ALEKSANDR SERGEJEVITSJ POESJKIN

Als Poesjkin dit zou zien, zou hij zelfmoord plegen, meent dichteres Marina Palej. Rond de tweehonderdste geboortedag van de dichter is in Rusland een heuse hype ontstaan, compleet met P-vodka en een Miss P-verkiezing....

'POESJKIN was een neger', volgens Marina Tsvetajeva, hij had 'recht opstaande haren en uitstulpende lippen en zwarte ogen met blauw gekleurd oogwit als van een jonge hond.' Portretten laten meestal een ander beeld zien, maar de Russische dichteres was zeker van haar zaak. In Mijn Poesjkin beschrijft zij wat de stamvader van de Russische literatuur voor haar betekende: 'Poesjkin was mijn eerste dichter - en mijn eerste dichter hebben ze vermoord.'

Aleksandr Sergejevitsj Poesjkin werd in 1799 in Moskou geboren als telg van een adellijke familie die haar meeste geld en invloed had verloren. Van zijn vaderskant erfde hij zijn literaire talent, van zijn moeders grootvader, de Abessijnse prins Ibrahim Gannibal zijn gedeeltelijk negroïde uiterlijk. Frans was de omgangstaal en het was zijn kindermeid die hem zijn kennis van het Russisch en van de Russische volkscultuur bijbracht.

'Lichtzinnig, luimig, slordig, overigens goedhartig, ijverig, beleefd, heeft bijzondere hartstocht voor poëzie', zo schreef een docent over het wonderkind dat reeds op het lyceum bekendheid genoot als dichter. Zijn eerste opdracht als vijftienjarige was het schrijven van een gelegenheidsgedicht naar aanleiding van het huwelijk van de zuster van de tsaar, Anna Pavlovna, met de prins van Oranje, de latere koning der Nederlanden Willem II. Zijn honorarium was een gouden horloge met ketting.

Met het sprookjesachtige epos Roeslan en Ljoedmila vestigde hij vijf jaar later zijn naam, maar ondertussen circuleerde er ook een Ode aan de vrijheid waarin een achttienjarige Poesjkin de vrijheid als 'een trotse zangeres' zag, die een 'dreiging voor tsaren' was. Aleksandr I zag een andere dreiging: 'Poesjkin overstroomt Rusland met opstandige gedichten.' De dichter werd op transport gesteld naar de Moldavische hoofdstad Kisjinjov.

Hier ging de banneling vrolijk verder met het schrijven van niet voor publicatie geschikte verzen: 'Ik schrijf voor mezelf en publiceer voor het geld.' Wat volgde was een pornografisch en godslasterlijk gedicht over de maagd Maria en haar 'luie echtgenoot, wiens oude gietertje deze bloem in het ochtenduur niet vermocht te besproeien.'

Niet Jozef maar Satan, vervolgens de aartsengel Gabriël en ten slotte God zelf in de gedaante van een duif, kruipen onder de rokken van de Heilige Maagd: 'Het klapwiekt, scharrelt, pikt en kriebelt,/ Terwijl het driftig met zijn kontje wiebelt.'

Poesjkin heeft het auteurschap van dit Gabriëlslied altijd ontkend, maar vier jaar later onderschept de censuur wel een brief waarin Poesjkin schrijft over zijn 'lessen in zuiver atheïsme'. Hij wordt opnieuw verbannen, deze keer naar Michajlovskoje, het afgelegen landgoed van zijn voorouders Gannibal. Zijn vrijheid werd meer dan ooit beperkt, maar zijn poëzie kwam dit ten goede. In alle rust schreef hij het grootste deel van Jevgeni Onegin en voltooide hij zijn koningsdrama Boris Godoenov. In een brief aan een van zijn vrienden: 'Mijn ziel heeft zich ontplooid: ik voel dat ik kan scheppen.'

Met de dood van Aleksandr I mocht Poesjkin terugkeren naar de toenmalige hoofdstad Petersburg, maar in 1826 benoemde de nieuwe tsaar Nicolaas I zichzelf tot privé-censor: 'Nu ben jij mijn Poesjkin.' De situatie werd nog erger toen de tsaar hem ook tot kamerjonker benoemde, een rang die hem verplichtte tot het bijwonen van alle hoffeesten. Naast zijn beeldschone vrouw Natalja Gontsjarova (naar eigen zeggen zijn 131ste geliefde) viel Poesjkin op door zijn 'angstaanjagend lange nagels en woeste bakkebaarden', aldus Poesjkin-vertaler Hans Boland in zijn zojuist verschenen essaybundel Russische zon.

Tijdgenoten vonden Poesjkin een virtuoos, ongrijpbaar en lichtvoetig. Hij was een 'in Rusland verdwaalde Europeaan' met een aristocratisch verlangen naar vrijheid en onafhankelijkheid op zowel literair, moreel als politiek niveau. Zijn vitaliteit was even groot als zijn geldingsdrang en nog altijd lijkt de veelzijdigheid van zijn werk zich te weerspiegelen in de veelzijdigheid van zijn publiek.

De publicist Valeri Poesjkin (geen familie): 'Poesjkin kan worden vergeleken met een dicht en rijk bos, waar bomen groeien van de meest uiteenlopende soorten en vormen. Het is onmogelijk hem tot één formule terug te brengen. Hij is het bos waar de zon schijnt en waar de nacht heerst en waar zich onophoudelijk een ondergronds leven afspeelt.' Boland: 'Poesjkin wilde nergens bij horen, hij was een extreme individualist. Alleen zo kon hij alle stemmen die er in de maatschappij zijn, laten horen zonder een oordeel te vellen. Hoe opvliegend zijn karakter ook was, zijn werk is weinig extreem, vertoont altijd een gulden middenweg. Zo kan iedereen, reactionair of revolutionair, zichzelf in zijn verzen herkennen.'

De slavist Frans Suasso, gepromoveerd op Het laatste jaar van Alexander Poesjkin: 'Je vindt artikelen over Poesjkin als voorloper van het marxisme, over Poesjkin als gelovig orthodox christen. De bijentelers hebben zich hem toegeëigend, de dierenartsen, iedereen. Na Marx en Jezus Christus is Poesjkin de meest misbruikte man ter wereld.'

Vertaler Arie van der Ent, van wie dit najaar een Poesjkin-boek verschijnt onder de titel De buurman van God: 'Hij kon niet anders dan dwarsliggen, dan rotzooi schoppen. Tegelijk wilde hij een monnik zijn die boven op een berg dicht bij God is, zoals in het gedicht Het klooster op de Kazbek. In werkelijkheid was hij beide, zowel een naar eenzaamheid zoekende dichter als een duivels partybeest, voor wie geen vrouw veilig was.'

De Russische schrijfster Marina Palej: 'Poesjkin was een veelkleurig persoon. Nu wordt hij misbruikt als een nationale leider die alle vernederingen moet compenseren. Ze proberen hem tot een admiraal van de Russische literatuur te maken, maar des te meer ze hem met koper en goud beladen, des te minder is hij een echt persoon. Als Poesjkin dit zou zien zou hij zelfmoord plegen en niet wachten op een duel.'

Tijdens zijn leven voelde Poesjkin zich even geliefd als miskend. In 1826 zag hij zichzelf in het gedicht De profeet het goddelijk woord verkondigen, maar een jaar later was hier in De dichter niet veel meer van terug te vinden: 'Men mag misschien/ Als de geringste der geringen/ Juist deze aardbewoner zien.' Twee jaar later is iedere bescheidenheid weer verdwenen en schrijft hij in Het huisje in Kolomna: 'Intussen voelt de dichter zich gewoon/ Napoleon in hoogst eigen persoon.'

Dat Poesjkins populariteit alleen nog maar zou groeien werd al voorspeld door zijn discipel Nikolaj Gogolj: 'Poesjkin is de Rus in zijn algehele ontplooiing, zoals deze mogelijk na tweehonderd jaar zijn zal. In hem weerspiegelen zich de Russische natuur, de Russische ziel, de Russische taal en het Russische karakter met zulk een helderheid, met zulk een zuivere schoonheid, als een landschap zich weerspiegelt in het bolle oppervlak van een lens.'

Na tweehonderd jaar heeft de Rus zich niet aan Poesjkin gelijk gemaakt, maar eerder andersom: de Rus heeft Poesjkin aan zichzelf gelijk gemaakt. Of, zoals Andrej Bitov schreef in zijn roman Het Poesjkinhuis: 'Iedereen had altijd een persoonlijker verhouding met Poesjkin dan Poesjkin met wie dan ook. Na zijn dood werden eenzijdige persoonlijke verhoudingen met Poesjkin zelfs tot een soort groot-Russische traditie.'

Poesjkins populariteit laat zich niet alleen verklaren door zijn enorme productiviteit en zijn voor mythevorming zeer geschikte levensloop en dood, maar ook door het feit dat hij het Russische volk een taal heeft gegeven. In 1880 sprak Toergenjev in Moskou bij de onthulling van het eerste standbeeld van de dichter: 'Poesjkin was de eerste die met krachtige hand de banier der poëzie diep plantte in de Russische bodem. (. . .) Wij mogen niet vergeten dat hij alleen een tweevoudige taak heeft moeten volbrengen, waar in andere landen een gehele eeuw en meer mee was gemoeid: een taal scheppen én een letterkunde.'

Ondertussen voelde Poesjkin zich meer en meer bedreigd en vernederd. Zijn populariteit nam af en de ruzies namen toe. Frans Suasso: 'Er zat een gigantische drang tot zelfdestructie in die jongen.' Poesjkin kreeg het moeilijk met de vele aandacht die zijn vrouw ontving van de Franse stiefzoon van de Hollandse ambassadeur (volgens Boland diens 'bedvriendje'). In een anoniem document, de zogenaamde 'hoorndragersoorkonde', werd hij benoemd tot 'secretaris voor het leven van de doorluchtige orde der bedrogen echtgenoten'. De zaak werd gesust, maar een paar maanden later verstuurde Poesjkin alsnog een brief aan de ambassadeur waarin hij deze vergeleek met een 'obsceen oud wijf'.

Niet het wijf, maar diens stiefzoon loste het fatale schot in Poesjkins laatste duel. Twee dagen later stierf de 'Russische zon' op 37-jarige leeftijd, ondanks bloedzuigers en klisteerspuit, aan zijn verwondingen. Volgens sommigen had hij de dood gezocht, levensmoe en meer dan ooit afhankelijk van tsaar en schuldeisers. Volgens Marina Tsvetajeva was de moord gepleegd door het volk: 'Het grauw, ditmaal in de uniform van een gardeofficier.'

De schrijver Vasili Zjoekovski schreef in een verslag aan Poesjkins vader hoe de dichter op zijn sterfbed om 'wat ingemaakte veenbessen' vroeg. Natalja Gontsjarova 'kwam, zonk aan het hoofdeind van de divan op haar knieën en voerde hem een lepeltje, (. . .) de rustige uitdrukking van zijn gezicht en de vastheid van zijn stem brachten de arme vrouw op een dwaalspoor. Zij ging stralend van vreugde de kamer uit.' Niet veel later sprak Poesjkin zijn laatste woorden: 'Ik krijg geen adem meer.'

Ter gelegenheid van zijn tweehonderdste geboortedag besteedt Poetry International aandacht aan leven en werk van Aleksandr Poesjkin met een expositie (12 t/m 18 juni in de Rotterdamse Schouwburg) en een hoorspelversie van zijn gedichten (12 juni, Schouwburgcafé Floor, 23.30). Russische zon, essaybundel door Hans Boland (uitgeverij Bas Lubberhuizen, fl. 44,50.).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden