Al te veel eerbied voor tante

DE KUNSTHISTORICA Wies van Moorsel (1935), die de biografie van Nelly van Doesburg De doorsnee is mij niet genoeg schreef, leerde haar tante Nelly, geboren Van Moorsel, pas in 1960, vijftien jaar voor haar dood kennen....

Nelly, het jongste meisje in een gezin van zes, liep in 1920, net 21 jaar oud, van huis, uit liefde voor de zestien jaar oudere kunstenaar Theo van Doesburg, een van de oprichters van de Nederlandse avantgarde-beweging De Stijl en hoofdredacteur van het gelijknamige tijdschrift. Van Doesburg had haar niet 'geschaakt' in de ware betekenis van het woord. Hij was nog getrouwd met zijn tweede vrouw Lena Milius, en het zou nog een paar jaar duren eer hij de definitieve keuze maakte tussen zijn echtgenote en zijn jonge geliefde.

Nelly woonde eerst op kamers, gaf pianolessen, at dagelijks bij het echtpaar Van Doesburg en vergezelde vervolgens Van Doesburg op een lange reis langs de artistieke centra van Europa. Zij leefden van Van Doesburgs erfenis en traden samen op als dadaïstisch duo. Van Doesburg hield provocerende (en dikwijls in chaos eindigende) lezingen met lichtbeelden over zijn modernistische theorieën en Nelly voerde muziek uit van geestverwanten zoals de Nederlandse componist Jacob van Domselaer of Erik Satie. Ze woonden een tijd in Weimar, waar de befaamde school en werkplaats Bauhaus was gevestigd, maar Van Doesburg liep een benoeming als docent mis.

De stellingen van het Bauhaus en De Stijl over een utopistische wereld waarin 'kunst en leven' in grote harmonie zouden samenvallen, lagen dicht bij elkaar. Maar Van Doesburgs leven was een aaneenschakeling van ruzies en verbroken vriendschappen. Dat lag vooral aan zijn onverenigbaar en opvliegend karakter. Ook in Nederland kreeg hij het op den duur aan de stok met de meeste leden van De Stijl, met de architect J.J.P. Oud bijvoorbeeld en herhaalde malen met Piet Mondriaan. Een andere kant van zijn persoonlijkheid zorgde weer voor levenslange trouw en loyaliteit, aan de dichter Anthony Kok en aan Lena Milius, die hem en Nelly regelmatig financieel hebben gesteund.

Als Van Doesburg uit Weimar teleurgesteld terugkeert naar Nederland en weer bij zijn vrouw intrekt, forceert Nelly een echtelijk breuk door haar opbloeiende muzikale carrière in Wenen (onder de vleugels van Alma Mahler) af te breken en halsoverkop terug te keren naar Nederland. Een doortastend meisje, in alle opzichten. Voor haar familie lijkt zij dan voorgoed verloren, al wordt er dagelijks nog voor haar zieleheil gebeden. Pas in de jaren vijftig volgde een verzoening.

Nichtje Wies, dochter van Nelly's jongste broer, zag een levenswens in vervulling gaan toen zij, haar kandidaatsexamen kunstgeschiedenis net op zak, afreisde naar Meudon om haar mondaine tante 'met geverfde haren en gelakte nagels' nader te leren kennen. Nelly was toen al bijna dertig jaar de weduwe van Theo van Doesburg die in 1931 aan de complicaties van astma was gestorven. Zij woonde in het witte huis in Meudon, dat hun gezamenlijke levenswerk was, betaald uit de erfenis van haar vader, en dat nu, in het bezit van de Nederlandse staat, als studiecentrum dienst doet.

Nelly had haar leven gewijd aan het beheren van Van Doesburgs ('Does' of 'Doesje' voor intimi) nalatenschap en de verbreiding van de denkbeelden van De Stijl. Zij legde daarbij een grote strijdlust aan de dag, gevoed door een nooit aflatende wrok over wat Does aan erkenning tekort was gekomen. Vooral de rivaliteit met Mondriaan zat haar dwars, die, zowel in Nederland als internationaal, tot vandaag de dag in het voordeel van Mondriaan uitvalt.

Dat kan ook haast niet anders. Mondriaan werkte met uiterste concentratie aan zijn groot en samenhangend ouevre, levend als een asceet. Van Doesburg versnipperde zichzelf als schrijver, ontwerper en beeldend kunstenaar, als propagandist van modernistische kunst en 'performer'. Mondriaan bleef de ingeslagen weg naar de volmaakt voorstellingsloze kunst trouw. Van Doesburg flirtte met Dada, met de surrealisten en putte zich ook lichamelijk uit door het najagen van grote opdrachten.

Daarbij komt dat De Stijl en de modernisten in Nederland aanvankelijk weinig aandacht en erkenning kregen. De eerste grote tentoonstellingen en de belangrijke publicaties kwamen pas vanaf de jaren vijftig tot stand, mede door de inspanningen en de doortastendheid van Nelly van Doesburg.

Maar er was meer in haar leven. Zij was allerminst de zichzelf wegcijferende treurende weduwe. Het lijkt wel of er pas na Theo's dood flink vaart in haar leven komt. Als uitvoerend kunstenaar (er zijn enkele schilderijen van haar bewaard) ondernam ze na de jaren twintig weinig meer. Zou dat komen door de invloed van Theo die dwingende opvattingen had over de rol van de vrouw in de kunst die in de eerste plaats als muze moest dienen? Nelly had zich blijkbaar in deze rol geschikt. Na Does' dood ontpopt ze zich als een vindingrijke overlever. Zij handelt en bemiddelt in kunst en ontdekt door haar vriendschap met de rijke verzamelaar Peggy Guggenheim de Amerikaanse markt. En bovenal lééft Nelly van Doesburg na de dood van haar man. Zij leidt een druk sociaal leven, maakt grote reizen, heeft en boeiend liefdesleven met een serie minnaars, van wie de veel jongere politicus en latere president van Benin de meeste indruk bij haar achterlaat.

Wies van Moorsel bewondert in haar biografie haar lef en die bewondering verhindert haar om vragen te stellen. We komen over Nelly vooral te weten wat zij zelf het belangrijkste vond: haar werk voor de erkenning van Van Doesburgs werk als beeldend kunstenaar. Zo blijft Nelly ook in deze aan haarzelf gewijde biografie vooral 'de vrouw van'. En ook Wies van Moorsel is weer een vrouw van. Een belangrijke rol in haar boek is weggelegd voor haar eigen man Jean Leering, voormalig directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven. Deze organiseerde in 1968 de grote Stijl-tentoonstelling waarin Van Doesburg eindelijk de volle erkenning kreeg.

Nelly is in Van Moorsels biografie breeduit aanwezig, daar mankeert het niet aan. Maar uit al die nauwgezet en stijfjes opgesomde details, feiten, feitjes en jaartallen doemt geen persoonlijkheid op. Je zou de raadsels, de innerlijke strijd in dit leven ontrafeld willen zien. Want die moeten er geweest zijn. Hoe werd het keurig katholieke burgermeisje een vrouw van de wereld die in haar - ongepubliceerde - memoires onomwonden vertelt over haar abortussen?

Ook zou je meer willen weten over Nelly van Doesburgs minder aardige kanten: een van haar Amerikaanse gastvrouwen schrijft dat zij 'gruwde van Nelly's extravagant gedrag', Peggy Guggenheim beschrijft haar als 'opdringerig' en het kan ook niet anders of Nelly van Doesburg moest vaak iets wegslikken als zij rijke verzamelaars (die 'een Mondriaan' wilden) schilderijen van haar man opdrong.

Van Moorsel beschrijft Nelly van Doesburg als iemand met 'linkse' sympathieën. Maar de oorlog die zij in Frankrijk doorbrengt laat bij haar, zo lijkt het tenminste, weinig indrukken achter. En wat moeten we ervan denken dat ze haar minnaar uit Benin 'mijn zwarte Pietje' noemt?

Eind jaren vijftig keert Nelly van Doesburg weer terug tot het katholieke geloof. Waarom, wat ging eraan vooraf? En nog verbazingwekkender is de mededeling dat ook Does in 1930 was overgegaan tot het katholicisme. Een kleine schok voor de lezer, maar Wies van Moorsel laat het bij de mededeling. Neen, tegels heeft Van Moorsel voor deze biografie, die de titel De doorsnee is mij niet genoeg ontleent aan Nelly's eis aan haar Amerikaanse gastheren om haar 'echte zwarten te laten zien', zeker niet gelicht.

Een intrigerend levensverhaal als van Nelly van Doesburg verdient een scherpzinnigere biografe. En zeker een met een vlottere pen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden