Klassiek

Alan Gilbert heeft het Concertgebouworkest nu echt in de vingers ★★★★☆

Pianist Kirill Gerstein is in de Burleske van Richard Strauss in staat om met zijn pink iedere toets te verpletteren.

Dirigent Alan Gilbert Beeld Peter Hundert
Dirigent Alan GilbertBeeld Peter Hundert

Volgens de officiële kanalen zitten er woensdagavond 1.200 mensen in het Concertgebouw in Amsterdam, maar verspreid over de zaal lijken het er meer. Het Concertgebouworkest zit weer in de vertrouwde, compacte opstelling op het podium. Dirigent Alan Gilbert, de voorganger van Jaap van Zweden bij het New York Philharmonic, is te gast. Het programma begint en eindigt met werk van de Deense componist Carl Nielsen (1865-1931), een favoriet van Gilbert.

Mooi stuk, Nielsens Helios-ouverture, en wat fijn dat die niet als opwarmertje wordt afgewerkt. Bij de strakke, bloedmooie inzet van de trompetten, de knap slank gehouden lage strijkers, weet je genoeg: Gilbert heeft het orkest nu echt in de vingers.

Dan volgt een lang changement voor de Burleske voor piano en orkest van Richard Strauss. Solist is Kirill Gerstein. Het cliché wil dat een technisch verbluffende pianist met handen van die orde, vooral wanneer die pianist uit Rusland komt, ‘klavierleeuw’ wordt genoemd. Dat doet Gerstein geen recht. Hij is klavier-T-rex, een van de groten der aarde maar dan zonder grote-pianisten-pr, in staat om met zijn pink iedere toets te verpletteren. Alleen doet hij dat niet, want hij is ook buitengewoon muzikaal.

Na de Burleske, vol onderkoelde humor (én welgemikte paukenslagen van Tomohiro Ando: de paukenist verhoudt zich in dit stuk als Robin tot Batman), speelt Gerstein ook nog even Rachmaninovs Rapsodie op een thema van Paganini. Moeiteloos, feilloos, één met het orkest: met zijn schitterende klank en innemende spel zou Gerstein zelfs de grootste Rachmaninov-scepticus moeten overtuigen.

Na weer een lange ombouw – een ‘echte’ pauze is er niet, je wordt geacht te blijven zitten en de bezoekers gehoorzamen – volgt dan de Vijfde symfonie (voltooid in 1922) van Nielsen. Het is een tweedelig werk, titelloos maar vol oorlogsverwijzingen, zoals een ontregelende snaredrumsolo boven serene strijkers en toonaarden die tegen elkaar aan schuren. Waanzinnige muziek, maar wel muziek waarvoor je geestelijk fit moet zijn, en die je dus niet pas na drie stukken moet programmeren.

Om half elf is het klaar. We zijn moe, maar het was goed.

Nielsen, Rachmaninov en Strauss

Klassiek

★★★★☆

Door het Concertgebouworkest o.l.v. Alan Gilbert

22/9, Concertgebouw, Amsterdam. Herh. 23/9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden