afspiegelingen van het koninkrijk Gods

Een vroeg demente echtgenote, een geheim tweede huwelijk. In zijn biografie laat musicoloog Christopher Dingle zien hoe dat alles zijn weerslag had op het oeuvre van Messiaen....

Frits van der Waa

De Engelse musicoloog Christopher Dingle kan mooie zinnen schrijven. Neem het bloemrijke beeld waarmee hij een van de hoofdstukken uit The life of Messiaen besluit: ‘De componist van blijvende monumenten die afspiegelingen waren van het koninkrijk Gods bracht het merendeel van zijn tijd door met het bouwen van muzikale zandkastelen, die dezelfde dag nog weggespoeld werden door het getij.’

Olivier Messiaen (1908-1992), door velen beschouwd als de belangrijkste componist van zijn tijd, was namelijk ook een groot improvisator – als organist van de Parijse Eglise de la Sainte Trinité begeleidde hij tientallen jaren lang elke zondag vier diensten.

Het is morgen precies vijftien jaar geleden dat Messiaen het tijdelijke met het eeuwige verwisselde. Bovendien staat de honderdste geboortedag van de componist voor de deur. Dingles boek, een uitgave in de paperbackreeks Musical lives van de Cambridge University Press, komt dus op een goed moment. Uiteraard is het niet de eerste Messiaen-biografie – bij lange na niet –, maar Dingle zet alles wel netjes op een rijtje. Het enige wat helaas ontbreekt, is een chronologische werkenlijst.

Op het eerste gezicht heeft Olivier Messiaen een weinig opwindend leven geleid. Vroegrijp, welopgevoed en gewetensvol, maakte hij al snel naam en trad in de jaren dertig naar voren als belangrijkste lid van de componistengroep La Jeune France. De oorlog bracht tegenslag, maar ook succes: zo componeerde hij als krijgsgevangene zijn befaamde Quatuor pour la fin du temps, dat in januari 1941 zijn première beleefde in het kamp Stalag VIIIa (bij dit onderdeel komt ook de vraag aan de orde of de gebruikte cello inderdaad maar drie snaren had). Na zijn vrijlating, niet lang daarna, zette zijn carrière een gestaag stijgende lijn in. Hij werd docent aan het Parijse Conservatoire, leidde een hele nieuwe generatie componisten op, onder wie Pierre Boulez en Iannis Xenakis, en beitelde gestaag voort aan een reeks meesterwerken die in 1983 zijn bekroning vond met de opera Saint François d’Assise.

Intussen, zo laat Dingle zien, ging zijn privéleven niet over rozen. Zijn echtgenote Claire Delbos vertoonde al in de oorlogsjaren tekenen van vroegtijdige dementie en moest worden opgenomen in een verpleeghuis. De diepgelovige Messiaen was al die tijd een onbestorven weduwnaar en ook nog eens alleenstaand vader. Claire stierf in 1959 en toen Messiaen twee jaar later in het huwelijk trad met pianiste Yvonne Loriod, die hij al jaren kende, hield hij dat aanvankelijk geheim. De laatste jaren van zijn leven werden ook nog eens overschaduwd door gezondheidsproblemen.

Dingle laat zien hoe dat alles zijn weerslag had op Messiaens oeuvre, dat desondanks bepaald wordt door een onverflauwd religieus levensgevoel, waarbij zijn enorm gevoel voor kleur en orkestratie, een bijna dorre technische ondergrond en een onstilbare belangstelling voor vogelzang opgingen in een hoger geheel.

Saillant is ook dat de man die in 1945 nog werd gekwalificeerd als de ‘atoombom van de eigentijdse muziek’ niet veel later werd uitgekreten omdat zijn muziek niet modern genoeg werd geacht. Het kan verkeren. Maar Messiaen componeerde voor de eeuwigheid, en het ziet ernaar uit dat hij toch aan het langste eind heeft getrokken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden