'Afrikaanse mode is de laatste jaren geëxplodeerd'

Wie of wat zette je leven op het juiste spoor? In een serie interviews vraagt de Volkskrant mensen naar hun inspiratiebron. Ontwerper Irene Hin kreeg op het juiste moment van Dorothé Schiks een prachtige opdracht.

Beeld Marijn Scheeres

'Elke donderdag staat mijn moeder in de winkel. Zij deelt haar verhalen met iedereen, er zijn klanten die speciaal voor haar komen. En ik bespreek veel met haar; bijvoorbeeld over de symbolen die op sommige stoffen staan. Dan zegt ze: 'Van die print kun je beter een jas maken dan een rok, want dat symbool betekent: 'Ik omarm je.' Inmiddels noem ik haar Senior African Fashion Advisor, dat heeft ze dik verdiend.

'Nederland is een van de laatste landen waar het doordringt, maar de Afrikaanse mode is de laatste jaren echt geëxplodeerd. Internationale beroemdheden als Michelle Obama en Beyoncé dragen het - die invloed is heel groot. En grote Afrikaanse Fashion Weeks in Lagos, Accra en Kaapstad hebben dankzij platforms als Instagram hun bereik enorm vergroot. Natuurlijk heeft de aandacht voor zwarte identiteit en een beweging als Black Life Matters er ook mee te maken. Want hoe kun je je erfenis en je wortels duidelijker uitdragen dan door je kleding?

'Maar vooral is de Afrikaanse diaspora groter en gemengder geworden en juist daar doet die 'Afropolitan-stijl' het goed, van 'African' en 'metropolitan'. Daarin fuseren Afrikaanse elementen met Europese en andere stijlen. Dat is iets heel anders dan hoe Afrikaanse mode tot voor kort werd gezien - als iets wat je misschien op reis mooi vond en had gekocht, maar waarvan je op Schiphol al dacht: zal ik dat hier nog aantrekken?

Beetje durf

'Deze nieuwe Afrikaanse kleding past bij wat er al in je kast hangt. Een beetje durf is nodig voor deze prints, maar je moet je er wel comfortabel in voelen.

'De oorsprong van ons bedrijf ligt in een reis naar Ghana, waar ik vandaan kom. In 2008 was ik voor het Liliane Fonds (een fonds voor kinderen met een handicap, red.) in Accra. Ik werkte mee aan een fotoproductie; dagen waarop veel gewacht en gepraat werd.

Elke keer zag ik die moeders binnenkomen met hun kinderen en was ik onder de indruk. Moet je je voorstellen: die vrouwen zijn regelmatig de outcasts in hun gemeenschap vanwege hun gehandicapte kind, vaders zijn vaak niet aanwezig. Ik sprak een moeder die zes kinderen had van wie er drie spastisch waren en 's nachts veel schreeuwden. Zij stond om 4 uur 's ochtends op de markt pap te verkopen voor haar gezin.

'Maar zó trots, zó krachtig. Práchtig aangekleed. Ik had altijd dit beeld van Afrikaanse kleding: grote kaftans, Miriam Makeba-achtig... maar dit waren volle vrouwen in peplum tops (een strak lijfje met een wijd schootje, red.), strakke fishtail-rokken, uitlopend vanaf de knie. Ze hielden hun gehandicapte kind in een mooie doek gewikkeld en dan kwam er uit zo'n indrukwekkende borstpartij een zakdoekje tevoorschijn waarmee dat kind werd schoongeveegd... Het was moederschap, kracht én fashion.

'Ik kreeg daar echt een schop onder mijn achterste. Want ik zat zelf een beetje vast: ik was genezen van borstkanker, maar ik had ook een jong kind en ik was net gescheiden. Ik dacht dat ík het zwaar had - nou, count your blessings zag ik daar.

'Ik ben twee maanden later op eigen gelegenheid teruggegaan en heb gevraagd of ik de zuster die het Liliane Fonds daar runde, Margaret Mary, mocht helpen. Door haar werd ik consequent bij mijn Ghanese dagnaam genoemd, Efua: geboren op vrijdag. En ik heb van mijn ouders nog een naam gekregen: Agyeman. Mijn vader ontving die naam voor mij van de koningin-moeder van de Antoua-stam. Het betekent: zij die haar land herclaimt.

Wortels herclaimen

'Ik had me daarmee nooit zo beziggehouden. Als kind in Leiden wilde ik liever Irene Sophia Maria heten, zoals andere kinderen. Maar toen, zo'n dertig jaar later, in Ghana, ontstond er chemie. En ik begreep: als ik een kind van Afrika ben, dan moet ik hier wat mee doen. Ik moet mijn land, mijn wortels herclaimen.

'Mijn ouders hebben zich altijd veel met de Ghanese gemeenschap in Nederland beziggehouden. Zo reden ze op de avond van de Bijlmerramp naar de rampplek en hebben een groot aantal mensen in huis genomen. Hun families opgespoord, om ze te laten weten dat ze veilig waren. Ons hele huis rook naar kerosine, ik weet het nog.

'Mijn manier om iets te betekenen was niet die ontwikkelingswijze. Ik had affiniteit met mode; ik werd de mode-missionaris, zeg ik altijd.

'Kort na mijn reizen ontmoette ik mijn partner Gumi - hij geloofde er in. Wij doen dit nu echt samen. Maar er is één vrouw die me naar professsionaliteit heeft geduwd. En dat zit zo.

'Kort nadat we Lady Africa hadden opgezet, belandde ik weer in het ziekenhuis, nu met hartfalen. Het was kantje boord. Toen ik één dag thuis was, zat ik echt in de put; het leek of ik kon gaan inpakken voor we begonnen waren. Op dat moment belde Dorothé Schiks, een ondernemer die ik kort daarvoor had leren kennen. En zij zei: 'Irene, Ik heb misschien iets leuks voor je. We hebben een jaarlijkse personeelsdag met zestig vrouwen; zou je een modeshow voor ze willen organiserenen en een pop-upwinkel willen inrichten?

'Dat was het beste wat me op dat moment had kunnen gebeuren. Ze ging niet met me zitten klagen, van o, o, wat ben je zielig. Nee: ze sprak me aan op iets wat ik kon. Ze gaf mij betekenis. Als ik erover praat raakt het me weer... zonder die opdracht had ik het waarschijnlijk opgegeven. Maar nu kreeg ik, door haar vraag, iets over me van oké (kreunt)... let's get moving!

Dorothé Schiks

Onderneemster Dorothé Schiks (52) is mede-eigenaar van het bedrijf Public Support & More uit Lisse en Almere, dat congressen, ontwikkeltrajecten en coaching voor secretaresses aanbiedt. Aan de telefoon: 'Irene is erg dienstverlenend: wat ze ook doet, ze maakt er echt een feestje van en gunt ook iemand anders een podium. Dat doet ze ook in haar modeshows, waar deels niet-professionele modellen meelopen. Ik zeg altijd: het zit hem in die laatste 5 procent, die maakt iemand bijzonder. Af en toe denk ik mee met de ontwikkelingen van Lady Africa en vormen we samen een denktank. Irene is enorm creatief, ik ben wat zakelijker. Dat ik haar toen heb geholpen, is min of meer toeval. Het was het juiste moment.'

'Zij is een vriendin geworden, meer dan dat. We sparren, ze daagt me uit, geeft advies. Ze is ook niet te beroerd, zoals een keer is voorgekomen, om met mij samen tijdens een productie de hele dag glitterstenen op sandalen te lijmen. Buiten ouders die in je geloven heb je zulke mensen nodig. Iemand die je iets gunt en die in je gelooft; dat is zo bijzonder. Ik verwonder me daarover elke keer weer.'

Ontwerper

Irene Hin (44, Winneba, Ghana), een van de drie dochters van een Nederlandse ex-priester en een Ghanese moeder, woonde tot haar 2de jaar in Ghana en groeide op in Leiden. Ze werkte onder meer als organisator van evenementen en marketing- en communicatieprofessional tot ze in 2011 samen met haar partner Gumi Rijsbergen het bedrijf Lady Africa oprichtte. Lady Africa (met als sublabel Sir Africa) importeert sinds 2012 designerkleding en accessoires van gevestigde en jonge ontwerpers uit verschillende Afrikaanse landen. Kwaliteit en duurzaamheid en sociaal ondernemerschap zijn daarbij belangrijk. Hins bedrijf en winkel kregen landelijke bekendheid toen koningin Máxima er in 2016 een rok kocht. Behalve importkleding, maatkleding en een eigen collectie verzorgt het bedrijf ook theaterkostuums, zoals afgelopen jaar voor de Zuidafrikaanse groep de African Mamas & Leoni Jansen. Ik spreek Irene Hin in haar winkel aan de Denneweg in Den Haag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden