Ademgaten

'Wie geeft er om de kip? Ik'

Behalve generatiegenoten, waren ze op allerlei manieren collega's. Rudy Kousbroek (1919) en Dick Hillenius (1927 -1987) kwamen de literatuur binnen als dichters, maar ontwikkelden zich vooral tot superieure en bewonderde essayisten.

Ze schreven beiden en Kousbroek schrijft nog steeds) voor de krant, Kousbroek in NRC Handelsblad en Hillenius in Vrij Nederland. Twee geestige, beminnelijke auteurs met een bèta-achtergrond - Hillenius bioloog, Kousbroek wiskundige - die zich thuis voelden in de kunsten. Beiden bestrijders van irrationele wauwelaars en semireligieuze kwakdenkers, maar ook mannen die onbeschroomd over gevoelens schreven. En: verzot op dieren, deze twee, net zoals hun generatiegenoot, collega-columnist en medebèta W.F. Hermans. Over de verhouding tussen dier en mens gaat een groot deel van hun oeuvre.

Toch is het goed voorstelbaar dat Kousbroek en Hillenius, wier nalatenschap straks misschien op grond van thema, tijd en genre, op één plank in het literaire hiernamaals terecht komt, geen verwantschap met elkaar voelden. Twee totaal verschillende pakketjes genen: verschil in toon, stijl, manier van kijken, denken en voelen. Aardig om deze twee dierenfanaten nu eens achter elkaar te lezen. Kousbroek bundelde 34 recente verhalen over dieren in Medereizigers. Tijs Goldschmidt - eveneens essayist en bioloog en een oud-student van Hillenius, koos uit diens bijna vergeten werk elf gedichten en 33 essays. Ook nam hij het interview op dat Hillenius in 1973 had met Niko Tinbergen, die samen met Von Frisch en Lorenz dat jaar voor hun onderzoek naar diergedrag de Nobelprijs voor fysiologie had gekregen.

Over een van die drie beroemde ethologen, Konrad Lorenz, kregen Kousbroek en Hillenius in 1972 een conflict. Van de 'sociobiologische' denkbeelden van de Oostenrijker, wiens werk door Hillenius was vertaald en werd gepropageerd, moest Kousbroek niets hebben. Hij bestreed Lorenz en Hillenius fel in zijn Huizinga-lezing; niet omdat Lorenz' observaties niet klopten - bijvoorbeeld dat het een gans is 'ingeprent' dat het eerste bewegende object dat hij ziet als hij uit het ei komt, zijn moeder is - maar omdat de man zelf niet deugde. Lorenz was een nazi en een rabiate antisemiet, en heeft daar nooit duidelijk spijt over betuigd. Nu bekent Kousbroek dat Lorenz' ganzenpassages hem wel degelijk 'ontroerden en fascineerden'. Hij heeft dus 'iets goed te maken' jegens Lorenz.

Maar terwijl hij daarmee ruiterlijk doende is, maakt hij het portret van de beroemde wetenschapper nog verschrikkelijker. Van een bevriende journaliste, Noor Hellmann, wist hij dat Lorenz zijn eerste observaties en dierproeven deed met zijn hartsvriend Bernard Hellmann. Ook deze had een groot onderzoeker kunnen worden, ware het niet dat hij, omdat hij Joods was, vermoord werd in Sobibor. 'Had Lorenz dat niet kunnen verhinderen', vraagt Kousbroek zich af, 'en vooral: genas hem dat niet eens en voor al van zijn antisemitisme? Blijkbaar niet. Zulke dingen zijn onbegrijpelijk.'

Eerst toegeven, begrip tonen, en dan keihard toeslaan en systematisch afbranden, dat is typerend voor Kousbroeks manier van schijven. Hij bouwt een betoog rustig en redelijk argumenterend op, maar uiteindelijk zijn bijna alle overtuigingen die hij verwoordt hartstochtelijk irrationeel. De dingen die 'onbegrijpelijk' zijn, onbegrijpelijk gruwelijk, onbegrijpelijk lief of mooi, dat zijn de dingen waar het Kousbroek om gaat. Tegelijkertijd beweert hij aanhanger te zijn van zuivere wetenschap en heldere rationaliteit. Die tegenstrijdigheid maakt het werk van Kousbroek nu juist zo charmant.

