ReportageAlex Boogers in Los Angeles

Alex Boogers ging op bedevaart naar het LA van Bruce Lee

In de zomer van 2018 reist schrijver Alex Boogers naar de westkust van de Verenigde Staten. In Seattle, San Francisco en Los Angeles zoekt hij naar sporen van Bruce Lee, de man die hij een vaderfiguur noemt. In De zonen van Bruce Lee, een briefroman gericht aan zijn zoon, beschrijft hij hoe de ‘vechtkunstenaar’ hem vormde.

Alex Boogers in Los Angeles.Beeld Jonnie Chambers

Los Angeles

De ramen van het huis zijn afgeplakt met kranten, de boodschap van de bewoner, mocht die bestaan, is duidelijk: geen pottenkijkers. Aarzelend betreedt Alex Boogers (49) de oprijlaan van de villa, een bescheiden exemplaar in vergelijking met de immense paleizen in de omgeving. Eindeloze kronkelweggetjes hebben de schrijver (Alleen met de goden, Onder een hemel van sproeten) naar de bijzondere woning in Beverly Hills, Los Angeles, geleid. Omkeren is geen optie, een vlug kijkje moet kunnen.

2551 Roscomare Road. ‘Hier moet het zijn.’

Vraag Boogers naar Bruce Lee, vechtsporter, acteur en de man die hij een vaderfiguur noemt, en hij kan urenlang bevlogen en beeldend over hem spreken, maar nu hij op de plek staat waar de man zelf woonde, zwijgt hij.

Aan de westkust van de Verenigde Staten, in Seattle, San Francisco en Los Angeles, is Boogers voor zijn boek De zonen van Bruce Lee op zoek naar kruimels die Lee (1940-1973) tijdens zijn Amerikaanse jaren achterliet. Wanneer hij ze vindt, pikt hij ze in stilte op. De woorden komen later.

In Seattle is de kickboksende schrijver, zoals Boogers bekendstaat, twee uur lang bij het graf van de mentor die hij nooit ontmoette, in San Francisco treft hij het gebouw dat ooit het ziekenhuis was waar Lee in 1940 als Lee Jun Fan werd geboren. Hij bezoekt er het Chinese restaurant waar hij later in de keuken werkte. Het kleine appartement waar hij woonde.

De brandende zon van Los Angeles dwingt Boogers, immer feilloos gesoigneerd, een overhemd met korte mouwen te dragen. Op zijn bovenarm is het getatoeëerde gelaat van Lee te zien. Geregeld spreken Amerikanen hem erop aan. ‘Nice tat!’

Alex Boogers in Los Angeles. 2551 Roscomare Road.Beeld Jonnie Chambers

Zijn 17-jarige zoon Caja is met hem meegekomen. Van een afstandje maakt hij foto’s van zijn vader. In De zonen van Bruce Lee richt Boogers zich tot zijn enige kind in de vorm van een briefroman, geen traditionele sportbiografie maar een persoonlijke coming-of-age-vertelling. Boogers schrijft over de levenslessen die hij indirect door Lee kreeg aangereikt. Als vader droeg hij ze, bewust of onbewust, weer over op zijn zoon.

Boogers poseert voor de garagedeur van de villa. In gedachten begeeft hij zich in 1966, het jaar waarin de vechtkunstenaar, zoals Boogers Lee noemt, zijn intrek neemt in de buurt in Beverly Hills. Met een bijrol in de serie The Green Hornet heeft hij dan net zijn kleine teen tussen de poorten van Hollywood gewurmd.

Hier gaf de Amerikaanse Chinees, die kort na zijn geboorte verhuisde naar Hongkong, en als tiener terugkeerde naar de Verenigde Staten, in de achtertuin zijn kungfulessen aan Steve McQueen, James Coburn, Sharon Tate en basketballer Kareem Abdul-Jabbar. Hier overpeinsde hij zijn Hollywoodcarrière, die dankzij conservatieve studiobonzen – een Chinees in de hoofdrol bleek ondenkbaar – maar niet van de grond wilde komen. Hier verwerkte hij teleurstellingen, vierde hij bescheiden successen. Hier speelde hij met zijn jonge zoon Brandon.

Een overbuurman opent zijn voordeur. Boogers schudt hem de hand. De huidige bewoner komt uit Iran, vertelt de man, en raakte de bedevaarders in zijn voortuin beu. Vandaar de kranten.

Bruce Lee? ‘Natuurlijk kende ik hem.’ Als de man op een persoonlijke band blijkt te doelen, heeft zelfs de nuchtere Boogers, opgegroeid in Het Naamloze Gat, zoals hij Vlaardingen in zijn boeken omschrijft, moeite zijn enthousiasme te onderdrukken. ‘Vriendelijke jongen’, zegt de man. Op een dag demonstreerde Lee zijn ‘one inch punch’, een korte maar krachtige vuistslag, bij zijn overbuurman. Boogers luistert aandachtig.

“Aal, moet je nou eens kijken, die Chinees is helemaal gek!”

De eerste kennismaking met Bruce Lee kwam op zijn 11de. Boogers was thuis bij zijn oma, bij wie hij grotendeels opgroeide. Zijn oudoom, een zeeman die een paar maanden per jaar aan wal verbleef, had wat vhs-banden meegenomen en riep hem naar de woonkamer.

Enter the Dragon, zo heette de film. Kungfu.

Boogers zag hoe een afgetrainde, watervlugge Aziatische jongeman het in ondergrondse gewelven opnam tegen Het Grote Kwaad, dat zich in talloze tegenstanders aandiende. Een voor een klapte de jongen ze van het scherm.

Alex Boogers in Los Angeles.Beeld Jonnie Chambers

Als hij de films van Bruce Lee nu bekijkt, ziet Boogers het nog steeds: het onweerstaanbare magnetisme waardoor hij als kind naar de televisie werd gezogen. De decors vergeelden in de loop der jaren, de scripts zijn nog even gammel, maar het charisma van de hoofdrolspeler behield zijn glans. ‘James Dean had het. Marilyn Monroe had het. En Bruce Lee had het ook,’ zegt Boogers. Wat ‘het’ inhoudt, kan hij onmogelijk uitleggen, maar in de woonkamer in Vlaardingen raakte hij er in één enkele oogopslag door betoverd.

De verre, mythische wereld van Bruce Lee bood hem bovendien een alternatief voor de werkelijkheid waarin hij zich bevond. Boogers groeide op in een arm arbeidersgezin, weggestopt in een van de eerste migrantenwijken van Nederland. Toen zijn ouders scheidden, verdronk zijn moeder in depressie en financiële problemen.

Zijn vader, een zwijgzame, verbitterde havenwerker, kon weinig voor hem betekenen en verliet het gezin na de scheiding.

‘Thuis was verdriet’, zegt Boogers. ‘Mijn moeder slikte zich helemaal de pleuris aan slaaptabletten. Om van het gezeik af te zijn, zei ze soms. Op een avond jatte ik de pillen uit haar slaapkamer en spoelde ik ze door de wc. De dag erna kreeg ik een pak slaag toen ze ontdekte wat ik had gedaan.’

In zijn tienerjaren zou Boogers leren over het leven van Lee, over de vooroordelen die de grootmeester – te westers voor Chinezen, te Chinees voor Amerikanen – kreeg voorgeschoteld, over de tijdschriften en boeken waarin hij schreef over zijn filosofie en waaruit oplettende lezers, onder hen een jongen in Vlaardingen, waardevolle levenslessen distilleerden.

Aan het oppervlak, in de woonkamer van zijn oma, zag Boogers in eerste instantie niets meer dan een stijlvolle vechter, een virtuoos zoals hij die nog nooit gezien had.

De vechtsport had Boogers op dat moment al omarmd. Wekelijks ging hij naar een taekwondoschool in de buurt. Zijn beste vriendje, een Surinaamse jongen, was de pesterijen om zijn huidskleur zat en wilde zich kunnen verdedigen. Boogers, ook doelwit van klasgenootjes, ging met hem mee. De ontdekking van Lee wakkerde het vlammetje aan tot een uitslaande brand. Nadat zijn eigen, potentiële kickbokscarrière door een noodlottig brommerongeluk op zijn 16de in de kiem was gesmoord, klampte hij zich verbeten vast aan de vechtsport en werd hij een succesvol coach. In Rotterdam heeft Boogers zijn eigen kickboksschool.

In de Verenigde Staten begint hij zijn reis bij het einde. Het is de sterfdag van Lee als Boogers de begraafplaats in Seattle aandoet. De vechtkunstenaar ligt er naast zijn zoon Brandon, die op 28-jarige leeftijd bij een bizar ongeluk met een verkeerd geladen pistool om het leven kwam bij de opnames van de film The Crow. Ook Lee zelf stierf jong. 32 jaar werd hij.

Een maand voordat Enter the Dragon in de zomer van 1973 in de Amerikaanse bioscopen verscheen, werd Lee dood gevonden in het huis van zijn maîtresse in Hongkong. Een hersenoedeem werd hem fataal. Waardoor dat werd veroorzaakt, is nog altijd onduidelijk. Boogers is aanhanger van de meest gangbare theorie: Lee bezweek aan een conditie die hem gevoelig maakte voor oververhitting. Door zijn obsessie met zijn filmcarrière, die moest slagen, gunde hij zijn gespierde maar kwetsbare lichaam nauwelijks rust. Het zou hem zijn opgebroken.

Na het bekijken van Enter the Dragon wilde de jonge Boogers meer van zijn nieuwe held zien. Groot was de teleurstelling toen hij ontdekte dat Lee maar vier films had gemaakt, en voor een vijfde alleen de vechtscènes had opgenomen.

Na zijn dood werd het lichaam van Lee op voorspraak van zijn weduwe overgevlogen naar Seattle, de stad waar hij zijn Amerikaanse avontuur op zijn 18de begon. In de noordwestelijke stad ging hij naar de universiteit, kreeg hij zijn eerste volgelingen als kungfumeester en leerde hij Linda, zijn latere Amerikaanse vrouw, kennen. Volgens bekenden was het de gelukkigste periode uit zijn leven.

Op de begraafplaats kijkt Boogers naar de mensen die, net als hij, het graf van Lee bezoeken. Hij ziet hoe sommigen een kleine buiging maken. Vechtsporters, denkt hij aan hun lichaamshouding te kunnen zien. Het ontroert hem.

Was hij schrijver geworden zonder Bruce Lee? Had hij schrijver durven zijn? Misschien wel niet.

In een ziekenhuisbed besloot Boogers de vechtsporter beter te leren kennen. Hij was 16. Bij het brommerongeluk waarbij hij betrokken was, belandde hij op een stapel stenen – Boogers zat achterop bij een vriend – en verwoestte hij zijn rug. Het was de vraag of hij ooit nog fatsoenlijk zou kunnen lopen, laat staan kickboksen.

Om de tijd in het ziekenhuis te doden, installeerde Boogers de vhs-recorder waarvoor hij had gespaard. Zoals vaker vond hij steun bij Lee, maar bij het bekijken van de kungfufilms die hij inmiddels kon dromen, raakte hij dit keer geïnteresseerd in de man achter de hoofdrolspeler.

Boogers ontdekte dat Lee zijn gedachtegoed in tijdschriften en boeken op papier had gezet. Zo schreef hij over Jeet Kune Do, zijn universele vechtfilosofie. Waar elke stijl – van judo tot taekwondo – aan regels is gebonden, pleitte Lee voor volledige vrijheid. Volgens zijn denkwijze moest de complete vechter zich als een Zwitsers zakmes aan alle omstandigheden kunnen aanpassen. Be like water, schreef Lee. Wees kneedbaar. Gebruik wat je hebt. Boogers distilleerde: was er voor hem, zelfs met een gemankeerd lichaam, alsnog een toekomst in de vechtsport weggelegd?

Eenmaal uit het ziekenhuis, een paar maanden na het ongeluk, kreeg hij een boek van zijn oma: The World of Bruce Lee. Besteld in Amerika.

Soms leken de teksten van Lee op maat voor hem gemaakt. De vechtersbaas die hij kende van de video’s schreef over de gevaren van hokjesdenken: een vechter, of kunstenaar, mocht zich nooit laten beperken. ‘Uit jezelf op elke denkbare manier, bedoelde Lee. Wat je dan laat zien is de volledige weergave van jou als individu’, zegt Boogers. ‘De teksten van Lee waren altijd gerelateerd aan de vechtsport, maar je kon ze ook toepassen op het leven.’

Express yourself, was een zinsnede die beklijfde. Laat je zien. Wees jezelf. ‘Het is een basale les, waarvan je nu zou kunnen zeggen: nou, wat een groots inzicht’, zegt Boogers. ‘Maar voor een jongen uit een arbeidersmilieu met een Calimerocomplex, die telkens te horen kreeg dat hij er niet toe deed, was het heel waardevol.’

Schrijven deed Boogers veel, maar vooral stiekem, ’s nachts op zijn kamer, of op onbewaakte momenten in het ziekenhuisbed. Volgens zijn omgeving hoorde hij het niet te doen – althans, zo voelde het. De lts was zijn plafond, hoorde hij van zijn vader, meer moest hij zich maar niet in zijn hoofd halen. Als hij familieleden vertelde over zijn ambitie om te schrijven, werd in het beste geval met argwaan gereageerd. Vaker stuitte hij op cynisme of werd er lacherig gedaan.

De realistische kungfufilm 

‘Het schrijverschap was niet voor ons soort mensen weggelegd’, zegt Boogers. ‘Lange tijd droomde ik er niet eens van, omdat ik niet wist dat zoiets mogelijk was. Ik keek naar schrijvers zoals ik naar huisartsen keek. Het waren mensen die bestonden, maar nooit dacht ik hun weg te kunnen bewandelen. Dat idee moest me echt worden aangereikt.’ De woorden van Lee hielpen. ‘Hij vertelde me dat ik naar iets hogers kon streven, dat ik, hoe vaak me ook werd verteld dat ik er niet toe deed, moest blijven vasthouden aan mijn eigen weg. Dat heb ik gedaan.’

In 1999 stuurde Boogers zijn eerste manuscript naar verschillende uitgevers. Het werd zijn debuutroman Het boek Estee, dat hij onder het pseudoniem M.L. Lee uitbracht. De M stond voor Marijntje, de naam van zijn moeder, de L voor zijn vaders naam Leo. De achternaam diende als eerbetoon aan Bruce Lee, de man die hem naar eigen zeggen ‘als een maatschappelijk werker uit de shit had getrokken’.

Het standbeeld in Chinatown is tijdelijk verplaatst naar een steegje. Boogers ontdekt het na een korte zoektocht. Daar staat hij, de grote Bruce Lee, achter een stalen poort, tussen de dozen en vuilniszakken. Oneerbiedig, vindt de schrijver, maar ook wel weer treffend voor de locatie, Los Angeles. Lee werd er niet altijd gezien.

In Seattle en San Francisco verdiende hij aan zijn demonstraties en de vechtsportscholen, waar hij – in strijd met de voorschriften van de gesloten Chinese gemeenschap die zich het kungfu toe-eigende – zijn technieken aan nieuwsgierige westerlingen leerde. Naar Los Angeles kwam hij voor een filmcarrière. Lee wilde een nieuw genre introduceren: de realistische kungfufilm, met levensechte vechtscènes en zonder de zwevende, onsterfelijke monniken uit traditionele producties. Animo was er nauwelijks. Als buitenstaander in Hollywood, als Chinees in een gesegregeerd Amerika, werd hij vaak niet voor vol aangezien. In schaarse vechtfilms en -series speelden witte mannen de hoofdrol.

Gefrustreerd verliet Lee zijn huis in Beverly Hills voor een terugkeer naar Hongkong, waar hij scoorde met zijn eerste films en na een tijdje niet meer over straat kon.

Voor een sterrenstatus in de Verenigde Staten zou hij moeten sterven. Pas in de jaren na zijn dood in 1973 groeide zijn culturele invloed in zijn geboorteland. Hij mocht er dan niet meer zijn, maar eindelijk werd hij gezien.

Overal waar hij komt, in Seattle, San Francisco of Los Angeles, ziet Boogers de muurschilderingen, de posters en stickers met daarop de beeltenis van Lee. Het verrast hem hoezeer hij in het Amerikaanse straatbeeld is vertegenwoordigd. Het doet hem goed.

De invloed van Lee op de huidige popcultuur is groot, benadrukt Boogers. Het alsmaar groeiende mixed martial arts (MMA), een vechtsport waarin meerdere stijlen samenkomen, is het pure uitvloeisel van zijn vechtfilosofie. Versies van de wraakengel die hij als acteur vertolkte, zijn terug te zien in films als The Matrix, Kill Bill en John Wick. In de jaren negentig wandelden Jackie Chan en Jet Li, Chinese acteurs, door de poort die Lee met Enter the Dragon voor hen had opengetrapt. Hiphopmuzikanten halen hem met regelmaat aan.

De getatoeëerde bovenarm van Alex Boogers.Beeld Jonnie Chambers

Kijkt hij in de spiegel, dan ziet Boogers een product van Lee. ‘Mijn vader was de grote afwezige in mijn leven’, zegt hij. ‘Als jonge jongen ga je dan kennelijk op zoek naar iemand die die rol kan invullen. Op dat moment merk je het niet, maar nu, als volwassen man, kan ik zeggen dat Lee dat op een heel natuurlijke manier heeft gedaan.’

‘Ik wilde een zoon kunnen zijn’, schrijft Boogers in zijn boek, ‘misschien om uiteindelijk vader te kunnen worden’.

Tijdens zijn reis langs de westkust van de VS wil hij zijn zoon Caja niet overladen met informatie over Bruce Lee. Onderweg spreken ze over het laatste MMA-gevecht, het leven van de Amerikaanse schrijver James Baldwin of de nieuwste hiphopalbums. In zijn zoon ziet Boogers de contouren van een homo universalis, zoals hij Lee omschrijft – een mens die uiteenlopende disciplines beheerst. De jongste Boogers is kickbokser en liefhebber van de vechtsport. Vorig jaar begon hij als getalenteerd tekenaar aan de kunstacademie.

Ja, op momenten hebben ze het over Lee, zeker nu in de Verenigde Staten, ‘maar dan blijft veel onbesproken. Dan denk ik: hij zit er nu niet op te wachten.’ Wanneer hij wil, zal Caja het boek van zijn vader lezen. ‘Komt wel’, zegt Boogers. Het heeft geen haast. ‘Als het zover is, dan hoop ik dat hij eruit zal halen waarom ik de man ben geworden die ik ben. Maar niet alleen dat. Ik hoop dat hij iets gaat leren over het leven.’

CV Alexander (Alex) Boogers

Geboren op 14 juni 1970, in Vlaardingen

1987 Mavo-diploma

1987-1988 Krijgt een brommerongeval en breekt z’n rug

1988-1990 Werkt onder meer als zwembadschoonmaker en beveiligingsbeambte, maakt meerdere middelbare opleidingen niet af

1991 Havo-diploma (versnelde opleiding, 4 en 5 in één jaar)

1992 Vwo-diploma (versnelde opleiding, 5 en 6 in één jaar)

1993-1997 Studeert filosofie, Nederlands recht en Nederlandse taal- en letterkunde

1999 Debuteert als M.L. Lee met Het boek Estee

2002 Het waanzinnige van sneeuw

2007 Het sterkste meisje van de wereld

2010 De tijger en de kolibrie (genomineerd voor BNG Literatuurprijs)

2012 Alle dingen zijn schitterend (Het beste boek van Rotterdam in 2013)

2013 Wanneer de mieren schreeuwen.

2015 Alleen met de goden.

2017 Onder een hemel van sproeten

2020 De zonen van Bruce Lee

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden