Al te echte monsters

DVD: The Red Riding Trilogy..

‘Bent u een van de goeien, brigadier Fraser?’ vraagt de jonge journalist aan de enige politieagent die hij nog vertrouwt. ‘Ik weet dat u het bent. De goeien zijn zeldzaam’.

Zonder verdere aarzeling overhandigt hij de brigadier een plastic zak vol belastend materiaal. De agent pakt die zwijgend aan en trekt zich terug – dankzij het camerawerk en de belichting bijna letterlijk in het donker verdwijnend. Als toeschouwer houd je je hart vast voor de gevolgen.

Vergeet Los Angeles, vergeet New York – het meest verdorven politiekorps uit de filmgeschiedenis vind je in Yorkshire. Wat er in The Red Riding Trilogy (2009), naar de bestsellers van David Peace, aan gecorrumpeerde, sadistische en perverse dienders rondloopt, is ronduit schokkend. Maar geen kwaad zonder goed; vanzelfsprekend botst het korps telkens op eenlingen die willen dat de zaken anders gaan.

De moordenaar(s) van talloze onschuldige meisjes moet eindelijk worden opgepakt – ook als dat een ontmanteling van het korps betekent, of het einde van de plaatselijke vastgoedmagnaat. Maar of die eenlingen hun strijd zullen winnen is in dit cynische drieluik nog maar zeer de vraag. Voor je het weet belandt ook die zak met bewijsmateriaal in de vuilnisbak.

De serie werd oorspronkelijk gemaakt voor het Britse Channel 4, die de drie delen in maart 2009 uitzond. Met zoveel succes dat in februari van dit jaar een bioscooprelease volgde in de Verenigde Staten. Eind vorig jaar kocht filmstudio Columbia de rechten, en inmiddels werkt Ridley Scott aan een bioscoopversie van de reeks, met Steven Zaillian (Gangs of New York, American Gangster) als scenarist.

Waarschijnlijk gaat dat één lange speelfilm worden, terwijl het roman-kwartet van David Peace voor Channel 4 tot drie films werd bewerkt. In het eerste en beste deel, 1974, is de jonge, pitbullachtige journalist Eddie Dunson de tragische held. Zes jaar later, in deel 2, probeert een van buiten aangetrokken rechercheur in Leeds de boel te zuiveren; in het laatste deel, 1983, zijn het een incompetente advocaat en een agent van het korps zelf die zich tegen het systeem keren. Vier perspectieven op dezelfde machtspelletjes en gruwelpraktijken, waarbij scenarist Tony Grisoni (Fear and Loathing in Las Vegas, In This World), in navolging van Peace, historische moordzaken als uitgangspunt nam, en randfiguren van film tot film tot hoofdpersonages laat uitgroeien.

Die vermenging van feit en fictie maakt de films, elk door een andere regisseur en cameraman gedraaid, zo beklemmend. Door aan te knopen bij werkelijke gebeurtenissen wekt The Red Riding Trilogy voortdurend het vermoeden dat het er bij de West Yorkshire Police echt zo smerig aan toe ging. Het zijn geen karikaturale, maar al te echte monsters die je in In the Year of Our Lord 1983 met elkaar ziet bespreken hoe ze de wijd vertakte industrie van prostitutie, vrouwenhandel en kinderporno in handen kunnen krijgen. Genoeg morsige bunkers en geheime martelkelders in deze films, maar regisseur Anand Tucker draaide het lugubere onderonsje uit 1983 bij vol daglicht, tegen de zon in filmend; sterker had het beeld niet kunnen constrasteren met de gitzwarte inhoud van het gesprek.

Zulke opvallende stilistische keuzes zijn kenmerkend voor de trilogie. Zo koos regisseur James Marsh met 1980 voor het brede CinemaScope-formaat, om zijn held ook visueel klem te zetten tussen de machthebbers, en draaide Julian Jarrold 1974 volledig op ouderwets super-16mm.

Dankzij dat materiaal en de belichting lijkt over de hele film een waas van sigarettenrook te hangen; de beelden hebben een mistig, uitgebleekt karakter dat mooi samengaat met de bakkenbaarden, de leren jacks en psychedelische behangpatronen.

Regisseur Jarrold uit met die stijl zijn bewondering voor de klassieke paranoiathrillers uit de jaren zeventig, zoals Klute (1971) en All the President’s Men (1976) – films die duisterder en dubbelzinniger zijn dan gebruikelijk in Hollywood, met eindes die lang niet altijd alle touwtjes aan elkaar knopen. ‘Ik herinner me dat die films iets korreligs hebben’, zegt Jarrold in het interview dat als extra op de dvd van 1974 staat. ‘Ze spelen zich af in een fletse, korrelige, sombere wereld. Bij zo’n wereld vind ik de smetteloze, scherpe beeldkwaliteit van een digitale camera niet kunnen. Het organische en korrelige van super 16-mm paste er perfect bij’.

The Red Riding Trilogy is vaak nachtmerrie-achtig en vrijwel onafgebroken zwaarmoedig en geladen van sfeer, maar door de eigenzinnige regiekeuzes, sterke scripts en dito acteurs – onder meer Andrew Garfield, Paddy Considine, Sean Bean en Peter Mullan – is dat geen bezwaar. Sterker nog, wanneer in 1983 opeens ruimte wordt gemaakt voor wat grapjes, voelt dat aan als een heuse stijlbreuk. Diezelfde film neigt naar het einde toe soms ook gevaarlijk naar kitsch.

Maar dat zijn details in een meesterlijk drieluik, dat geen liefhebber van het corrupte politie-genre mag missen. Zelden heeft de lange arm der wet zo diep in de stront gewroet – en werd dat zo indrukwekkend verbeeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden