Afscheid van een papieren instituut: De Telefoongids is overbodig geworden

Alleen carnavalsverenigingen betreuren dat

In de jaren zeventig was het telefoonboek onmisbaar in elk huis. Mobiele telefonie en internet maakten de dikke pil overbodig. De Telefoongids en Gouden Gids worden niet meer gedrukt.

Amsterdam 1930: er is een auto te water geraakt; in de telefoongids wordt het nummer van de hulpdiensten opgezocht. Foto Stadsarchief Amsterdam

'Een kletsbel.' Dat was de laatdunkende benaming die schrijver Louis Couperus gaf aan de telefoon - een vinding uit 1876. Hij maakte van die voorziening dan ook zo weinig mogelijk gebruik.

Couperus' Haarlemse collega-schrijver Lodewijk van Deyssel (1864-1952) liet de telefoon en de telefoongids helemaal onbenut omdat hij het gebruik daarvan een 'tijdrovende en afmattende aangelegenheid' vond. Hij stelde dan ook een huisknecht aan die werd geacht namens Van Deyssel de gids te raadplegen en de telefoon ter hand te nemen om korte notities ('telephoonbriefjes') van zijn opdrachtgever voor te lezen.

Niet meer onmisbaar

Zo bestelde Van Deyssel bij taximaatschappij Lorentz ooit 'een groote wagen met een chauffeur, die goed den weg door geheel Amsterdam kent. (...) Men verzuime niet genoeg benzine mee te nemen.' Op 10 mei 1940, de dag van de Duitse inval in Nederland, liet Van Deyssel zijn knecht de firma Droste bellen met het verzoek '19 gevulde reepen' te bezorgen en 'meê terug te nemen 19 ongevulde reepen Droste, die per abuis gisteren waren besteld.'

Zo'n tachtig jaar later verdwijnen de innovaties waaraan Van Deyssel zo graag wilde ontkomen. Het aantal vaste telefoonaansluitingen nam af van bijna 10 miljoen eind jaren negentig tot zo'n 6 miljoen op dit moment. Daardoor werden de telefoongidsen dunner en hun oplage slonk tot 3 miljoen. Voor slechts 2 procent van de gebruikers - overwegend ouderen - is de gids nog onmisbaar. Reden voor uitgever DTG om na de verspreiding van de edities 2017 met De Telefoongids en de Gouden Gids te stoppen.

Foto anp

Papier-maché

DTG is daarbij niet over één nacht ijs gegaan, bevestigt Renée de Vries, woordvoerder van de ouderen-belangenorganisatie ANBO. 'Al in 2014 was duidelijk dat het aantal gebruikers van De Telefoongids te klein was ten opzichte van de oplage. In samenspraak met ons heeft DTG met het ministerie van Economische Zaken afgesproken nog zeker tot 2017 te zullen doorgaan met de gids. Het aantal alternatieve mogelijkheden om een telefoonnummer te achterhalen is zo groot, ook voor mensen die digitaal onthand zijn, dat we heel goed met het einde van De Telefoongids kunnen leven.'

Vooral de carnavalsverenigingen betreuren de dood van 'het iconische boek' waar, volgens directeur Erik Wiechers van DTG, 'praktisch iedereen een keer in heeft gestaan. Zij zijn voor het papier-maché van hun praalwagens in belangrijke mate afhankelijk van overtollige telefoongidsen. 'We gebruiken er zo'n veertig à vijftig per wagen', zei Jan Voets van carnavalsvereniging De Tieralantijnen in Den Bosch op RTL Nieuws. 'De boeken zijn makkelijk om mee te werken en steviger dan kranten.'

Standaardinventaris

De Telefoongids als grondstof voor papier-maché: daar zag het in 1881, bij de verschijning van de eerste editie, niet naar uit. Het boekje telde 49 adressen en telefoonnummers. In 1913 waren er, op een bevolking van ruim 6 miljoen, slechts 75 duizend aansluitingen, gebundeld in een gids die op elk groter postkantoor ter inzage lag.

Pas in de jaren zeventig behoorde De Telefoongids tot de standaardinventaris van elk huishouden. In elke telefooncel waren de gidsen van alle regio's in te zien. Althans: de eerste weken na hun verschijnen. Gaandeweg verdwenen steeds meer pagina's in de zakken van de gebruikers.

Een boek met zo'n grote verspreiding genoot prestige onder typografen. Wim Crouwel ontleende zijn reputatie in belangrijke mate aan zijn ontwerp van de editie van 1977: een monument van 'nieuwe zakelijkheid' met een schreefloze Univers-letter, maar zónder hoofdletters. Crouwel oogstte er veel weerstand mee, onder andere bij VN-columnist Renate Rubinstein. Pas in 1994 werden de hoofdletter en de klassieke typografie in ere hersteld.

Twee jaar later verscheen de gids ook online, en daarmee was het lot van de papieren Telefoongids op termijn bezegeld. Steeds vaker en steeds luider werden bezwaren geuit tegen de gids als bron van papierverspilling. Naar aanleiding van de petitie stopdetelefoongids.nl, in 2008, lieten duizenden mensen weten geen prijs meer te stellen op toezending van de gids.

Vier jaar later stelde internetondernemer Alexander Klöpping, initiator van de site sterftelefoongidssterf, voor om de gids alleen nog te versturen naar mensen die daarom expliciet hadden gevraagd. DTG maakte destijds nog bezwaar tegen dit initiatief, uit beduchtheid voor reputatieschade.