Zijn grote liefde voor dieren, zijn 'medereizigers' is, als elke echte liefde, volslagen redeloos. Een konijn in een ouderwetse kinderwagen, een jongetje dat slaapt tegen de warme flank van een os, een kat die naar de deurklink springt , ezels en koeien die goeiig voortsjokken met andermans last - Kousbroeks ruime hart springt voor hen open. Zelfs de nietige kip, met zijn onap

petijtelijke lellebellen, het krijsende, kakelende, meest veelzijdige stukje vlees, beroert hem diep: ' Wie geeft er om de kip? Ik. Is er iemand die altijd aan haar denkt? Ja, ik. Wie heeft haar lief? Ik, ik.'

Omdat Kousbroek altijd om de een of andere reden moet getuigen, als een gedreven gelovige, van zijn afkeer van religie, legt hij in dit boek een wonderlijk verband tussen christendom en dierenliefde. Eeuwenlang was het dier alleen goed als symbool; dierlijke eigenschappen dienden de mens tot afschrikwekkend of vroom voorbeeld in fabels, parabels en moraliteiten. Pas aan het eind van de negentiende eeuw, toen men dieren begon te observeren, ging men het dier waarderen om zichzelf, beweert Kousbroek, Pas daarna behandelde men het dier menselijker.

Dat is nauwelijks vol te houden. Erger nog dan een raaf als oertype van de dief te beschouwen, en een vos als een sluwe bedrieger, lijkt me toch de manier waarop we in de rationele 20ste en 21ste eeuw dieren behandelen: kippen en varkens vetmesten in krappe hokken, en hen zo effectief mogelijk castreren en onthoofden, uit verstandig winstbejag. Zowel christelijke als ongelovige dierenminnaars gruwen daarvan. Marianne Thieme niet minder dan Kousbroek, ook al gelooft zij niet in de evolutietheorie.

Kousbroek mag dan schrijven dat hij een hekel heeft aan dieren met kleertjes aan die een pijp roken, zijn liefde voor dieren, katten voorop, is ontzettend sentimenteel. Zijn verrukking bij de foto van een tijger die als een grote kameraad een mens omhelst, of de schattige gans die woont in een kartonnen doos in een stad, zijn smart bij de foto van de vier pony's, van wie wij nu weten dat ze, onderweg naar Antartica met kapitein Scott, spoedig zouden sterven - het zijn projecties van zijn eigen hunkerende ziel. Dat weet Kousbroek natuurlijk ook wel.

Als kind had hij een jonge beer als vriend: 'Thor liep vaak aan de hand met mij mee, we waren dan ongeveer even groot'. Maar op een dag is Thor een woeste beer die moet worden opgesloten. Katten zijn juist hanteerbaar door hun geringe dierlijkheid. 'Je kunt dit droombeest gewoon voor niets in je bezit krijgen, compleet met vier ontroerende poten, het wonder van de staart en het beminde gestreepte gezicht; voorzien van twee kosteloos bijgeleverde fluwelen oortjes en een dito paar groene, gele, of blauwe knikkers.'

Katten zijn een cultuurproduct, schrijft Kousbroek terecht. Hun levensdoel is om bemind en geaaid en bemind te worden, en daarmee hun melancholieke baasje troost te verschaffen. Samen met baasje op weg naar de dood, naar het grote niets. Arme, katloze medemens: 'Je kunt ook met een viltstift oren, ogen, neus en snorren op een zak tekenen en deze daarna op het kussen leggen, zodat je bij het ontwaken van vlakbij in dat enorme kattengezicht kijkt.'

Op dergelijke sentimentaliteit is Hillenius niet te betrappen, al heeft hij een hekel aan fysiologen die tornen of in mootjes hakken. 'Ik ben ervan overtuigd dat we mechanieken zijn', schreef Hillenius. Bij een 'ontmoeting met schoonheid' gebeurt er iets met het mensenmechaniekje: de slijmvliezen en traanklieren treden in werking. Zoiets overkwam de bioloog Hillenius die weliswaar hield van alles wat bloeit, glibbert, prikt of bijt, maar toch vooral van kikkers en padden. Een kikker die begerig aast op een worm, 'zijn bolle ogen bijna aandrukkend tegen het voedsel', is 'aanbiddelijk. Zij zien er dan tegelijk heel wijs en heel dom uit.' Ook hier: projectie.

Dat Hillenius' stukken over dieren of natuurverschijnselen ook voor niet-biologen, ook na veertig jaar, een genot zijn om te lezen, komt doordat het bij hem meer gaat om het kijken dan om het vinden. Hij wil zich verwonderen, hij wil verrast worden. In wetenschappelijk opzicht, schrijft Goldschmidt, zijn veel van Hillenius' inzichten verouderd, alleen al omdat DNA-onderzoek nu mogelijk is. Maar dat maakt zijn werk nog niet oudbakken. Goldschmidt bewondert hem om zijn muzikale st

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden