Afrikaanse 'Tate' aan Congolees zandpad

prijs kunst en techniek

Met de hulp van Nederlandse ingenieurs bouwt Renzo Martens een museum in Congo. Vandaag krijgt hij de Witteveen+Bos Prijs.

Beeld Nene Barry

Het ligt op 600 kilometer van de Congolese hoofdstad Kinshasa, op een voormalige palmolieplantage, en is te bereiken over een zandpad van 40 kilometer. Geen stromend water, geen toiletten. Toch moet daar - en dat is nog maar het begin - een museum met witte zalen en airconditioning verrijzen, zegt ingenieur Néné Barry van ingenieursbureau Witteveen+Bos. Haar werkgever reikt vandaag aan kunstenaar Renzo Martens een prijs uit, maar bij een geldbedrag blijft het niet. Inmiddels werken er twaalf ingenieurs gratis aan een masterplan voor zijn project in Congo.

Vandaag ontvangt Renzo Martens in de Bergkerk te Deventer de veertiende Witteveen+Bos-prijs voor Kunst+Techniek (groot 15 duizend euro) en wordt een plan gepresenteerd voor een studiecentrum voor kritische kunst en de bijbehorende infrastructuur in westelijk Congo. De definitieve locatie en het programma worden in maart 2016 in Kinshasa bekendgemaakt. Het geheel moet de welvaart in het gebied een boost gaan geven en het belang van kunst onderzoeken.

Sinds 2010 leidt Martens het Institute for Human Activities (IHA, zie inzet). Volgens hem was Congo, net als andere instabiele regio's in de wereld, de afgelopen decennia vaak het onderwerp van maatschappijkritische kunst en dito documentaires, maar profiteert zelf niet van die aandacht. Zijn instituut beoogt die situatie om te draaien.

Enthousiaste mensen

Eerdere winnaars van deze prijs combineerden duidelijk kunst en techniek, zoals strandbeestenmaker Theo Jansen (2002), mediakunstenaar Geert Mul (2010) en vorig jaar geluidskunstenaar Geert-Jan Hobijn. Civiel ingenieur Harry Mols van Witteveen+Bos, die sinds drie jaar de kunstprijs leidt, vertelt dat hij wel even moest zoeken toen Renzo Martens hem door de jury als winnaar werd voorgesteld. 'Na de eerste ontmoeting met Renzo - gepassioneerd, heel emotioneel ook - begreep ik dat het proces van 'omgekeerde gentrificatie' de kunstvorm is, én de techniek om economische ongelijkheid aan te pakken.'

Mols: 'Wij zagen in dat wij met onze technische kennis en ervaring dit plan kunnen operationaliseren.' De jonge ingenieur Néné Barry reisde in september naar Congo om te inventariseren wat er nodig is. De procesmanager is nu projectleider. Barry: 'Wat ik aantrof? Een rustig dorp. Meerdere kampjes eigenlijk. Veel enthousiaste mensen. Maar ook: bijgeloof en hekserij. Geen voorzieningen. En een belastingman die op de tweede dag een torenhoog bedrag kwam innen, omdat het IHA nu ineens een 'industriële onderneming' zou worden. Na een middag onderhandelen was dat bedrag weer gedaald.'

Chocolade zelfportretten van arbeiders


Het begon met de controversiële film Episode III- Enjoy Poverty (2008) die Renzo Martens in Congo opnam. Konden Congolezen zelf beter worden van het in beeld brengen van hun eigen ellende? Daarna richtte hij op een voormalige palmolieplantage van Unilever het Institute for Human Activities (IHA) op. Samen met een vereniging van Congolese plantage-arbeiders creëerde het IHA een nieuwe inkomstenbron met de verkoop van zelfportretten die in Congo door arbeiders van de plantage van rivierklei worden gemaakt. De beelden worden 3D ingescand en in Europa in chocola afgegoten en verkocht. Volgens Martens stijgt de waarde van de chocola door de toevoeging van artistieke inhoud 'met 7000 procent'. De beelden waren inmiddels in meerdere musea te zien.

Masterplan

In het vandaag te presenteren masterplan wordt geschetst hoe een expositiehal, conferentieruimte, montagekamers, een theaterpodium, een schooltje én hotelkamers aangelegd kunnen worden met lokale aannemers. In de basisversie kan alles voor 150 duizend euro, maar voor de meest complete versie moet het IHA nog 8 ton ophalen bij fondsen en bedrijven.

De knelpunten? Barry: 'Lokale uitvoerders vinden en met de regelgeving omgaan. Ja, zegt ze, je zou het kunnen vergelijken met een Olympisch dorp, dat blijvend iets bijdraagt. 'Over tien jaar zou het de Tate Modern van dit deel van Afrika kunnen zijn, een centraal punt om kunstexposities te houden.' Ze geeft toe zelf ook wel 'een extreme dromer' te zijn.

De jury van de Witteveen+Bos-prijs voor Kunst en Techniek stelt dat 'het werk van Martens op zeer urgente wijze adresseert hoe de verdeling en beschikbaarheid van technologie vanuit een mondiaal perspectief gebaseerd is op structurele ongelijkheden.' Martens won in augustus al de Amsterdamprijs voor de Kunst. Die jury: 'Renzo opent onze ogen voor wat we niet willen zien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.