BeschouwingAdrian Mole

Adrian Mole en ik: Sylvia Witteman over haar nieuwe vertaling (die ook leuk moest zijn voor pubers van nu)

Waarom is Het geheime dagboek van Adrian Mole 13 ¾ jaar van Sue Townsend toch zo briljant? Sylvia Witteman, die er een nieuwe vertaling van maakte, legt uit. 

Beeld Tzenko

Al zo lang ik me kan herinneren klaag ik over slechte vertalingen, en nu moest ik opeens laten zien dat ik het zelf beter kon. Gelukkig betrof het wel een van mijn lievelingsboeken: Sue Townsends ‘geheime dagboek van Adrian Mole’. Ik was iets ouder dan 13 ¾ toen ik het voor het eerst las, een jaar of 16. Adrian was een naïef, conservatief Brits jongetje dat van Abba hield, ik was een lawaaiig weekendpunkje dat blowde en spijbelde. Van de Engelse politieke beslommeringen begreep ik niets (behalve dat Margaret Thatcher een slechte vrouw was, want dat hadden mijn punkvrienden me verteld), laat staan van het Engelse schoolsysteem. Mijn eigen dagboeken had ik tamelijk onlangs verscheurd en weggegooid uit schaamte voor de ‘kinderachtige’ ontboezemingen van mijn vroege tienerjaren. Maar Adrians dagboek vond ik meteen briljant.

Zoals alle écht leuke hoofdpersonen is Adrian een antiheld. Hij wordt gepest en afgeperst door zijn ruige en domme klasgenoot Barry Kent. Hij denkt dat hij een intellectueel is, maar alle boeken die hij leest gaan hem boven de pet. Hij probeert zijn geliefde Pandora te versieren met saaie, uitgebreide verhandelingen over de Noorse leerindustrie. Als hij, in een vergeefse poging tot coolheid, probeert de muren van zijn kamer zwart te verven, blijven de kaboutertjes van het oude sprookjesbehang er maar doorheen schijnen. En als hij bij het bouwen van een modelvliegtuigje wat lijm probeert te snuiven, blijft zijn neus aan het vliegtuigje plakken.

Maar achter de slapstick zit ook een hoop echt leed. Zijn moeder wordt verliefd op de buurman, zijn vader raakt zijn baan kwijt, de 80-jarige mopperpot Bert Baxter, voor wie hij tegen wil en dank klusjes doet, wordt ziek. Hij heeft liefdesverdriet om Pandora, die verkering krijgt met zijn beste vriend Nigel. Hij tobt over zijn puisten, over de afmetingen van zijn ‘ding’, over zijn vader die te veel drinkt, over zijn moeder die weigert te koken, en hij gaat net zo lang met ingebeelde ziekten naar de huisarts tot die hem zijn praktijk uitstuurt.

Beeld Tzenko

Ik ben inmiddels zelf moeder van tienerjongens, en daardoor vind ik het boek zo mogelijk nog leuker dan vroeger. Ik begrijp nu ook wat ik toen niet wist: Sue Townsend heeft het boek niet voor kinderen geschreven, maar voor hun ouders, die evenveel te lijden hebben van die doodvermoeiende puberteit als hun kinderen. De gretig meelezende tieners waren bijvangst, maar wát voor bijvangst. Mijn hele school las het boek met grote instemming. Ik weet nóg hoe blij we waren toen het tweede deel verscheen. Het was nog spannender dan op vrijdag in de grote pauze naar de platenafdeling van V&D rennen om te kijken of je favoriete hit was gestegen in de top 40.

Ja, dat waren de vroege jaren tachtig. We waren bang voor de bom, en voor werkloosheid, en voor het even meedogenloze als ongrijpbare ‘systeem’: we hadden geen toekomst, Adrian en ik. Tenminste, dat dachten we; het viel uiteindelijk reuze mee.

Vraagstukjes

Toen uitgeverij Condor vroeg of ik een nieuwe vertaling van Adrian Mole wilde maken, sprong mijn hart op van schrik, maar ook van voorpret. Het moest niet alleen leuk zijn voor míjn generatie, bedacht ik, maar ook voor de pubers van nu om te lezen over de beslommeringen van hun leeftijdgenoten in die exotische jaren tachtig, met hun neonkleurige beenwarmers, hun leven zonder internet en hun ouders die naar hartelust rookten in bed.

Bij het vertalen kwam ik voor allerlei vraagstukjes te staan, en het was leuk om daar telkens weer een oplossing voor te zoeken. Wat moet je met dat Engelse schoolsysteem met zijn A-levels en O-levels? Kun je NHS vertalen als ‘ziekenfonds’? Hoe vertaal je een typisch Engels spelletje als ‘conkering’?

Een ‘French kiss’ is natuurlijk een ‘tongzoen’. Maar in het zinnetje ‘I felt like doing a French kiss but I don’t know how it’s done so I had to settle for an ordinary English one’ ontkom je tóch niet aan die Franse zoen: ‘Ik had wel zin in een Franse zoen, maar ik weet niet hoe dat moet, dus liet ik het maar bij een gewone, Engelse.’

Het drankje ‘Lucozade’, dat in Engeland van oudsher aan kwakkelende kinderen wordt gegeven, is in Nederland tamelijk onbekend. Dat kun je niet onvertaald laten, dus dat is Roosvicee geworden. Maar de titel van het blotetietenblaadje dat Adrian leest, Big and Bouncy, moet je juist niet proberen te vertalen, want iedereen begrijpt precies wat daarmee bedoeld wordt. Die twee wulpse hoofdletters B zijn juist zo mooi, en ‘Bolle Billen’ of ‘Blote Borsten’ gaat voorbij aan dat typisch Britse, schijnheilige omzeilen van wát er precies allemaal zo ‘big’ en ‘bouncy’ is.

En als Adrian een stapel van die blaadjes in bed heeft liggen lezen, schrijft hij, dubbelzinnig door de cursivering, ‘I felt like I never felt before’. Moet je daar ‘Ik voelde me zoals ik me nog nooit gevoeld had’ van maken?

Nee, dan is ‘In één ruk uitgelezen’ leuker.

Sue Townsend: Het geheime dagboek van Adrian Mole 13 ¾ jaar. Uit het Engels vertaald door Sylvia Witteman. Condor; 288 pagina’s; € 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden