Adembenemende haatmonoloog

Vuurvrouwen is een interessante, maar ook tamelijk onevenwichtige productie.

Beeld Leo van Velzen

'Ik haat. Haat is creatie/ Mijn haat vormt mijn gedachten/ Uit haat bouw ik een wereld/ In die nieuwe wereld zal niet meer worden gehaat.'

Zo begint de haatmonoloog van Ulrike Meinhof in de voorstelling Vuurvrouwen, gespeeld door actrice Fania Sorel. Wat volgt is een duizelingwekkende aanklacht tegen een wereld die haar heeft afgeleerd te lachen. Die monoloog is het adembenemende hoogtepunt van deze interessante, maar ook tamelijk onevenwichtige productie waarmee het Ro Theater dit weekend het seizoen opende.

Regisseur Alize Zandwijk vroeg Rob de Graaf een toneelstuk te schrijven over vrouwen die een daad stellen, die ten strijde trekken, het onrecht bestrijden, de wereld willen verbeteren en niet willen wijken voor redelijkheid. De Graaf verbindt daarin RAF-terroriste Ulrike Meinhof in haar laatste dagen in de Stammheim-gevangenis met Jeanne d'Arc, het boerenmeisje dat ten strijde trok tegen de Engelsen. Ulrike hing zich op in haar cel, Jeanne eindigde op de brandstapel. Ulrike vond de kracht in zichzelf, Jeanne door een goddelijke boodschap.

Op zich is het een goed idee om beide vrouwen samen te brengen, maar helaas gebeurt dat in Vuurvrouwen nogal amechtig en niet echt spannend. Jeanne is eigenlijk een soort hallucinatie van Ulrike die in haar isoleercel aan het doordraaien is. Maar tegelijk geven De Graaf en Zandwijk ook Jeanne alle ruimte haar verhaal te vertellen. Dat maakt de voorstelling overvol, temeer daar Goele Derick als Jeanne niet echt in staat is de juiste rolinvulling te vinden.

De momenten waarop Ulrike aan het woord is - gelukkig zijn dat er veel - richt ze zich rechtstreeks tot het publiek, op een verbeten maar poëtische manier. Zelden een actrice aan het werk gezien die zo veel woede en wanhoop zo prachtig en gelaagd verwoordt, met dank uiteraard aan de bezwerende taal van De Graaf.

Maar het stuk kent ook rare zijlijnen en personages, zoals het stel dat af en toe opkomt om de geschiedenis van Ulrike van commentaar te voorzien. Die scènes zijn niet alleen schools maar ook nogal onbeholpen, hoe goed het Sylvia Poorta ook lukt daar nog iets van te maken. Als vaker in de voorstellingen van Alize Zandwijk zitten er weer bizarre en moeilijk te duiden taferelen in, dit keer met een naaimachine en een bezemsteel.

Beeld Leo van Velzen

Decor

Waar Vuurvrouwen dan weer wel in uitblinkt, is de vormgeving: een grote grijs-betonnen achterwand illustreert Ulrikes gevangenis. Tegen de muur hangt een Christusbeeld met allemaal luxe tasjes (Gucci, Chanel) en een tekening van Mickey Mouse hand in hand met het iconische Vietnamese napalm-meisje. Ulrike vocht tegen ongebreideld kapitalisme en onzinnige oorlogen - dat wordt door dit decor onderstreept. Gelukkig is ook Zandwijks muzikale muze Maartje Teussink weer present, met haar muziek, liedjes en prachtige, ijle stem.

'Wie zich neerlegt bij hoe het in deze wereld nu eenmaal is/ Die heeft nooit geleefd', dat zijn Ulrikes laatste woorden. Ach, denk je dan, stel je voor dat de voorstelling Vuurvrouw zou heten en alleen maar over haar zou gaan. Dan hadden we zitten kijken en luisteren naar één lange monoloog van die gekwelde Ulrike Meinhof ('Ik adem afwijzing'), tot leven gewekt door die geweldige Fania Sorel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden