Adembenemend jaar

De jaren vijftig saai? Het jaar 1956 beslist niet, zoals blijkt uit het prachtige boek van Simon Hall. Het was een turbulent jaar, waarin velen in verzet kwamen tegen de gevestigde orde.

Gebeurtenissen, ontwikkelingen en andere narigheid kijken doorgaans nooit naar de kalender. Ze doen zich voor. Simon Hall, historicus aan de Universiteit van Leeds en auteur van 1956 - De wereld in opstand, weet het. Hij haalt de Italiaanse marxist Antonio Gramsci aan, die zich verbaasde over jaartallen 'als bergen waar de mensheid overheen trekt om aan de andere kant een geheel nieuwe wereld aan te treffen waar een nieuw leven begint'. Zo is het dus niet.

Maar zo is het evenmin: het jaar 1956 als deel van een oersaaie periode, de jaren vijftig, waarin West-Europa nog bezig was zich te herstellen van de oorlog en de VS in de greep waren 'van een verstikkend conformisme'. Volgens Hall moet sprake zijn van een collectief geheugenverlies, want 1956 was verre van saai. Er gebeurde meer dan menigeen lief was.

Kantelmomenten

Het was, schrijft hij, het jaar waarin gewone mensen op allerlei fronten in verzet kwamen tegen de gevestigde orde en waarin ontwikkelingen in gang werden gezet die nog heel lang zouden doorklinken. Er zijn jaren waarin meer lijkt te gebeuren dan in andere. Boeken als 1933 (Philip Metcalfe), 1945 (Ian Buruma), 1968 (Mark Kurlansky): ze beschrijven kantelmomenten in de historie. Alleen was 1956 tot dusver dus over het hoofd gezien, als kantelpunt. Na lezing van Halls boek begrijp je eigenlijk niet waarom. Het was zo'n jaar waarin mensen op 1 januari optimistisch naar de komende twaalf maanden keken en op 31 december blij waren dat het erop zat: misschien zou 1957 een beetje rustiger worden.

Hall: 'In 1956 kwamen in de hele wereld, van Montgomery tot Boedapest, van Johannesburg tot Warschau, en van Havanna tot Caïro mensen in opstand om hun vrijheid op te eisen. Hun schitterende overwinningen en gevoelige nederlagen hebben het aanzien van hun wereld, en van de onze, ingrijpend veranderd.' Alsjeblieft. Wie had dat gedacht van het historische muurbloempje 1956?

Hall concentreert zich op een aantal verhaallijnen, die hij door elkaar vlecht. Zo is er de geheime toespraak (die niet lang geheim zou blijven) van de nieuwe leider van de Sovjet-Unie, Nikita Chroesjtsjov, op 14 februari in het Kremlin, ter gelegenheid van het twintigste congres van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Vier uur lang gaat het over 'de persoonlijkheidscultus en zijn gevolgen'. Chroesjtsjov, die zelf ook bloed aan zijn handen heeft, rekent genadeloos af met het tijdperk van dictator en massamoordenaar Jozef Stalin, volgens hem 'een wantrouwende en ziekelijk achterdochtige man' en een 'lafaard'. In de met 1.400 afgevaardigden gevulde zaal zijn meerdere toehoorders een hartaanval van schrik nabij.

De toespraak lijkt het startschot voor een periode van hervorming en modernisering. In elk geval wordt hij in verschillende satellietstaten van het Sovjetrijk zo geïnterpreteerd en hij inspireert opstandigheid in Polen en Hongarije. Het 20ste partijcongres hielp het wereldwijde communisme om zeep, constateerde de (communistische) historicus Eric Hobsbawn veel later.

Brits imperium

Waarmee het in 1956 ook niet zo lekker ging, was het wereldwijde imperium van de Britten. In Azië was India al zelfstandig geworden, nu begon het ook in Afrika te rommelen. Op 1 januari werd Soedan onafhankelijk en in Ghana maakte Kwame Nkrumah zich klaar dat voorbeeld te volgen. Maar hoe het er echt voorstond met de Britse macht werd duidelijk nadat de nieuwe Egyptische leider Nasser op 26 juli het Suez-kanaal nationaliseerde. Er volgde een Brits-Franse invasie, op 5 november, die stukliep omdat de VS de aanval niet steunden. Nadat Eisenhower had gedreigd de hele Amerikaanse voorraad pound sterlings te zullen verkopen, stemden de Britten in met een vernederende terugtrekking. In het decennium dat volgde werd het Afrikaanse deel van het imperium ontmanteld.

Frankrijk beleefde iets soortgelijks. Op 2 maart werd Marokko onafhankelijk, even later volgde Tunesië. Op dat moment was de situatie in Algerije al finaal uit de hand aan het lopen. Frankrijk stuurde een half miljoen soldaten naar de kolonie, waar de vrijheidsoorlog intensiveerde - de onafhankelijkheid zou nog zes jaar op zich laten wachten.

Opstand

De gebeurtenis waaraan vaak wordt gerefereerd als de claim to fame van het verder bloedeloze 1956 was de Russische invasie van Hongarije, op 4 november. De lente van Chroesjtsjov bleek kouder dan gedacht. Leider Imre Nagy werd opgehangen en eindigde in een anoniem graf, 2.500 andere Hongaren verloren ook het leven (en 700 Russen) en een exodus van 200 duizend Hongaarse vluchtelingen stroomde over de wereld.

Was dat het, voor 1956? Niet bepaald. In Montgomery, Alabama, werd op 30 januari een aanslag gepleegd op het huis van dominee Martin Luther King, nadat er grote rellen waren uitgebroken na de zwarte boycot van stadsbussen, uit protest tegen de rassensegregatie. Die wordt gezien als het begin van de zwarte strijd tegen de achterstelling, een strijd die zich in 1956 ook in Zuid-Afrika begon toe te spitsen.

Op 25 november voer een klein bootje, de Granma, van Mexico naar Cuba, met aan boord 82 revolutionairen, onder wie Fidel Castro (30), zijn broer Raoul (25) en Ernesto 'Che' Guevara (28). Aanvankelijk leek hun voornemen het regime van president Batista omver te werpen op een echec uit te lopen, maar in januari 1959 trok Castro Havanna binnen en vestigde zijn communistische heilstaat.

En dat was nog niet alles. Want op 7 juli gaf Fats Domino een concert in de Palomar Gardens in San José. Het liep totaal uit de hand, jongeren leken wel door een nieuwe en tot dan onbekende razernij bevangen. Ook rond de film Rock Around the Clock speelden zich overal ter wereld alarmerende taferelen af, wat de autoriteiten ertoe bracht de film te verbieden - ook in sommige Nederlandse steden. Op 28 januari had een zekere Elvis Presley Heartbreak Hotel opgenomen. Op 3 april zat hij in de Milton Berle Show en daarna was het einde zoek. Zijn suggestieve heupbewegingen wezen op het naderende einde der tijden, vond het oudere publiek. De jeugdrevolte begon in 1956.

Het is niet zeker of het vanaf 1 januari 1957 rustiger werd in de wereld, maar waarschijnlijk is dat wel. Simon Hall heeft een prachtig boek geschreven en een bij nader inzien adembenemend jaar zijn verdiende plek in de historie bezorgd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden