Heel hoog. Zelfs met die restricties zit ik aan vele uren per dag. Ik lees artikelen, dat mag van mezelf. Maar zelfs in die drie minuten die het duurt om van Utrecht Centraal naar het Blendle-kantoor te lopen, zet ik nog een podcast aan. Why? Lóóp gewoon. Kijk om je heen. Dat kan ik blijkbaar niet. Mijn lichaam vraagt erom dat ik die telefoon pak. Ik probeer als ik in de rij sta bij de supermarkt bewust niet op mijn telefoon te kijken. Nog erger: telefoon meenemen naar de wc. Mensen kunnen niet meer tegen verveling, elk leeg moment moet worden opgevuld. We hebben tegenwoordig héél intensief contact met veel meer mensen dan vroeger. Dat voelt rijk. Alleen: er zit een scherm tussen. Daarmee gaat ook iets verloren. Intimiteit, vooral.’

Wat is jouw grootste angst, als we het over technologie hebben?

‘De bizarre fragmentatie, denk ik. Het feit dat verschillende groepen totaal verschillende informatie tot zich nemen. Er is niet meer zoiets als ‘het nieuws’, wat voor iedereen gelijk is. Elke app deelt gebruikers op in hokjes. Het algoritme van Twitter zet een tweet bovenaan die jou raakt, zodat jij vaker terugkomt. En we hebben het ergste nog lang niet gezien, want er is een economisch belang om die fragmentatie te bevorderen. Hoe preciezer ik jou kan bereiken, hoe beter ik advertenties kan verkopen, hoe meer ik verdien. We kunnen wel zéggen dat het belangrijk is dat we allemaal de krant lezen, maar de krant is spruitjes, zo’n app is snoep. Ik hoop dat mensen behoefte houden aan andere meningen, in plaats van dat ze vooral hun eigen standpunt herhaald zien worden. Maar ik ben er niet gerust op. Totaal niet.’

Je voedt je dochter van 2 schermloos op.

‘Dat proberen we. Sowieso geen televisie, en niks wat ook maar lijkt op games of kindervideo’s. Ik denk dat het een ultieme luxe is als je als kind leert jezelf met andere dingen te vermaken. Hoe armer en hoe lager opgeleid een gezin is, hoe meer tijd er wordt besteed aan schermen. Oftewel: het is een teken van welvaart als een kind zo min mogelijk met schermen in aanraking komt. Dat is een treurig gegeven, maar zoals ik mezelf probeer te beschermen tegen de hele tijd op Twitter kijken, probeer ik haar te beschermen tegen dingen die gemaakt zijn om haar aandacht vast te houden.’

Na het succesvol doorverkopen van Finse smartphones begon Klöpping in 2003 met een vriend The Gadget Company, een webwinkeltje in gadgets. Hun eerste product was de buikspierband, onder Tel Sell–kijkers ook wel bekend als de Abtronic. Klöpping: ‘Ik dacht: meisjes in mijn klas vinden mij niet leuk, dus ik moet iets verzinnen waardoor ze mij leuk gaan vinden. Een sixpack! Toen kocht ik zo’n band. Een vriendin van mijn moeder wilde er ook een. Dus ik ben gaan uitzoeken waar ze vandaan kwamen en ik heb de Chinese fabriek gemaild, waar die banden heel goedkoop bleken te zijn. Ik heb voor duizend euro van mijn spaargeld buikspierbanden gekocht en er een webwinkeltje omheen gebouwd.’

Waar Klöpping eerst nog probeerde te verbergen dat hij het bedrijf runde vanuit een container in de achtertuin van zijn ouderlijk huis in Oss, kwam hij er al snel achter dat hij dat gegeven ook uit kon buiten. ‘Voor een journalist is het interessant als je 15 bent en een bedrijf runt. Ik stond eerst in het Brabants Dagblad, want een jonge Osse ondernemer is voor hen een verhaal. Daarna kon ik in een persbericht zetten dat ik met mijn bedrijfje in het Brabants Dagblad had gestaan – zo wekte ik de interesse van landelijke kranten. Als je eenmaal in een landelijke krant staat, ben je iets voor televisie. Dus zo kwam ik op RTL Nieuws en bij Kopspijkers. En na zo’n uitzending stroomden de orders binnen.’

Wat wilde je worden in die tijd?

‘Journalist.’

Ik vroeg aan je vriend Alex Klusman of je jezelf meer ziet als journalist of als ondernemer, waar je hart ligt. Hij zei: journalist.

‘Ik denk wel dat dat klopt.’

Toch is Klöpping al een aantal jaar ceo van online kiosk Blendle, een functietitel die hij overigens pas sinds kort heeft omarmd. ‘Ik heb lange tijd lacherig gedaan over het feit dat ik ceo ben. ceo, haha, ja ja. Dus ging ik er hippe woordjes voor verzinnen, zoals ‘eindbaas’. Ik ontvluchtte de verantwoordelijkheid. Best irritant. Weet je, het was gewoon nooit mijn bedoeling.’ Hij kijkt om zich heen, in de vergaderruimte op het Blendle-hoofdkantoor. ‘Dit allemaal – nooit de bedoeling. Dat heb ik verder eigenlijk nooit, dat me iets gebeurt wat nooit de bedoeling was.’

Blendle begon in 2014 als dienst die het mogelijk maakte om losse artikelen (van 10 tot 80 cent per stuk) uit kranten en tijdschriften te kopen. Het idee: jonge mensen die geen relatief duur kranten- of tijdschriftabonnement willen afsluiten, toch zover krijgen dat ze willen betalen voor kwaliteitsjournalistiek. Klöpping, vaste DWDD-gast, mocht zijn nieuwe dienst toelichten in het BNNVara–programma, in bijzijn van hoofdredacteuren Philippe Remarque van de Volkskrant en Peter Vandermeersch van NRC Handelsblad. ‘Er is veel kritiekloze aandacht voor Blendle geweest. We waren de redders van de journalistiek. We zijn dat maar een beetje gaan omarmen, maar wát de fuck.’

Het basale idee voor Blendle was van Marten Blankensteijn, die jou erbij vroeg. Wat was jouw eerste reactie toen hij je benaderde?

‘Ik was niet meteen enthousiast. Ik deed net televisie en vond dat machtig interessant. Maar elke keer dat we afspraken gebeurde er wat, we verzonnen van alles. Wat we wilden, was een Spotify voor journalistiek: alles van alle uitgevers voor een vast bedrag per maand. Dat wilden de uitgevers niet, en zo kwamen we uit op betalen per artikel. Het was in feite een compromis.’

En toen vertrok Marten en was het, een paar jaar later, ineens jouw bedrijf.

‘Ja. Het is allemaal toevallig. Als je me in 2013 had verteld dat ik nu in m’n eentje ceo zou zijn van een echt bedrijf met zoveel mensen, was ik nooit in Blendle gestapt.’

In juni maakte Blendle bekend te stoppen met het betalen per artikel – Blendle had weliswaar veel geregistreerde gebruikers, maar die gaven gemiddeld nog geen euro per maand uit. Blendle stapt per 1 januari helemaal over op een abonnementsmodel, Blendle Premium, waarmee je voor 10 euro per maand onbeperkt een groot aantal tijdschriften kunt lezen, en dagelijks een (door Blendle gemaakte) selectie van artikelen uit de kranten.

Niet alle kranten: NRC en De Telegraaf doen niet mee aan Blendle. NRC liet begin 2017 weten te vrezen dat Blendle ‘op de middellange termijn’ niet goed zou zijn voor de journalistiek, omdat ‘we via Blendle Premium onze journalistiek zo goed als gratis weg dreigen te geven’. Klöpping: ‘Toen NRC uit Blendle stapte, dacht ik echt: wát de fuck. Ik doe dit voor deze mensen! Wat is dit voor….’

Koen HauserBeeld Koen Hauser

Ondankbaarheid?

‘Ja. Ik vond het moeilijk om die emotie los te koppelen van het zakelijke. Zien ze niet wat wij voor ze doen? Hoe is dat mogelijk? Héél ondankbaar.’

Je voelde je persoonlijk aangevallen door Vandermeersch?

‘Enorm. Het waren natuurlijk ook ego’s die botsten.’

Waarom zeg je: als ik alles van tevoren had geweten, was ik nooit in Blendle gestapt?

‘Omdat het leidinggeven eigenlijk enorm buiten mijn comfortzone ligt. Ik ben helemaal niet zo’n goede ceo, denk ik. Ik ben een lousy manager. Blendle is een onderneming met vijftig werknemers, die willen voortgangsgesprekken, het idee hebben dat hun werk hier past in een bredere carrière, dat teams goed samenwerken, dat prioriteiten worden gesteld. Voor al die dingen moet ik héél erg mijn best doen.’

Vind je het ook leuk?

‘Nee. Nee.’

Wat jammer.

‘Ja. Ja. Vind ik ook. Ik ben mezelf op een gegeven moment best een beetje zielig gaan vinden. Hoe kan het dat een ander het met groot gemak doet en dat het mij niet lukt? Het moet toch te leren zijn? Wat is er nou zo moeilijk aan een bedrijf leiden? Wat ik goed kan, is hier rondlopen en een beetje met mensen kletsen. Ideeën met ze verzinnen, creatief zijn. Maar als ik dat doe, heb ik het idee dat ik niet aan het werk ben. Terwijl: eigenlijk is dat júíst mijn werk. En dat weet ik, maar toch voel ik me schuldig als ik te lang zit te lunchen. Dit gesprek vind ik echt leuk, maar ik denk toch: ik ben hier nu al best lang mee bezig, er liggen vast allerlei urgente klusjes te wachten.’

Je hebt het gevoel dat je tekortschiet?

‘Ik voel me vies over alles wat me gemakkelijk afgaat. Ik ben alleen blij met wat ik op wilskracht doe.’

Wat zijn de vervelendste taken van een ceo?

‘Ik ben een groot deel van de tijd bezig met (hij spreekt het uit alsof hij het over iets smerigs heeft, red.) financiering. Met procesoptimalisatie. Met het hiren – ik ga nu ook zo praten, hoor je dat? – van mensen. Er zijn onwijs veel bosbrandjes die ik moet blussen. Ik kan mezelf het gevoel geven dat het allemaal héél belangrijk is, en dat verstart. Het maakt gespannen.’

Waar lig je van wakker?

‘Van het feit dat ik zo veel partijen tevreden moet houden. Als de uitgevers zeggen: krijg de tering, we beginnen zelf zoiets als Blendle, dan zijn we weg. Als investeerders tegen mij zeggen: je krijgt geen euro meer, zit ik in de problemen, want dan kan ik de salarissen niet meer betalen. Tegelijkertijd moet ik zorgen dat mijn personeel in de missie van Blendle blijft geloven. En wat als ineens een groot technologiebedrijf zegt: goed idee dat Blendle, wij gaan het ook doen, maar dan met tien keer zoveel geld? Aan alle kanten zijn er potentiële problemen.’

Ben jij iemand die voorheen altijd makkelijk door het leven is gefietst?

‘Ja. Tot een paar jaar geleden. Speels zijn is belangrijk, in je relatie, in je werk – je moet kunnen loslaten, niet overal over nadenken. In mijn leven waren er weinig tegenslagen en als ze er waren, lukte het me om daar playful mee om te gaan. Maar bij Blendle lukte dat op een gegeven moment niet meer. Dat was pijnlijk, leidde tot een totaal gevoel van onvermogen. Het gaat nu beter, maar er zijn momenten geweest dat ik echt miserable was. Alles is afhankelijk van mij, dacht ik. Volkomen misplaatst. En dat maakte dat ik altijd het gevoel had dat ik vanuit een hoekje aan het terugvechten was, in plaats van dat ik gewoon rechtop stond.’

Waar was je bang voor?

‘Ik was overal continu bang voor. Dat is overigens niks bijzonders. Ik praat met veel ondernemers, en allemaal zijn ze bang. Ze doen stoer voor de buitenwereld, maar ze kijken in de spiegel en denken: o mijn God, straks stort het allemaal in elkaar.’

Waren er dagen dat je geen zin had om naar je werk te gaan?

‘O ja. Tuurlijk. Dat ik dacht: ik blijf vandaag in bed liggen. Heb ik ook wel eens gedaan. Er was een tijd, een paar jaar geleden, dat ik stress voelde bij elke keer dat ik mijn mail opende, bij ieder notificatiegeluidje. Je denkt alleen maar: o nee, nóg meer shit. Ik zat in overlevingsmodus. Je wereld wordt daar klein van. Ik ging risicomijdend handelen, mijn creativiteit was weg. Ik was heel mat.’

In dezelfde periode werd je vader.

‘Dat compenseerde wel wat. Ik denk niet dat je mat kunt zijn over zo’n gebeurtenis. Het is onmogelijk om over de geboorte van je kind ‘geen mening’ te hebben. Dat kwam dus echt op het juiste moment.’

Je beste vriend Ernst-Jan Pfauth vertelde dat jullie deze zomer op vakantie waren met jullie gezinnen, en dat jij in die week erg veel op je laptop bezig was, je was er niet echt bij.

‘Hij heeft toen een soort interventie gepleegd. Ernst zei dat hij vond dat ik afwezig was. Ik had het idee dat de buitenwereld niks aan mij merkte. Uit het feit dat het mijn vrienden was opgevallen, bleek dat het veel slechter met mij ging dan ik dacht. Dat was een eyeopener, het moment dat ik wist dat er iets moest veranderen. Ik heb sinds een jaar meer mensen náást me werken, in plaats van alleen onder me. Ik heb – o, wat klinkt dit saai – een goed managementteam. Oudere mensen. Ervaring! Heerlijk!’

Jullie zeggen zelf 100.000 Premium-abonnees nodig te hebben om winstgevend te zijn. In juni hadden jullie er naar eigen zeggen 60.000. Hoeveel nu?

‘Het is allemaal arbitrair, want als ik nu de helft van de werknemers zou ontslaan, zouden we winst maken. Winst is niet mijn doel. Mijn doel is: evenveel mensen laten betalen voor journalistiek als er betalen voor Spotify. Dat zijn er drie miljoen.’

Je wilt niet zeggen hoeveel Premium-abonnees jullie nu hebben?

‘Ieder jaar geef ik een update. Juni volgend jaar krijg je een nieuw getal.’

NRC en De Telegraaf doen niet mee aan Blendle, dus wat betreft Nederlandse kranten zijn jullie afhankelijk van DPG Media, uitgever van AD, de Volkskrant, Trouw en Het Parool. Wat als DPG Media zegt: we stoppen? Dat zou het einde voor Blendle betekenen.

‘Ze verdienen geld aan ons, dus ze stoppen niet. Maar je hebt gelijk, en dit is precies waarom ondernemers met doodsangst in de spiegel kijken, met het idee dat ze een Jenga-toren hebben gebouwd waar ze steeds maar blokjes uit moeten trekken. Wanneer valt-ie om? Ik denk dat Mark Zuckerberg ook bang is, dat Facebook wordt opgebroken door de overheid. En bij bol.com zijn ze bang voor de dag dat Amazon naar Nederland komt, en die dag breekt volgend jaar aan.’

Alexander KlöppingBeeld Koen Hauser

In de zomer waren veel Blendle-gebruikers boos omdat jullie aankondigden te stoppen met betalen per artikel. Is het jammer dat dat oorspronkelijke idee niet is geslaagd?

‘Ja, en ik snap het ook wel: voor veel gebruikers voelde het alsof er iets van ze werd afgepakt. De vraag voor ons was: waar heb je meer aan, een miljoen gebruikers die heel weinig langskomen, of 60.000 mensen die heel vaak langskomen? Dat laatste.’

Veel gebruikers hadden nog geld in hun Blendle-portemonnee. Jullie schreven begin juni dat gebruikers nog tot 1 augustus hun tegoed konden opmaken. Over het tegoed terugkrijgen werd niks gezegd.

‘De mededeling dat je je tegoed terug kon vragen, heeft er altijd bij gestaan, vanaf de allereerste seconde dat we aankondigden met betalen per artikel te stoppen.’

Dat is niet waar.

‘Honderd procent wel waar.’

Pas nadat er werd geklaagd, zei Blendle dat het geld kon worden teruggevraagd. Ter voorbereiding op dit interview heb ik dat even gedaan. Ik moest wat dingen aanklikken, en uiteindelijk stond er: ‘Bel 020-2251920 om je tegoed terug te storten.’ Dat is toch gewoon een hele irritante extra hobbel?

‘Je kunt altijd online je geld terugvragen, hoor. Je kunt gewoon mailen. Maar het klopt dat wij een deel van de gebruikers vragen om een nummer te bellen, om, in eerste instantie, te horen wat de reden is dat iemand zijn geld terug wil. Ik snap dat het irritant is. Als mijn doelstelling alleen maar zou zijn om zoveel mogelijk geld te verdienen, is het inderdaad een beetje goor. Maar ik geloof dat het góéd is als wij zoveel mogelijk geld verdienen – voor de journalistiek en voor de wereld.’

Het stoppen met betalen per artikel is steeds uitgesteld, nu naar 31 december. Is er een kans dat het gewoon mogelijk blijft?

‘Betalen per artikel zonder abonnement op Blendle houdt eind dit jaar op te bestaan. Maar we kijken wat er in combinatie met ons abonnement mogelijk is.’

Welk gevoel overheerst, als je terugkijkt op het afgelopen jaar?

‘Ik ben dichter bij mezelf gekomen. Ik durf vaker dingen te doen die me makkelijk af gaan, zonder me daar schuldig over te voelen.’

Je mediteert dagelijks, en met je goede vriend Jeroen Wollaars volg je yoga bij een privéleraar, vertelde hij.

‘Hahaha! O god. Dat is een bijproduct van de verandering die in mijn hoofd heeft plaatsgevonden. Ik besteed een uur per week aan yoga, en dat is oké. Dat ik er nu zo over kan denken, dat is de werkelijke winst. Dus niet de yoga an sich. Maar inderdaad, ondertussen ben ik met Wol poses aan het doen, met een Boeddhabeeld voor onze neus. Vind je dat grappig? Je moet er niet nihilistisch over doen, alles altijd maar downplayen. Dat is mijn neiging. Ik kom uit Oss hè, dat is wat wij doen: emoties wegduwen. Ik vind het moeilijk om te zeggen, maar ik vind van mezelf dat ik trots mag zijn op wat ik doe. Dat vínd ik. Wat niet wil zeggen dat ik die trots ook echt kan voelen. Dat is de volgende stap.’

CV Alexander Klöpping

21 januari 1987 Geboren in Oss

2002-2005 The Gadget Company

2008 Hoofdredacteur 925.nl

2009 Redacteur Bij ons in de BV

2010 Bachelor New Media aan de Universiteit van Amsterdam

2010 Eerste optreden in De wereld draait door

2011 Boek WikiLeaks, alles wat je niet mocht weten

2013 Maakt drie afleveringen DWDD University over Silicon Valley

2013 Oprichting Universiteit van Nederland

2014 Oprichting Blendle

2016-heden Een Podcast over Media, met Ernst-Jan Pfauth

2019 Tv-programma Kelder en Klöpping

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden